Gordels om, hier is Gatti

nieuw tijdperk | interview | Vrijdag wordt Daniele Gatti geïnstalleerd als zevende chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Als gastdirigent deed hij al het nodige stof opwaaien. Het gaat dus spannend worden.

Op de bok snuift, gnuift en gromt hij hoorbaar in de maat met de muziek mee. Zijn interpretaties gaan soms langs het randje, ze zijn risicovol, detailrijk en soms tergend traag. En of je daar nu in meegaat of niet, saai is het in elk geval niet. Maar in de dirigentenkamer van het Concertgebouw, pratend over muziek en over zijn vak, is hij de rust zelve. De vervaarlijk stampende stier is dan een bescheiden, beminnelijke, bedachtzame en zacht pratende muziekliefhebber geworden. Een ietwat melancholische, lieve vijftiger, absoluut zonder maestro-allures.

Het is een onvermoede kant van Daniele Gatti (Milaan, 1961), de nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Een kant die je waarschijnlijk pas na langere tijd ontdekt. De musici van het Orchestre National de France, Gatti's vorige orkest, hebben die zachte kant gedurende de acht jaar dat hij hun chef was duidelijk leren kennen. Op filmopnamen van Gatti's afscheidsconcert in Parijs, afgelopen juni, is te zien hoe verschillende musici van het Franse radio-orkest, als de laatste noot geklonken heeft, hun tranen de vrije loop laten. Er zijn bloemen, er is langdurig, gescandeerd applaus en er zijn die tranen. Het is vrij onwaarschijnlijk dat dezelfde soort tranen gevloeid hebben bij het afscheid van Mariss Jansons, Gatti's voorganger bij het Concertgebouworkest: Jansons was een heel ander soort dirigent. Zakelijker, wars van sentiment.

Gatti knikt als hij over die tranen hoort. "Ik moest zelf ook tegen mijn tranen vechten", herinnert hij zich. "Zeer ongebruikelijk. Maar je verbreekt een band van jaren, een emotionele band. Je hebt al die tijd met elkaar geleefd, vaak in extreme, stressvolle omstandigheden. Je hebt samen als het ware een berg beklommen. In het begin van het traject is er complete euforie, maar mijn ervaring is dat het daarna kan inzakken. Als de opwinding over dat begin weg is, verdwijnt de spanning een beetje, alsmede de kwaliteit van het muziekmaken. Dat gaat als vanzelf en daar moet je je erg van bewust zijn. En je moet weten wanneer het tijd is om te gaan. Je spant met de musici een boog over de jaren heen, en als die boog ook maar een beetje aan energie en interesse verliest, is het tijd om op te stappen.

"Lange verbintenissen zijn tegenwoordig zeldzaam. Mengelberg is hier in Amsterdam vijftig jaar geweest, Haitink vijfentwintig. Dat kan niet meer. Daar leven we tegenwoordig veel te snel voor met z'n allen. We kijken de hele dag op onze smartphone en kunnen snel van het een naar het ander schakelen. Daarmee hebben we een heleboel verloren, maar het is niet meer terug te draaien."

Agressief geblaf

Alsof de duivel ermee speelt, begint op dat moment de telefoon van Gatti in zijn broekzak luidruchtig te rinkelen. Naast de rinkel komt er ook agressief geblaf uit die broekzak. Een ringtone die helemaal niet bij Gatti past. Even maakt hij aanstalten, maar besluit dan het ding uit te laten rinkelen en blaffen terwijl hij doorpraat. De dirigent herinnert zich zijn eerste bezoek aan het Concertgebouworkest nog goed. In de Scala in Milaan had hij tijdens zijn studietijd al het ene toporkest na het andere gehoord, maar juist in die periode was het Concertgebouworkest daar steeds afwezig.

"In de zomer van 1991 maakte ik met vrienden op de fiets een trip door Europa. Als eerste deden we Amsterdam aan. We waren ernaartoe gevlogen, met de fietsen als bagage. We gingen op de bonnefooi, hadden geen uitgestippeld plan. We hadden alleen afgesproken om 80 à 90 kilometer per dag te gaan fietsen. Van Schiphol fietsten we naar de stad en bij het Concertgebouw zagen we dat er die avond een zomeravondconcert was. Chailly dirigeerde er muziek van Françaix en de Tweede symfonie van Bruckner. We hebben uiteraard kaartjes gekocht. We zaten op het podium achter de contrabassen. Ik kon Chailly goed bezig zien.

"Ik had het orkest leren kennen door platen van Haitink, maar ook door opnamen van Mengelberg die mijn vader had. Uiteraard was ik me ervan bewust dat ik op een magische plek was. In Milaan hadden we de Scala, maar geen historische concertzaal als deze. Het was een fantastische ervaring. Muziekmaken op het allerhoogste niveau. Iedereen was zo geconcentreerd. We zijn na afloop Chailly even een handje gaan geven. Hij was heel hartelijk en was verbaasd dat we door Nederland gingen fietsen."

Op de dag van dit gesprek moet Gatti 's avonds in het Concertgebouw zo'n zelfde zomeravondconcert geven, met op het programma eveneens een Bruckner-symfonie. Een mooi toeval, maar het idee van een soort full circle lijkt Gatti te ontgaan. Nu de naam van zijn voorganger Chailly is gevallen, is het misschien tijd om het over de Italiaanse school van dirigeren te hebben. De dirigent kijkt een beetje bedenkelijk en begint dan een heel verhaal over de Italiaanse opera, de plek waar Italiaanse dirigenten bij gebrek aan concertzalen hun ervaring moesten opdoen.

Vingerafdruk

"Angelo Mariani, mijn voorganger bij de opera van Bologna, was de eerste Italiaanse dirigent die een baton gebruikte. Zijn verloofde was de beroemde sopraan Teresa Stolz, met wie Verdi een relatie kreeg. Hij was geïnteresseerd in Wagner, Nietschze en filosofie. Mariani was samen met Franco Faccio de eerste dirigent die een vingerafdruk naliet. Te vergelijken met Hans von Bülow. Maar een symfonische traditie is er in Italië niet echt geweest. Arturo Toscanini was de eerste die warm liep voor symfonische muziek. Met hem begint de grote traditie van Italiaanse dirigenten, al zou ik niet direct van een school willen spreken. Er zijn zo'n acht Italiaanse maestri van wereldfaam na Toscanini die met elkaar verbonden zijn omdat ze met dezelfde hoge standaard symfonieën en opera's konden dirigeren.

"Ik heb nooit les gehad van een echte maestro. Eigenlijk heb ik mezelf het dirigeren aangeleerd. Ik was zeventien jaar en zat op het conservatorium in Milaan. Ik dirigeerde er een strijkorkestje van vijftien spelers. Ik studeerde er ook compositie, en je kunt in Milaan pas met de opleiding orkestdirectie beginnen als je er zeven jaar compositieklas gedaan hebt. En omdat ik toen al zoveel ervaring had, moest ik, toen het eenmaal zover was, twee jaar achter de piano andere dirigenten in spe begeleiden. Zo deed ik nóg geen ervaring op. Maar weet je, dirigeren leer je pas echt goed als je thuis bent in contrapunt, harmonieleer en al dat soort technische zaken. Dat heb ik in Milaan prima geleerd. Als je mij een thema opgeeft, kan ik zo een fuga in vier stemmen à la Bach maken. Dat is technisch geen enkel probleem voor mij. Belangrijk is dat je een partituur kunt ontleden. En verder kon ik in Milaan alle repetities bijwonen van het radio-orkest van de RAI. Daar heb ik zo ontzettend veel van geleerd."

Natuurlijk voelt Gatti de opwinding dat hij nu eindelijk echt mag beginnen. Maar van een Gatti-tijdperk wil hij niets weten, en dat hij de zevende is in een rij chef-dirigenten zegt hem ook al niet zoveel.

Nederlandse componisten

"Het openingsconcert is een soort potpourri van mooie muziek, een feestelijk programma. Ik geloof niet dat die composities nou meteen iets speciaals over mij als dirigent vertellen. Maar er zit met de composities van Respighi en Verdi wel een hommage aan mijn vaderland in. En Verdi en Beethoven staan heel dicht bij me. Allebei maakten ze heel duidelijke muziek, die bol staat van moreel idealisme en integriteit. Daar hou ik van. Dat ik als gast bij het Concertgebouworkest al zoveel symfonieën van Mahler heb gedaan, ligt niet aan mij, al voel ik me wel zeer vereerd. Ik zou bij dit orkest als gast nooit om Mahler durven vragen. Zoals je er bij de Wiener Philharmoniker niet om vraagt Johann Strauss te mogen dirigeren. Het Concertgebouworkest vroeg mij of ik de Vijfde van Mahler wilde doen. Daarna kwam de Negende, die we op tournee hebben gespeeld. Ik geloof dat we toen samen een heel hoog niveau hebben bereikt. En na de Zesde en de Derde volgt binnenkort de Tweede. Ik kijk ernaar uit om Mahler verder te ontdekken met dit orkest.

"Ik heb al wat partituren van Nederlandse componisten bestudeerd. Ik was getroffen door de muziek van Rudolf Escher. Uiteraard wil ik ook Wagenaar spelen, en muziek van hedendaagse Nederlandse componisten. Ik heb plannen om de muziek van Petrassi hier te introduceren en veel Franse muziek. Dutilleux is een van mijn favoriete componisten. Maar weet u, het concertpubliek ziet de muziek van Dutilleux en Messiaen nog steeds als nieuwe muziek, terwijl die toch al redelijk oud is. Hedendaagse muziek zou een speerpunt moeten zijn en veel vaker moeten figureren in de programmering. Ook, of juist, in de wat traditionelere abonnementsconcerten."

Het inauguratieconcert van Daniele Gatti is vrijdag tijdens RCO Opening Night. Hij dirigeert het orkest in muziek van Beethoven, Schubert, Mahler, Respighi en Verdi. Radio 4 zendt het concert uit vanaf 20.00 uur. Een week later staat Mahlers Tweede symfonie op de lessenaars.

Tijdens een fietsvakantie in 1991 hoorde Daniele Gatti voor het eerst het Concertgebouworkest in Amsterdam: Chailly dirigeerde Bruckner. Nu wordt hijzelf chef-dirigent.

De zeven chef-dirigenten van het Koninklijk Concertgebouworkest

1. Willem Kes (1888-1895) professionaliseerde het orkest en zorgde ervoor dat het publiek in het net opgeleverde Concertgebouw niet meer pratend en drinkend, maar in stilte naar de muziek luisterde.

2. Willem Mengelberg (1895-1945) was onder Nederlanders net zo populair als koningin Wilhelmina, maar werd om zijn te meegaande gedrag in de Tweede Wereldoorlog op non-actief gesteld en stierf in 1951 in ballingschap in Zwitserland.

3. Eduard van Beinum (1945-1959) was jarenlang tweede dirigent onder Mengelberg en stierf onverwacht in het Concertgebouw na een repetitie van Brahms' Eerste Symfonie.

4. Bernard Haitink (1961-1988) viert komend seizoen zijn 60-jarig jubileum bij het orkest. Werd de eerste drie jaar in Amsterdam als chef bijgestaan door Eugen Jochum en zette het orkest later op de wereldkaart met glorieuze uitvoeringen van Mahler en Bruckner.

5. Riccardo Chailly (1988-2004), de eerste niet-Nederlandse chef van het orkest, kwam uit Milaan. Hij was niet alleen goed in Bruckner en Mahler, het kernrepertoire van het KCO, maar ook in het hedendaagse repertoire en in opera.

6. Mariss Jansons (2004-2015) was destijds de gedroomde keuze van de musici van het KCO. De uit Letland afkomstige dirigent gold zo'n beetje als de meest begeerde dirigent ter wereld. Onder zijn leiding verwierf het KCO de titel 'Beste orkest ter wereld'. Hij stopte onverwacht om gezondheidsredenen.

7. Daniele Gatti (2016-?) komt net als Chailly uit Milaan, waar hij assistent was van Claudio Abbado. Heeft als gast van het KCO al ruimschoots geëxcelleerd als Mahler-dirigent. Hij is de eerste dirigent die begint na een chefloos seizoen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden