Goud begint glans te krijgen

Eerlijke handel in goud begint met goede omstandigheden bij de winning. Boeren in Tanzania die daarnaast ook mijnwerker zijn, verwachten er heil van.

Met krachtige slagen vergruist Paulina Zablon brokken steen. Ze draagt werkhandschoenen en een beschermende bril. Piepkleine deeltjes steen spatten in het rond. Onder die fijne stenenhagel kruipt haar zoontje Jumanne rond. Ze probeert hem achter haar rug te laten spelen, maar daar heeft hij geen zin in. Hij wil het liefst bij mama op schoot.

"Ik weet dat hij steensplinters in zijn ogen kan krijgen, maar ik kan niet én werken én hem bezighouden. Ik heb geen oppas voor Jumanne", vertelt de 20-jarige. Ze werkt bij de Mazingira-goudmijn, een groeve op zo'n negentig kilometer van het stadje Geita in het noordwesten van Tanzania waar op ambachtelijke wijze goud wordt gedolven.

"Ik verdien net genoeg om eten te kopen. Het is zwaar werk, maar er zijn in de buurt geen andere banen te vinden", zegt Zablon. Ze heeft geen idee hoe waardevol goud is. Wel weet ze dat zij zichzelf geen gouden trouwring kan veroorloven.

Meer dan zestig mensen werken in Mazingira. Ze krijgen geen vast salaris, maar delen in de winst die per week vaak slechts zo'n tweehonderd euro is. Een mager inkomen, zelfs in een armoedig land als Tanzania. Het land is de op drie na grootste goudproducent in Afrika. De overheid heeft concessies uitgegeven aan grote internationale bedrijven en daarnaast enkele goudrijke gebieden gereserveerd voor ambachtelijke mijnwerkers, die vaak in groepsverband werken.

Mazingira is zo'n mijn waar ambachtelijk gewerkt wordt. Eigenaar van de mijnconcessie is Renatus Nsangano. De dertiger deed ervaring op bij multinationale mijnbouwbedrijven, maar nam ontslag na de dood van zijn vader, die de concessie had verworven. "Voor velen van ons is mijnbouw niet het hoofdberoep", vertelt hij. "We hebben allemaal wel een stukje grond waar we voedsel voor eigen gebruik verbouwen of een paar stuks vee hebben. Maar het boerenbestaan levert te weinig op om van rond te komen."

Zijn doel is om op korte termijn meer te verdienen aan de goudmijn. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de mensen die met hem werken. "Onze familie neemt al generaties lang de rol op zich binnen de gemeenschap om leefomstandigheden van iedereen te verbeteren. Dat is ook een deel van de erfenis die mijn vader naliet."

Hij wil zo snel mogelijk aan alle eisen te voldoen om het certificaat van Fair Trade (eerlijke handel) te krijgen. Deze internationale organisatie is voortgekomen uit wat in 1989 begon in Nederland als Max Havelaar, die koffie op de markt bracht van boeren in ontwikkelingslanden. De telers moesten betere arbeidsomstandigheden creëren en kregen ook een hogere prijs voor hun bonen. Behalve met allerlei natuurlijke producten zoals koffie, bananen, cacao en bloemen houdt Fair Trade zich nu ook bezig met goud.

Aan het Fair Trade-certificaat zijn voorwaarden verbonden. Er moeten onder meer goede en gezonde werkomstandigheden heersen bij de mijn, er mag geen arbeid door kinderen worden verricht, er moet respect zijn voor de rechten van vrouwen en er moet gebruik gemaakt worden van schone technologie. In ruil daarvoor kan de ontvanger rekenen op een hogere prijs dan tussenhandelaren bieden. Bovendien is er een bonus voor 'groen' goud, winning zonder chemicaliën.

Kwik
Werkhandschoenen en beschermende brillen zijn een begin. Renatus Nsangano gebruikt weliswaar nog altijd kwik om het goudstof samen te laten klonteren, maar zorgt ervoor dat het niet in het grondwater terechtkomt. De mijnschacht van zo'n 35 meter is niet langer een diep gat waarin mannen zich met behulp van een touw laten zakken. Er is nu een houten trapstellage aangelegd.

"Het euvel bij de prijsbepaling van het goud hier zijn de opkopers", klaagt Nsangano. "Er zitten te veel tussenpersonen tussen ons en de juweliers. Iedereen moet er wat aan overhouden en de prijs gaat niet bij de consument omhoog, maar bij ons omlaag."

Toch heeft hij die opkopers nodig. Zij zorgen voor het kwik dat moeilijk te bemachtigen is in Tanzania. Ook verstrekken ze noodzakelijke leningen. Ambachtelijke mijnbouwgroepen kunnen niet bij banken terecht, omdat ze geen onderpand bezitten. Nsangano heeft een auto waardoor hij zelf naar Geita kan rijden om zijn goud te verkopen. Wie geen vervoermiddel heeft, moet die afstand overbruggen met een opkoper.

Op het Mazingira-terrein heeft de milieubewuste vader van Nsangano een flink aantal bomen geplant. Het is er een stuk koeler dan elders. In de schaduw van een van de bomen zijn twee jongemannen het goud aan het pannen.

Chris Chilla (21) heeft plastic handschoenen aan om te voorkomen dat zijn handen in direct contact komen met het water waarin kwik zit. "Er is ons uitgelegd dat we ziek worden als er kwik komt in wondjes die we misschien in onze handen hebben", vertelt hij. Dat het water regelmatig in zijn handschoenen klots, lijkt hem niet te deren. Nsangano schudt het hoofd: kennelijk is er nog meer uitleg nodig voordat er veilig wordt gewerkt.

Na een tijdje produceert Chilla een onooglijk zilverkleurig balletje. "Daar zit het goud tussen", meldt hij triomfantelijk. "Straks wordt het verhit en laat de kwik los en hebben we puur goud." Hij werd van school gehaald, omdat er thuis extra inkomen nodig was. "Ik verdien genoeg om mezelf te kleden en te voeden en wat aan mijn ouders te geven, maar het is niet genoeg om te trouwen."

Om de hoek van Mazingira ligt een andere mijn. Daar maken enorme stenenbrekers een oorverdovend lawaai. In houten tonnen worden brokken steen vergruisd met behulp van honderden ijzeren ballen. Het proces is duur, omdat de molens met dieselgeneratoren moeten worden aangedreven. Op deze concessie wordt niet gestreefd naar het Fair Trade-certificaat. De arbeidsomstandigheden zijn beroerd. De armoede straalt van de mensen af. Amos Shiga (18) werkt al vier jaar in de mijn. Hij is goud aan het pannen zonder beschermende handschoenen. "Niemand heeft me verteld dat kwik ongezond is. Maar ik heb geen keuze, ik moet geld verdienen." Van zijn vijf euro weekloon gaat het meeste naar zijn ouders.

Prijsafspraken
In een hoekje van het terrein staan twee mannen in een gebouwtje. Robert Luyeye kijkt ontevreden, terwijl Reuben Joseph een vastberaden trek om de mond heeft. De twee onderhandelen over de goudprijs. Luyeye, de mijnwerker, wil meer voor zijn piepkleine stukje edelmetaal, maar koper Joseph houdt voet bij stuk: hij biedt het equivalent van tweeënhalve euro. "Ik maak ook onkosten. Ik moet met de bus terug naar Geita. Bovendien kijk ik elke ochtend naar de goudprijs die in Londen wordt bepaald en dan is mijn bod helemaal niet slecht."

Luyeye zegt zeker te weten dat alle kopers onder een hoedje spelen. "Ze bieden allemaal hetzelfde. Wij hebben geen contacten met kopers in het buitenland die het verwerken. Wij zijn de gevangenen van de tussenhandelaren." Maar uiteindelijk accepteert hij gelaten het weinige geld.

Even verderop smelten enkele mannen een balletje goud en kwik boven een houtskoolvuurtje. De vrijgekomen giftige dampen verspreiden zich over de groep nieuwsgierige kinderen. Niemand maakt zich zorgen. Nog weer enkele kilometers verder ligt Ilani, de mijn van Golden Hatinga. "Met zo'n naam moest ik wel met goud werken", grinnikt Hatinga, de eigenaar van de concessie. Een bord bij de ingang maakt duidelijk dat het terrein verboden is voor kinderen en alles is kraakhelder schoon. Hij wil als eerste in Tanzania het Fair Trade-certificaat bemachtigen. "Ik investeer in veiligheid en milieu. Als ik eenmaal dat papier heb, dan gaat dat mij en mijn mensen gouden eieren leggen, dat weet ik zeker."

Vrouwen zitten in een schaduwrijke hut om stenen te vergruizen. Er is een babysit op het terrein. Kompels dragen laarzen en maskers als ze in de mijn afdalen, waar het niet heet is omdat er wordt geventileerd. Er zijn 21 werknemers en zij verdelen de winst.

"Ik werk hier een week en dan ben ik een week thuis. Iedereen werkt volgens dat schema. Als ik niet hier ben, werk ik op mijn land, waar ik maïs en bonen verbouw", vertelt Lufta Weja (30), vader van drie kinderen. In een mijn waar hij eerder werkte, ontving hij zo'n vijf euro per week, nu bijna het dubbele. "Als dat certificaat er komt en we krijgen meer voor ons goud, wordt ook mijn salaris hoger. Ik denk zelfs over de mogelijkheid om mijn kinderen te laten studeren", zegt hij lachend.

De cursussen die Fair Trade verzorgt over werkomstandigheden vindt hij een welkom extraatje. "Er was ook een workshop over hoe we ons loon deels kunnen investeren. Ik heb geld gestoken in een winkeltje met kantoorbenodigdheden voor mijn vrouw. Zij vult ons inkomen inmiddels aardig aan", vertelt Weja. "Goud begint voor mij een glans te krijgen waarvan ik niet wist dat die bestond."

Direct naar de smid
Stuwende kracht achter Fair Trade voor goud is Harriet Lamb. Zij is bestuursvoorzitter van Fair Trade International in Londen. "Het begon met ambachtelijke mijnwerkers in Colombia die ziek werden door het werken met kwik en cyanide om goud te winnen. Sindsdien zijn de arbeidsomstandigheden verbeterd en krijgen de mijnwerkers een betere prijs. Inmiddels verkopen sommige ambachtelijke mijnen hun goud zelfs rechtstreeks aan goudsmeden in Groot-Brittannië."

Het eerste Fair Trade-goud werd twee jaar geleden op de markt gebracht. Sinds kort stimuleert Fair Trade ambachtelijke mijnwerkers in Tanzania, Kenia en Oeganda om in aanmerking te komen voor het Fair Trade-certificaat. Het gaat langzaam, maar Lamb verwacht dat volgend jaar het eerste certificaat wordt uitgereikt in Oost-Afrika.

De wereldwijde recessie heeft volgens haar geen invloed op de actie. Integendeel, ze gelooft zelfs dat die een positief effect heeft. "De recessie drukt mensen met hun neus op de feiten en maakt ze bezorgder. In eerste instantie over het wel en wee van de eigen familie, maar er ontstaat tegelijkertijd een grotere gemeenschapszin waardoor mensen bereid zijn iets meer neer te leggen voor bijvoorbeeld een Fair Trade gouden sierraad."

De prijs van goud wordt twee keer per dag bepaald door handelaren in Londen. Fair Trade biedt goudmijnwerkers met het certificaat tien procent meer dan de gegarandeerde minimumprijs. Bovendien kunnen de kompels nog eens vijf procent extra krijgen als ze zonder chemicaliën werken.

Ambachtelijk goud
Tanzania is het grootste land in Oost-Afrika, met een bevolking van bijna 48 miljoen mensen. Ruim de helft van hen leeft onder de armoedegrens van een euro per dag. Ze werken voornamelijk in de landbouw.

Goud wordt gewonnen in de regio's rond Geita in het noordwesten en rond Chunya, in het zuidwesten. Zo'n 750.000 mensen zijn direct of indirect afhankelijk van ambachtelijke goudmijnbouw. Wereldwijd bedraagt dat aantal honderd miljoen; zij winnen ongeveer tien procent van de wereldgoudvoorraad. De helft van het wereldwijd gewonnen goud wordt verwerkt tot juwelen.

Ambachtelijk goud wordt in de Geita-regio al gewonnen sinds 1895, ten tijde van de Duitse koloniale periode. In beide goudregio's bevinden zich ook multinationale bedrijven die het goud gemechaniseerd winnen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden