Gotiek in de polder

Het is goed picknicken in de Groene Kathedraal van Almere. Vooral op de plaats van het hoofdaltaar heb je een prachtig uitzicht over het enorme schip, naar de verste uithoeken van de zijbeuken, op de blauwe gewelven boven je, in de groene polder. En je zit of ligt er prima, op een zacht tapijtje van gras.

Het mag van architect Marinus Boezem, want de Groene Kathedraal is geen kerk -niet in de zin van een religieus bouwwerk. Het is alleen maar een idee, een spel, een luchtkasteel -in de letterlijke zin van het woord. Boezem heeft hier, net over de Stichtse Brug, een gotische kathedraal uitgebeeld. Hij heeft de plattegrond van de Notre Dame in Reims -in zijn visie het hoogtepunt van een door de mens gestructureerde ruimte- op ware grootte uitgezet in het nieuwe land van Almere: 150 meter lang en 70 meter breed. Hij heeft 178 Italiaanse populieren geplant op de plaats van de zuilen en de kruisribben van de gewelven zijn op de grond aangegeven met betonpaadjes. Verder mag iedereen zijn fantasie de vrije loop laten.

Boezem heeft voor zijn creatie langs de Hoge Vaart en de N305 bij Almere-Hout zelf nooit de naam 'kathedraal' gebruikt, maar Gotisch Groeiproject. Hij koos de natuur als uitgangspunt. Zijn bomen (in 1987 geplant in de 'rulle woestijn' van de polder) groeien in een jaar of dertig, dus even onstuimig als Almere zelf, naar hun hoogste punt. Daarna mogen ze de wetten van de natuur volgen: afsterven, vergaan, verdwijnen. Over vijfentwintig jaar is de Groene Kathedraal alleen nog een herinnering, een verhaal, een beeld dat je overal mee naar toe kunt nemen. Pas als zij niet meer te zien is en als mensen tegen elkaar zeggen: 'Vroeger stond hier een kathedraal', dan is Almere een stad met een eigen geschiedenis.

Dat is niet zielig of spijtig, want tegen die tijd is er even verderop een 'contra-kathedraal' verrezen: met dezelfde plattegrond, maar dan als een open grasveld dat omzoomd wordt door een hoge wand van beukenbomen.

De Groene Kathedraal ligt aan het Almerepad, een wandelroute door stad en natuur van de jonge metropool. Sterker nog: je loopt er dwars doorheen. Je hoort haar ritselen, kijkt door haar ramen, bewondert haar gewelf, ziet vogels en vlinders en vliegtuigen in en uit fladderen en doet in die ruimte waar je zelf zin in hebt. Enkele Almeerders wilden in deze 'kerk' trouwen, maar dat vindt Boezem maar niks. Hij heeft liever dat er wordt gespeeld en gepicknickt; hij hoopt zelfs dat er nog eens patatkraam komt te staan.

Het kunstmatige landschap in het Kathedralenbos verandert in tijd en ruimte al net zo snel als de nieuwe villawijk Almere-Hout, die tegen het bosgebied aangeplakt ligt. Je ziet het groen groeien, als in een film die versneld wordt afgedraaid. Je ontdekt dat in elke straat ('laan' is het woord in de Hout) wel een paar huizen te koop staan. Maar tegelijk hangt over de wijk dezelfde spirituele stilte als in de Kathedraal van Boezem.

De kathedralenroute brengt ons weer terug bij het vertrekpunt aan de Hoge Vaart. Voor een tweede etappe lopen we een paar kilometer langs dit afwateringskanaal. Het is er onwaarschijnlijk rustig. Op de beschutte vaarweg drijven de plezierbootjes maar een eind weg. Hengelaars langs de kant hebben alle ruimte om hun blik op de dobber of oneindig te zetten. Het betonpad op de oever is nog lang niet rijp voor de filemeldingen.

Het enige avontuur onderweg is het bosgebied Overvaart. Het is de groene ruggengraat van het stadsdeel Almere-Hout, dat nog grotendeels tot ontwikkeling moet komen. Bij de opening van het Almerepad klonk de oproep om te ontdekken hoe snel de natuurlijke ontwikkeling rondom Almere zich voltrekt. Dat moet hier soms heel letterlijk worden opgevat. Kijk niet vreemd op als de distels en brandnetels op de route plots tot manshoogte groeien. Vervolg dan je pad als een krijgsgevangene: steek beide armen boven je hoofd en zoek in de stekelige jungle goed naar de markering. Jammer van de korte broek en blote armen, maar ook dit is het verhaal van Almere. Kruid en onkruid spetteren zo razendsnel uit de jonge zeeklei te

voorschijn, dat er in het begin bijna geen (onder)houden aan is. Het pad kent net zulke groeistuipen en kinderziektes als de stad, maar 'pionieren' is nu eenmaal het meest gebruikte werkwoord in Almere.

Na pompstation Westerterp, de locatie waar in tegenstelling tot de naam doet vermoeden slechts drinkwater wordt getapt (maar wel een grand-cru, zeggen ze in Almere vol trots: 'Reinwater, meneer!'), gaan we richting Buitenhout. Eerst de snelweg onderdoor en dan verder door ruisend struikgewas -als er tenminste op tijd gemaaid is. Dit is weer zo'n jungletocht waarvoor twee opties bestaan: armen omhoog door 'Almeerderhout Sallandsekant' of een eindje omlopen. Het einddoel is Almere-Buiten, dat na een kronkelige bosroute met rode koppen wordt bereikt via een prachtige fietsbrug over de Lage Vaart. Van de Bloemenbuurt krijg je weinig te zien, want het pad gaat meteen de Fluittocht over -let op de woonarken! Nog even een spannend knuppelpad door een rietveld aflopen en dan weer de wal opkrabbelen om ten

slotte tussen de kleurrijke Regenboogbuurt door te wandelen naar de bushalte. Eerlijk is eerlijk: ook dit is een boeiend stukje Almere, net zo ruim en rustiek als in de bosgebieden.

Daarmee is ook deze etappe afgelegd: een route die niet te vergelijken is met een wandelpad op het oude land, maar wel degelijk een voetweg vol verrassingen. Een groeiproject, net zoals de Groene Kathedraal van Marinus Boezem. Alleen moet Almere dit pad niet laten afsterven en verdwijnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden