Goud heeft na eeuwen trouwe dienst zijn monetaire waarde verloren

Dat niet het bezit van een mens zijn rijkdom bepaalt, maar de mate waarin dat bezit zich verhoudt tot de eigendommen van anderen, is een oud principe. Wie meer heeft, kan zich meer permitteren, maar dan moeten de onderlinge verhoudingen wel duidelijk zijn. Daarvoor kan bezit worden vergeleken met een 'schaars goed', een materiaal of goed dat beperkt beschikbaar is en een stabiele waarde heeft.

Goud heeft alle eigenschappen van een schaars goed, en was daarom eeuwenlang een economische maatstaf. Het begon met de 'goudenmuntenstandaard': de burgers hadden het monetaire goudbezit op zak, in de vorm van gouden munten waarmee ze elkaar betaalden. Met de latere 'goudkernstandaard' beheert de overheid het goud en stelt daar een muntstelsel tegenover.

Groot-Brittannië ging in 1816 als eerste een gouden standaard hanteren. Vanaf 1870 namen ook de andere Europese landen en de Verenigde Staten de gouden standaard over, al kenden ze het principe al langer. Zo had Nederland tussen 1816 en 1847 een 'dubbele' standaard, waarbij de waarde van de gulden was gekoppeld aan de prijzen van zilver én goud. In 1847 beperkte Nederland zich tot een zilveren standaard om in 1873 de gouden standaard te aanvaarden.

Tot de Eerste Wereldoorlog in 1914 voer de internationale gemeenschap wel bij de standaard. Met goud voldeden de landen hun onderlinge schulden en ze hielden zich aardig aan de 'spelregels': ze deden hun best voor een evenwichtige betalingsbalans en stabiele wisselkoersen, en gaven die doelen voorrang op binnenlandse zaken als een constante werkgelegenheid.

In 1925, toen de economie hoogtij vierde, besloten de Europese landen en de VS de in de Eerste Wereldoorlog verlaten gouden standaard in ere te herstellen. Maar na de beurskrach in 1929 en de crisis die daarop volgde, trokken de VS en de Europese landen veel kortlopend kapitaal en goud in het buitenland terug. Was Groot-Brittannië ooit het eerste land dat de gouden standaard had aangenomen, in 1931 liet het die als eerste weer los. De landen van het 'goudblok' - Nederland, België, Frankrijk, Italië, Zwitserland en Polen - steunden elkaar in het handhaven van de standaard, maar tevergeefs. In september 1936 waren Nederland, Frankrijk en Zwitserland de laatste die de gouden standaard lieten varen.

De Nederlandse premier Hendrik Colijn, in 1935 begonnen aan zijn derde kabinetsperiode, ervoer de loskoppeling van het goud als een persoonlijke nederlaag. ,,De eerstvolgende dagen allereerst rustig blijven'', sprak hij tot het Nederlandse volk. ,,Doe alsof er niets veranderd is. Als ons volk zich op deze wijze gedraagt, zullen we, met Gods hulp, ook deze nieuwe schok wel te boven komen.''

Vanaf 1936 is het geldwezen vrijwel overal 'a-metalliek', maar de rol van goud was niet uitgespeeld. Na de Tweede Wereldoorlog regeerde de dollar, en om de geloofwaardigheid van de munt te schragen, garandeerden de Amerikanen de omwisseling van dollars in goud tegen een vaste prijs. In 1971 was de ooit enorme Amerikaanse goudvoorraad echter flink geslonken. President Nixon sloot het 'goudloket'. De vaste omwisselkoers van dollars tegen goud was voorbij.

Vele Nederlandse politici wierpen na 1971 een gretige blik op het goud. Voor 'leuke' dingen. Maar DNB-president Jelle Zijlstra en zijn opvolger Wim Duisenberg bewaakten de staven met hun leven. Zij vreesden dat verkoop de gulden onder druk zou zetten en bovendien de indruk zou wekken dat het land zijn goud aanwendde om het overheidstekort te verdoezelen.

Goud verkopen kwam pas weer ter sprake in de aanloop naar het Europese muntstelsel. ,,De tijd is rijp'', sprak Duisenberg in 1992, en DNB verkocht 400 ton. Na de verkoop van 300 ton in 1996 en de aangekondigde verkoop van nog eens 300 ton houdt Nederland nog 700 ton goud over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden