Goud gaf ik voor geritsel

Gehuil, gelach, geschreeuw en gebonk vulde van 's morgens vroeg tot 's avonds laat ons huis. Nu hebben drie van de vier kinderen het huis verlaten. Ik hoor de zachte ruis van het gemis.

JOSHA ZWAAN

Ik schrik wakker en weet zeker dat ik het gehoord heb: babygehuil. Eerst nog zacht, maar al gauw snerpender, in de nacht die verder stil is. Ik verwar de verstoorde nachten van vroeger met mijn droom van vannacht. Het komt me zo levensecht voor dat ik slaapdronken naar de kamer loop waaruit het laatste bedje al jaren verdwenen is, en waar niemand wacht op troost. Terug in bed luister ik naar de stilte die in het slapende huis hangt.

Urenlang kon mijn eerste kind liggen kermen - tergende darmkrampjes. En die uren overschreeuwden de periodes waarin hij tevreden sliep of wakker was. Als hij even niet huilde echode het nog door in mijn oren. Met zijn komst had de rust mijn leven verlaten.

Gehuil, gelach, geschreeuw en gebonk vulde, zeker na de komst van nog drie kinderen, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat ons huis.

Soms leken alle geluiden zich te vermenigvuldigen in mijn hoofd, alsof de wanden van mijn schedel elke klank in tienvoud weerkaatsten. Mijn brein vergrootte het geratel van graaiende kinderhanden in bergen legosteentjes uit tot het geraas van een lawine. Enthousiaste kreten tijdens een spelletje namen het volume aan van een stadion vol juichend publiek.

Noodgedwongen leerde ik dat er ook een stilte is die ik in mijzelf kon vinden, te midden van de roerige plek die mijn nest geworden was. Ik wende mij aan de aanstormende decibellen van mij af te schuiven, een wand te plaatsen tussen mij en de herrie, die daardoor gedempt werd alsof ik mij onder water bevond. Na twintig jaar kan ik stil zijn van binnen en tegelijkertijd aanwezig in de kakofonie van stemmen, muziek, omvallende blokken, stuiterende ballen en hondengeblaf.

Vlak na elkaar hebben drie van de vier kinderen het huis verlaten. Het geluid nam vele malen meer af dan de driekwart die te verwachten was. Met alleen nog jongste dochter om mij heen is het in huis opeens verrassend stil.

'Goud gaf ik voor geritsel', schrijft Judith Herzberg. Ik sluit mij er van harte bij aan. Natuurlijk geniet ik van de teruggekeerde rust in huis, van het luisteren naar Monteverdi's 'Maria Vespers' in plaats van naar monotone technodreunen. Maar toch, het luide geritsel van drie tieners, aangevuld met dat van hun vrienden en vriendinnen, was een onderdeel geworden van mijn bestaan. De afwezigheid van dat geritsel veroorzaakt leegte in plaats van rust. De stilte in huis wordt opnieuw doorbroken, nu door de zachte ruis van het gemis.

De hervonden ruimte past me nog niet. Het harnas van strakke schema's, de gewoonte van het woekeren met de tijd - gek genoeg maakten die mij juist creatief en beweeglijk. Nu valt het harnas weg, en is die omhulling vervangen door een slobberige onzekerheid. Wat zal ik doen met mijn uren, de stilte, de lege kamers in het huis? Mijn nest zit me te wijd.

Ik ga alleen de drie verlaten slaapkamers door. Kasten zijn half ontruimd, de ooit zo begeerde trofeeën van voetbal, schaken en paardrijles zijn nu als 'kinderachtig' achtergelaten. Zodra ik een van de slaapkamerdeuren open, schreeuwt de troep mij de verhalen uit het verleden toe, prikkelt de oude onrust van een te vol en te druk huis mijn gemoed.

En opeens begin ik op te ruimen. Tekeningen, oude schoolschriften, werkstukken en zwemdiploma's glijden door mijn handen, herinneren me aan triomfen en kinderverdriet. Ik zie mijn dochter voor me. Het zwembad gonst, de honderden stemmen van ouders moedigen haar aan bij de herkansing om door het beruchte 'gat' te duiken. Ik duw de muur van geluid opzij, leg een luchtbel van stilte om haar en mij heen, zodat ze zich kan concentreren. Heel even kijkt ze mijn kant op alsof ze voelt wat ik doe. Dan duikt ze en haalt alsnog haar A-diploma.

Elke kamer, elk voorwerp vertelt zijn belevenissen, mijn geheugen struikelt over talloze anekdotes. Ik zoek uit, maak twee stapels. Vuilnis aan de ene kant, bewaren aan de andere kant. Een gebroken skateboard mag weg, de schoolaantekeningen ook, de trofeeën blijven bewaard. Het gekakel van mijn herinneringen verstomt langzaam, zo nu en dan vertelt een voorwerp fluisterend nog een flard van zijn verhaal.

Daarna volgt de schoonmaak. De verschraalde lucht van peuken en bier verdwijnt, de vlekken van doodgeslagen muggen poets ik van de muur, de resten van nagellak en make-up van spiegels en plankjes. Al soppend ontstaat er ruimte in de kamers, voor de jongste, voor hobby, voor logeren. Al poetsend ontstaat er ruimte in mijn hoofd om mijn tijd anders in te gaan delen, om vorm te gaan geven aan ideeën die al jaren in de wachtkamer die 'later' heet, geparkeerd waren.

Dit is mijn overgangsrite. Het oude vuil verwijderen, opruimen, overtollige spullen wegdoen. Ik vermoed dat huisvrouwen vroeger op dezelfde manier ruimte maakten voor het nieuwe seizoen, voor de volgende fase in hun bestaan, orde in huis, rust in hun hoofd. Bij deze pleit ik voor een herwaardering van de grote schoonmaak.

De oorverdovende stilte die mij, zeker na het vertrek van het derde kind, omringde en benauwde, vult zich langzaam met mijn gedachten, met een lied dat ik kan neuriën zonder over Kyteman heen te hoeven schreeuwen, met het gemompel van mijn jongste, opgaand in haar spel.

Mijn nest zit me nog steeds wat wijd. Toch past het al iets beter, de ruimte voegt zich en ik voeg mij. Er is nog steeds geritsel. Wat zachter dan voorheen, maar in de stilte die ontstaan is, toch heel goed te horen.

Josha Zwaan schrijft romans en essays. Haar debuutroman 'Parnassia' verscheen in 2010. Haar tweede roman 'Zeevonk', verschijnt februari 2013.

Juli

Ik ben mijn jongen kwijt

goud gaf ik voor geritsel

mijn nest zit me te wijd.

Judith Herzberg

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden