Gooi open die raadszaal

Het hoofkantoor van Amarantis op de Zuidas. Oud-bestuurders van de onderwijsinstelling zouden zich schuldig hebben gemaakt aan zelfverrijking, belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en financiële onregelmatigheden. Beeld ANP
Het hoofkantoor van Amarantis op de Zuidas. Oud-bestuurders van de onderwijsinstelling zouden zich schuldig hebben gemaakt aan zelfverrijking, belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en financiële onregelmatigheden.Beeld ANP

Ze hebben alle drie affaires achter de rug die niet alleen hun inwoners, maar het hele land beroerden. Almere had de doodgeschopte grensrechter, Rotterdam de bacterie in het Maasstadziekenhuis, in Amersfoort was een vestiging van de in opspraak geraakte onderwijsmoloch Amarantis. De drie raadsgriffiers van deze gemeenten zagen dat iedereen zich in de maatschappelijke debatten mengde die ontstonden na deze incidenten. Maar hun stadhuizen bleven dicht voor inwoners die zich zorgen maakten over hun ziekenhuis, hun sportclub, hun school.

Maaike van Houten

En dat vinden de raadsgriffiers Jaap Paans (Rotterdam) Marianne van Omme (Amersfoort) en Jan Dirk Pruim (Almere) raar, héél raar. Neem het Maasstadziekenhuis, waar een bacterie rondwaarde. "Er waren signalen dat dat gevaarlijk was, maar dat werd ontkend. De media maakten er een grote zaak van, mensen waren bang. Maar hier komt het niet op de agenda", verwondert de Rotterdamse Paans zich.

Pamflet
Nee, logisch dat de gemeenteraad zich er niet mee bemoeit: die gaat er toch niet over. Ziekenhuizen, scholen, voetbalclubs - wat heeft de raad erover te zeggen, niks toch? Ja, dat verhaal kennen de drie. Maar zij hebben een ander verhaal en dat hebben de drie in een pamflet aan alle volksvertegenwoordigers en wie het maar lezen wil naar buiten gebracht. Zij vinden dat de gemeenteraad de deuren van het stadhuis open moet gooien in zo'n crisissituatie. De gekozen volksvertegenwoordigers kunnen de raad van bestuur en de raad van toezicht uitnodigen om met de raad en met de bewoners in gesprek te gaan.

Paans: "Want op feestjes gaat het over dit soort dingen, en daar hoort het hier ook over te gaan."

Van Omme: "Ook al is de raad niet bevoegd om op te treden, de raad kan wel zoiets organiseren. Moet je eens kijken wat er gebeurt als er zo'n sessie wordt gehouden en als die bestuurders afzeggen. Daar zullen de media zeker werk van maken."

Pruim: "We zijn debatten gewend in de sfeer van voor of tegen. Wij vinden dat de dialoog en de discussie terug moeten in de raadszaal."

Op die spreekwoordelijke verjaardagspartijtjes gaat het trouwens vaker om dingen die buiten het landelijke nieuws blijven. Ook die kleinere, lokale problemen moeten het stadhuis in. Van Omme: "Iedereen kijkt naar de raad. Die zou alleen met zichzelf bezig zijn en niks voor elkaar krijgen. De raad kan zich wel breder inzetten voor het geheel, door iedereen erbij te roepen."

Dat gesprek moet ook worden gevoerd met de besturen van bibliotheken, corporaties, scholen, ook of juist als ze níet in de problemen zitten. Die maatschappelijke instellingen waren vroeger van ouders, van huurders, van leden. Nu zijn ze ontheemd, verweesd, van niemand meer. "De politieke verantwoording is niet geregeld. Dat gaat niet goed, er moet wat gebeuren. Laat ze de raad uitleggen wat zij voor de stad en voor hun achterban doen", vinden Pruim en zijn twee collega's.

Controletaak
De drie zijn raadsgriffier, een functie die bestaat sinds in 2002 het bestuur van gemeenten ingrijpend werd veranderd. Net als in Den Haag de Tweede Kamer en het kabinet, moesten raad en college van burgemeester en wethouders meer tegenover elkaar komen te staan. In dit zogenoemde duale stelsel worden wethouders niet langer gekozen uit de gemeenteraad, zij kunnen ook buiten de raad om benoemd worden - net zoals lang niet alle ministers in het parlement worden gevonden.

De gemeenteraad, als enige orgaan dat direct wordt gekozen door de inwoners, moest meer werk gaan maken van zijn controletaak. Om de raadsleden daarbij te helpen, kregen gemeenteraden een griffier, een ambtenaar die in Almere en Amersfoort een staf heeft van een stuk of acht mensen, en in Rotterdam 23. Paans, Pruim en Van Omme kennen elkaar van het eerste uur en zetten zich actief in voor hun nieuwe beroepsgroep. Aan het werk willen ze nu een nieuwe dimensie toevoegen. Ze zijn griffier van de raad, maar ze willen ook griffier van de burger zijn, een 'bruggetje naar het stadsbestuur', zoals Pruim het omschrijft.

Want we leven, zeggen de drie, in de eeuw van het burgerschap. "Er zijn allerlei grote en kleine initiatieven van mensen, heel veel mensen hebben ideeën. Bij de griffier geven ze daar nog weleens uiting aan, maar het bestuur heeft geen belang bij meedenkende burgers. Inspraak is eendimensionaal, bezwarenprocedures ook", signaleert Pruim.

Het drietal is ervan overtuigd dat dat model aan verandering toe is. Kennis is verspreid over veel meer mensen dan voorheen, er is een enorme deskundigheid onder burgers. De griffiers hebben meegemaakt dat ambtenaren en architecten op bijeenkomsten met bewoners met de mond vol tanden stonden. De verzamelde burgers wisten meer dan de professionals, stellen ze vast. Ze merken ook dat de politieke elite gewone mensen nog weleens wegzet als oninteressant en dom, maar bij bijvoorbeeld de stadsdebatten in Rotterdam lieten juist de 'havenarbeiders met blanke pit' zien dat ze gefundeerde meningen hebben over hun buurt, en dat ze desgewenst best een handje willen helpen.

Inwoners als gast
De dualisering heeft al veel veranderd in het contact tussen politiek en burgers. Er zijn politieke markten, waar het veel informeler aan toegaat dan bij een gewone raadsvergadering: er wordt vergaderd op locatie, gemeenteraden nodigen inwoners uit als gast, burgers evalueren het raadswerk, er zijn raadspanels en rondetafelgesprekken.

Maar er kan meer, veel meer, zeggen de drie. Vooral via internet zijn er 'geweldige mogelijkheden' voor contact tussen burgers en politiek. Inwoners kunnen hun kennis inbrengen, ze kunnen worden betrokken bij beslissingen. Zo kunnen raadsleden de ruimte pakken die bestuurders laten liggen, vindt Pruim, die ter illustratie de laatste column van James Kennedy in Trouw heeft meegenomen. "Besturen liefst zonder burgers", stond erboven - treffender kan de raadsgriffier de moderne bestuursstijl niet karakteriseren.

Nu er zoveel nieuwe mogelijkheden tot contact bijkomen, kan er aan de traditionele kant wel wat af, menen de drie griffiers. De veelal maandelijkse raadsvergadering om besluiten te nemen kan volgens hen worden beperkt tot vier keer per jaar. De rest kunnen raad en college per mail afhandelen.

Of dat allemaal kan binnen het huidige systeem waarin de politiek is georganiseerd via politieke partijen, dat betwijfelt het drietal. Wie politiek actief wil worden, moet haast wel lid worden van een landelijke politieke partij of zich aansluiten bij een lokale club. Voor zichzelf beginnen kan ook, maar zonder ruggesteun van een groter geheel vereist dat veel lef en tijd.

De griffiers komen zat mensen tegen die graag meedenken over de stad, maar die er niet aan denken zich te melden bij een politieke partij. Ze noemen het partijensysteem daarom in zichzelf een belemmering voor nieuwe vormen van democratie die gericht zijn op alle burgers.

In links en rechts denken
Van Omme vindt het werken met een coalitie en een oppositie niet meer van deze tijd, zeker lokaal: "Dat kan zelfs destructief zijn", zegt ze. "Landelijke partijen zijn geworteld in het bestuur en niet in de samenleving. Op lokaal niveau is het vaak moeilijk om in links en rechts te denken. Je ziet het in de stad, de PvdA kan voor verhogen van de maximumsnelheid zijn, de VVD kan heel veel doen voor de Voedselbank."

Het stadsbestuur is echter ingericht op de coalitie, de helft plus een, en de oppositie, de helft min een, die de coalitie weg wil hebben. Dat systeem leidt tot slechte debatten, vindt ze, waarin raadsleden van de oppositie op zoek zijn naar dingen waar ze het niet mee eens zijn, in plaats van dat ze samen oplossingen voor problemen willen bedenken. En de coalitie is slechts gericht op het in stand houden van het college. Van Omme: "Ik hou van een coalitie die kritisch blijft, en een oppositie die ook eens zegt: Coalitie, dit is top!"

Ze ziet dat lokale partijen meer ruimte hebben voor een zelfstandig oordeel. In Rotterdam heeft Leefbaar Rotterdam de cultuur op het stadhuis veranderd, zegt Paans, in die zin dat de starre verhoudingen zijn doorbroken. Ook weet die partij kiezers aan zich te binden die anders het stemhokje voorbij waren gelopen. Dat beïnvloedt de houding van de traditionele partijen. Een regent redt het daar definitief niet meer.

En een raadslid, redt die het, heeft die voldoende kennis en deskundigheid om als gelijke op te treden van de moderne burger, kritisch en deskundig? "O ja, binnen bestuurlijk Nederland hoor je veel klagen: de raad heeft geen niveau, geen nivoooo", schampert Van Omme. "Onze ervaring is dat ze goed zijn."

Pruim hoort de klacht vaak van professionals, die vinden dat het raadswerk draait om vakinhoud, om deskundigheid, om debatteren. Hij stelt andere eisen: "Het gaat om betrokkenheid bij de samenleving, om luisteren, om wijsheid. Het kan niet zo zijn dat het jaren duurt voordat je dat in de vingers hebt. Betrokkenheid van burgers moet je niet weggooien, dan krijg je technocratie."

Paans krijgt de raadsleden bij het begin van hun periode allemaal stuk voor stuk om de tafel. Ze beginnen allemaal met passie. "Let op, zeg ik dan, dat je dat vasthoudt. Want als je niet uitkijkt, is die passie over vier jaar verdwenen in bestuurlijke bagger en is de burger helemaal uit het zicht verdwenen. Terwijl je het daarvoor deed!"

undefined

Zonder burgers gaat het niet
Het wordt hoog tijd dat ook het kabinet zich buigt over de inzet van burgers. Negen adviesorganen roepen het kabinet op mee te denken over vernieuwing van de relatie overheid-burgers.

Een blauwdruk voor burgerbetrokkenheid is er niet. En net zomin als de raadsgriffiers kunnen de negen adviesorganen die geven, schrijven zij in een recente brief aan het kabinet. Maar zij nodigen het kabinet wel uit met hen mee te denken over de bijdrage die burgers leveren aan de samenleving.

Zelf hebben zij dat al gedaan; over burgerbetrokkenheid is het afgelopen jaar een flink aantal rapporten verschenen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bij voorbeeld kwam in het voorjaar met de doe-democratie. Dat concept richt zich niet alleen op de burgers die op tal van manieren iets maatschappelijks ondernemen. De WRR sprak ook nadrukkelijk overheden en maatschappelijke organisaties aan. Ook zij moeten meer overlaten aan burgers, vindt de WRR, en dat vergt een omslag in hun denken.

Kortgeleden kwam de Raad voor het Openbaar Bestuur met een advies dat daar nauw op aansluit. 'Verandering hangt in de lucht', constateert de raad onder leiding van oud-politicus Jacques Wallage. De verhouding tussen overheid, markt en burgers is aan vernieuwing toe. De verzorgingsstaat liep al eind jaren tachtig tegen zijn financiële en ideologische grenzen. De markt moest uitkomst brengen, maar ook die bleek beperkingen te hebben. Nu komt de burger in beeld: die kan, zo is de heersende gedachte in de Haagse advieswereld, veel meer dan ambtenaren en politici denken. En die burger doet ook al veel meer, maar vindt daarbij nog te vaak de overheid tegenover zich. De overheid moet meedenken over maatschappelijke initiatieven, vindt de Raad van het Openbaar Bestuur, en ze niet reguleren of overnemen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden