Goochelen in de geest

De denker van Rodin wankelt op zijn sokkel, na een halve eeuw van psychologische experimenten. Daar komt hij uit als een labiele draaikont: voortdurend schaaft hij aan zijn standpunten om het in zijn hoofd weer pas te krijgen. Gisteren nog vond hij de Smart Fortwo een vreselijk koekblik, vandaag oogt-ie plots geinig. De denker moest wel, hij heeft er zojuist een gekocht. Deel vier van een serie.

Geduldig wachten The Seekers 20 december 1955 op hun verlossing. Een vloed zal de aarde daags daarop overspoelen, maar Marion Keech en haar volgers zullen om middernacht worden gered door een ruimteschip van de planeet Clarion. Keech heeft instructies gekregen door middel van automatisch schrijven: onzichtbare Clarion-geesten sturen haar handen op het papier.

De sekteleden hebben er alles voor opgegeven: hun baan, hun bezittingen en het contact met geliefden. Rustig tellen ze om twaalf uur de slagen van de klok: geen raket. Een sociaal psycholoog die zich als mol in de sekte heeft begeven, tekent de radeloosheid op. Hij noteert dat om 4 uur ’s nachts Marion de bevrijdende boodschap van Clarion doorkrijgt. Haar handen beven op het papier: „U allen hier heeft zoveel goedheid en licht gebracht, God zal de aarde sparen.”

Vreugde alom, de voorheen zwijgzame sekte schreeuwt het van de daken en in de media. Precies als de psycholoog Leon Festinger had voorspeld: hij had niet voor niks een infiltrant gestuurd. Voor korte tijd zou de Seekers-wereld aan diggelen liggen, voorzag Festinger, daarna zou Marion Keechs geest er een bevrijdende draai aan geven.

En zo geschiedde, omdat ook Keech maar een mens was. Wat hier gebeurde, bestempelde de psycholoog later als cognitieve dissonantie. Dat lelijke begrip beklijfde in het jargon: het komt erop neer dat strijdige gedragingen en opvattingen in ons hoofd zo veel ongemak oproepen, dat er wat geboetseerd moet worden, willen we de mentale harmonie herstellen. Zodra het te veel wrikt boven, tegenstrijdige houdingen en gedragingen te veel botsen, dan gaan we er een mouw aan passen.

Nu lijkt dat logisch. Je kunt lang volhouden dat je een Smart Fortwo een onooglijk koekblik vindt, maar als je vanwege het koopje er zelf een aanschaft, krijgt het vehikel in je hoofd al gauw een stoerder uiterlijk. En terwijl je eigenlijk meer zin had in een Toyota, begin je daar nadien allerlei onvolkomenheden aan te ontdekken. Er moet duidelijk iets worden rechtgebreid van boven.

Tekenend is de proef van Jack Brehm die vrouwen een reeks van huishoudelijke spullen een cijfer liet geven. Na afloop mochten ze nummer zes of zeven van hun lijst meenemen, zeg een mixer of een toastapparaat. Een tijdje later moesten ze hun oordeel nog eens herhalen: had iemand gekozen voor de mixer, dan steeg die in de nieuwe lijst, en zakte de toaster een eindje. Onze hersenen redeneren zichzelf achteraf naar hun gelijk toe, een soort mentaal goochelen.

Ditzelfde mechanisme resulteert soms in bizarre geestelijke kronkels, die haaks staan op onze ’mensenkennis’ van voor 1950. Tot dan dachten psychologen dat we in gedragingen én opvattingen vooral worden gesterkt als ze lonend zijn, in duiten of complimenten. Maar soms blijken we gedrag dat we van onszelf niet kenden naderhand juist te rechtvaardigen als er geen instemming of een heel karige beloning van anderen op volgt.

Dat vertellen vele experimenten. Zo moesten proefpersonen rechthoekige pennen in een gaatjesbord een kwartslag draaien, eerst met de linker- daarna met de rechterhand, tot ze een ons wogen. Dom, saai gedoe, maar de experimentator stond met de stopwatch in de hand, dus het was blijkbaar ergens goed voor. Na afloop verzocht hij de deelnemer om het volgende slachtoffer te roepen, en vroeg hem te zeggen dat het een boeiend experiment betrof.

De helft van de proefpersonen kreeg er een halve dollar voor, de andere helft 20 dollar, een vorstelijk bedrag in die dagen. Wie van de deelnemers vond het experiment achteraf het aardigst? Onze intuïtie zegt de 20-dollarlui, maar de werkelijkheid is andersom.

En de verklaring? De spekkopers denken met een gerust gemoed „Wat een flutproef, maar ik deed het graag voor 20 dollar”. Die leugen tegen de collega nemen ze op de koop toe. De karig bedeelde deelnemer vond het ook niks, draaide het volgende slachtoffer een loer en dat alles voor een fooitje. Dat schept te veel mentale disharmonie. En hoe lost de geest dat op? Door zichzelf te vertellen dat het achteraf bezien best een aardige opdracht was. Zo vervliegt de leugen en is die magere beloning minder erg.

Is de denker van Rodin werkelijk zo’n sukkel? Zeker, bleek bij herhaling. Hoe meer narigheid hij doorstaat, hoe meer rechtvaardiging hij ervoor zoekt. Vrouwelijke studenten zouden deelnemen aan een discussie over ’seksuele zaken’, maar de helft moest daarvoor eerst woorden als geil, kut en erger hard opdreunen. De andere helft mocht het bij nette romantiek houden, liefde, genegenheid enzovoort. Daarna belanden alle deelnemers in een discussie over seks bij ja, bij insekten. „Waardeloos”, oordeelden de ’nette vrouwen’ later.„Toch wel interessant”, vonden de ’schunnige vrouwen’ achteraf. Ze hadden niet het schaamrood op de kaken verdragen om vervolgens een saai biologisch praatje aan te horen. Dat vloekt te veel met elkaar.

Nog een berucht voorbeeld: studenten die zich vrijwillig het meest onterend lieten ontgroenen, bleken naderhand opmerkelijk positief te zijn over de groep waar ze nu toe behoorden. We moeten ons lijden een plaats geven, betoogt Joel Cooper in het net verschenen ’Cognitive Dissonance (Fifty years of a classic theory)’.

Cooper presenteert een bloemlezing van cerebrale wendingen om met ons disharmonische gedrag in het reine te komen. En die verbouwinkjes boven druisen niet zelden tegen het boerenverstand in. Stuur iemand het bos in met een kreupele of laat hem een spel spelen met een kneus zodat het hem geld kost: als je hem van tevoren waarschuwt voor de gebreken van zijn partner maar de proefpersoon waagt het toch, dan zal hij zijn keuze later voor zichzelf billijken door de stumperd aan zijn zijde heel aardig te gaan vinden.

Laat je studenten een praatje houden waarin ze voor hoger collegegeld pleiten, dan passen ze hun eigen, volstrekt tegenovergestelde mening naderhand iets aan. Zelfs bevriende studenten die hun oren bij dit tegendraadse betoog eerst niet konden geloven, schuiven later iets op in hun standpunt. Hun vriend hè!

Vanwaar die noodzaak om mentale rimpels glad te strijken? Wat knelt er zo erg aan gedrag waarmee we onszelf verbazen? De spanning is in elk geval fysiek meetbaar, onder meer aan de verhoogde huidgeleiding als gevolg van zweet. Als je mensen daarbij nog verder opjut door ze ongemerkt wat amfetamine toe te dienen, dan praat hun geest nog harder op zichzelf in om de plooien te effenen.

De traditionele theorie zegt dat een mens niet overweg kan met strijdigheden in zijn gedrag en opvattingen. Volgens de grondlegger, Leon Festinger, zijn we neuronaal zo bedraad dat we de spanning van onlogisch, inconsequent gedrag wel móeten oplossen.

Zijn volgeling Elliot Aronson bevestigt het nog eens in ’The Science of Social Influence’ (2007). We zijn de gevangene van een harmonieus, vaak positief zelfbeeld: we wensen niet te lijden of liegen zonder goede reden. Doen we het toch, dan kneden we het leed om tot zinvolle inspanning en de leugen tot (halve) waarheid.

Maar volgens Joel Cooper struikelen we niet zozeer over de inconsistentie in ons gedrag, maar over de kwalijke gevolgen. Hoe kun je tegen je eigen mening in pleiten voor hoger collegegeld en je medestudenten duperen? Daar valt niet mee te leven: praat jezelf dan maar aan dat die verhoging nu eenmaal noodzakelijk is.

En overtuig jezelf van de juistheid van een ogenschijnlijk verkeerde keuze. Dat is volgens Cooper ook de reden waarom Bill Clinton als president het hoofd boven water hield. Natuurlijk, het was een bedrieger, met zijn seksuele escapades. Maar hoe meer hij als echtgenoot in de ogen van zijn kiezers faalde, hoe meer zij hem begonnen op te hemelen. Die slippertjes hadden ze wel zien aankomen, het was toch al die tijd een puike president geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden