Review

Gouden Boekjes weer populair

De Gouden Boekjes. Wie ermee opgegroeid is in de jaren vijftig en zestig is lyrisch over de wederopstanding van deze uit Amerika afkomstige reeks prentenboekjes. 'Onverwoestbaar jeugdsentiment en een glansrijk déja vu!' jubelde Jessica Voeten vorig jaar in de NRC, toen er vier nieuwe titels verschenen, in de vertaling van Imme Dros en Nicolaas Matsier.

Maar ik, die ze níet met de paplepel ingegoten kreeg, stond verbaasd te kijken naar deze opwinding. Want wat de niet door nostalgie bevangen lezer en kijker van nu in de eerste plaats opvalt aan de Gouden Boekjes is hun primitieve uiterlijk. Een archaische bindwijze met nietjes en goudkleurig plakband om het smalle ruggetje heen (wat nog maar door één bedrijf in Nederland, een sociale werkplaats, gedaan wordt), een beroerde lay-out met tekst die soms zo ver de marge in geduwd is, dat hij bijna van de bladspiegel af lijkt te vallen, een stijl van illustreren waaruit het van optimisme blakende Amerika van de jaren vijftig spreekt - daar moet je van houden - en een soms zeer matige drukkwaliteit van de prenten.

Voor de vorig jaar verschenen titels kon ik niet warm lopen. Het aardigst is nog 'Meneer Mooi Weer', over een ijscoman, vanwege de levendige prenten van Tibor Gergely en de vindingrijke tekst van Nicolaas Matsier: 'k Heb Koffie Cantates/ en Suiker Sonates,/ Rabarber Raketten,/ en Kiwi Kornetten.' Maar bij 'Konijntje Loos' zorgen de fletse illustraties en de volgepropte tekstblokjes er wel voor dat het klassieke, door Matsier in fris Nederlands vertelde verhaal, nauwelijks tot zijn recht komt.

Zojuist verschenen opnieuw vier nooit eerder in het Nederlands vertaalde boekjes, en die zijn sterker dan de vorige vier. Er is bij de Amerikaanse uitgever nog volop keus, zelfs als je alle Sesamstraat- en Walt Disneytitels van de serie erbuiten laat, vertelt Joke Linders, adviseur van uitgeverij De Bezige Bij: van de 300 Amerikaanse titels verschenen er in Nederland 'pas' 84.

'Oetel', door Gertrude Crampton al in 1946 geschreven, is van de vier nieuwe titels het populairst: in Amerika werden er acht miljoen van verkocht en wereldwijd is het nummer drie op de lijst van best verkochte kinderboeken aller tijden. En hoewel hoge verkoopcijfers en kwaliteit zelden samengaan, is 'Oetel', afgezien van de algemene kritiek op de reeks, een schitterend boekje - zowel qua tekst als illustraties. Oetel is een kleuter-locomotiefje dat naar de treinenschool gaat. Les één: altijd op de rails blijven, wat er ook gebeurt, anders kun je nooit Intercity (zo heeft Imme Dros het vertaald) worden. Maar de speelse Oetel holt achter vlinders in de wei aan en springt dus uit de rails... De tintelfrisse illustraties, weer van Tibor Gergely, barsten van energie, en zijn veel scherper afgedrukt dan die in 'Meneer Mooi Weer'. Opmerkelijk is de 21-ste-eeuwse hogesnelheidstrein die Gergely ruim een halve eeuw geleden al tekende! Maar een onbegrijpelijk detail is dat de tekenaar de spoorwegwerkers laat dammen op een schaakbord.

In 'Een hut voor Hansje', uit 1958, wordt het oerthema van een eigen hut bouwen fraai uitgewerkt. Maar de illustraties van John P. Miller zijn weer onscherp, alsof er een waas voor hangt. Bij 'Een hol voor Knijn', een warm, simpel, en lekker lopend rijmverhaal (1956), gelukkig niet: de realistische prenten van Garth Williams, subtiel van kleur en in ragfijne lijntjes uitgepenseeld, zijn haarscherp afgedrukt. Dat is ook het geval in het speelse abc-boekje 'Letters vangen in een net', waarin te zien is dat Richard Scarry in 1963 realistischer, warmer en minder commercieel tekende dan later.

De boekjes verkopen nog altijd uitstekend, maar staan nooit in de Trouw Kinderboeken Top Twaalf. Een aanwijzing dat het leeuwendeel van deze goedkope boekjes niet in de gerenommeerde kinderboekwinkels gekocht wordt (die de Top Twaalf bepalen), maar in warenhuizen en supermarkten.

Een interessant artikel in 'Literatuur zonder leeftijd' nr. 43 door Joke Linders, over de geschiedenis van de Gouden Boekjes, doet je er met andere ogen naar kijken. De Golden Books zijn na de oorlog in vijftig Treasure Chests vol boeken het land in gekomen, waarschijnlijk als onderdeel van het Marshall-plan. Ze werden verspreid via bibliotheken in Amsterdam, en zo heeft Annie M. G. Schmidt ze leren kennen. Samen met Han G. Hoekstra haalde zij de krenten uit de Amerikaanse pap, en bewerkte die voor Nederland. Een enkel boekje, zoals het gave 'Wim is weg', is oorspronkelijk Nederlands, maar in hoeverre de op de omslag staande auteurs, Annie M. G. Schmidt en Rogier Boon, dit ook werkelijk gemaakt hebben, is een onoplosbaar raadsel omdat beiden overleden zijn.

Joke Linders verklaart het toenmalige succes van de boekjes uit het feit dat ze veel lieten zien van een dynamische samenleving die de onze nog niet was, maar waar wel naar gelonkt werd. Dat ze nu nog altijd aantrekkingskracht hebben kan volgens haar niet puur uit nostalgie zijn: ze móeten ook kwaliteit hebben. Zij wijst er dan op dat elk boekje een net overzichtelijk avontuur biedt met een licht theatraal karakter, vaak een zoektocht, en dat veel titels varianten zijn op bekende sprookjes en bakerrijmpjes.

Wie door de zorgvuldig gecultiveerde ouderwetse uitstraling van de Gouden Boekjes heen kijkt, ziet dat dat in grote lijnen klopt. Ook bij de acht nieuw verschenen boekjes. Zo heeft 'Konijntje Loos' een mythologische basis: het verklaart waarom iets is zoals het is (waarom konijnen een staart hebben). 'Een hol voor Knijn' en 'Een hut voor Hansje' zijn een zoektocht naar een eigen plek - waarbij de dialogen van 'Een hol voor Knijn' bovendien zo berijmd zijn dat de tekst uitnodigt tot uit het hoofd leren. En 'Oetel' is het geliefde thema van het kind dat door nieuwsgierigheid naar de grote wereld uit de rails loopt.

Volgend jaar gaat De Bezige Bij een halve eeuw Gouden Boekjes vieren met drie nieuwe, oorspronkelijk Nederlandse titels, waaraan nu auteurs werken als Nicolaas Matsier met Willemijn Schönfeld, Leon de Winter met Ronald Slabbers, en Joost Swarte met Charlotte Mutsaers. Spannend of deze integratie van nieuw en oud gaat lukken!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden