González' redding komt uit Catalonië

MADRID - Bescheiden en 'softspoken' als hij overkomt, kan Raimon Obiols nu toch enige trots niet verbergen. Een paar dagen voor het cruciale onderhoud met de Catalaanse leider Jordi Pujol, nu ruim een week geleden, vroeg premier Felipe González hem op het Palacio de la Moncloa, het Spaanse Catshuis.

González vertrouwde Obiols toe dat hij grote zorg had of de onderhandelingen met Pujol wel tot een goed resultaat zouden leiden. Het politieke voortbestaan van zijn regering hing daar immers vanaf. “Maak je geen zorgen, présidente”, had Obiols geantwoord, “ik heb het geregeld.”

Raimon Obiols I Germa kent Pujol goed. Behalve secretaris internationale betrekkingen van de Partido Socialista Obrero Espagnol is hij eerste secretaris, de chef, van de PSOE in de autonome provincie Catalonië. En daar heeft hij bijna dagelijks van doen met de Catalaanse regeringsleider en voorzitter van de grootste partij daar, Convergencia i Unio, waarmee de PSOE ook op regionaal niveau samenwerkt. Vandaar dat 'voormasseren' van het pact tussen González en Pujol, waardoor de 159 socialisten in de Cortes, het Spaanse parlement, tenminste tot eind 1995 verzekerd zijn van de steun van de 17 leden van de CiU-fractie. Net genoeg voor de meerderheid in de 350 zetels tellende Cortes.

Stabiel

“De positie van González is voor de komende tijd behoorlijk stabiel”, zegt Obiols in het Madrileense PSOE-hoofdkwartier. “Belangrijk, want dat geeft ons weer de mogelijkheid om orde op zaken te stellen, intern in de partij, en in het land. We moeten tijd winnen en scenario's ontwikkelen om er weer bovenop te komen.”

Want dat de al sinds eind 1982 regerende PSOE in een diep dal zit, geeft hij volmondig toe. Corruptieschandalen, de economische crisis, een openlijke breuk met de 'natuurlijke' bondgenoot, de socialistische vakbeweging UGT, plus nog eens de richtingenstrijd tussen de 'rekkelijken' en 'preciezen' in de PSOE, de aanhang van de links-liberale, modernistische vleugel rondom González, de 'renovadores', versus de 'guerristas', de meer orthodoxe, gestaalde kaders achter Alfonso Guerra, ooit wapenbroeder en politieke rechterhand van de premier.

Het heeft er allemaal toe geleid dat de PSOE, die zichzelf na vier achtereenvolgende verkiezingsoverwinningen - de laatste, in '93, relatief - als de vanzelfsprekende politieke macht beschouwde om Spanje de 21e eeuw in te tillen, zich bij de verkiezingen voor het Europese Parlement, in juni dit jaar, voorbijgestreefd zag door de conservatief-rechtse oppositiepartij, de Partido Popular. Nog geen onoverkomenlijke ramp, vindt Obiols, Eurostemmen zijn toch meestal proteststemmen tegen de zittende regering, maar wel een teken aan de wand.

Vandaar het belang van het pact, want bij onverhoopt vervroegde parlementsverkiezingen, de volgende zijn volgens schema medio '96, zou de PP onherroepelijk de grootste partij zijn geworden, de nog steeds grote persoonlijke populariteit van González ten spijt. Naast het desastreuze effect van twee grote corruptieschandalen in de partij, dit voorjaar, is het toch vooral het politieke cynisme in het land dat de PSOE de das omdoet, zegt Raimon Obiols. Twaalf jaar dezelfde gezichten aan het bewind, althans in het Moncloa, is natuurlijk niet niks, dan treedt slijtage op.

Maar het gaat verder, en hier spreekt de secretaris internationale betrekkingen, in heel Europa is sprake van ideologische desillusie, al sinds de val van de Muur en het einde van de Koude Oorlog. Alles draait om geld, alles draait om macht en persoonlijk gewin, en fraude en corruptie lijken de nieuwe sleutelwoorden in de politiek, kijk naar Italië, kijk naar Frankrijk. En wie de media beheerst, beheerst de politiek, berlusconisering, noemt hij het.

“Daarom hebben we tijd nodig, om de banden met de vakbeweging weer te herstellen, voor de strijd tegen de corruptie, om de politieke atmosfeer te zuiveren. En om te profiteren van het economisch herstel dat zich in heel West-Europa aandient, en dat nu ook in Spanje begint door te dringen”, zegt Obiols.

De reactie van de Partido Popular op het nieuwe regeerakkoord met de CiU noemt hij dwaas. “Ze zitten te popelen om vervroegde verkiezingen, en die kans is voorlopig verkeken. Nu hebben ze het over een 'agravio comparativo', de PSOE heeft de steun van de CiU gekocht, en ook van van de Baskische nationalistische PNV, goed voor vijf zetels, ten koste van de andere regio”, zeggen ze. “Het is volkomen logisch”, zegt hij, “dat de CiU, en ook de PNV, liever met de PSOE in zee gaat dan met de PP, die wat 'conservatieve' signatuur betreft eigenlijk meer in hun richting komt.” De Franco-dictatuur hangt nog steeds als een schaduw over Catalonië en Baskenland. Tijdens het franquisme was er geen sprake van autonomie in die provincies, mocht zelfs de eigen taal niet gesproken worden. De PP wordt nog vaak geassocieerd met het franquisme, ze is een voortvloeisel uit de Alianza Popular, de partij van Manuel Fraga, de oude Franco-minister en nog steeds een machtige figuur achter de schermen van de PP.

“Maar ik moet zeggen dat ik liever van doen heb met Fraga dan met de huidige leider van de PP, José Maria Aznar, hoewel die pas begin veertig is. Fraga is veranderd, is eerlijk in zijn opvattingen, van Aznar weet je niets. Die is blanco, 'inquietante', onrustbarend, maar dat is heel persoonlijk hoor. Een grote coalitie tussen PP en PSOE? Ondenkbaar, zelfs als we bij volgende verkiezingen geen van beide over een voldoende meerderheid beschikken.”

Maar in heel Catalonië is de PP niet bijster populair, zegt hij. “Wanneer bij meetings van de CiU de naam Aznar valt, klinkt meteen een hels fluitconcert. Dat is prima voor ons natuurlijk, voor de PSOE. Nee, we zijn niet politiek gegijzeld door Pujol en zijn CiU, de PSOE is gewoon de meest logische bondgenoot van de CiU, wij staan een meer federalistisch Spanje voor, met verregaande autonomie voor Catalonië, en ook Baskenland. De PP is veel centralistischer, daar moet de macht in Madrid blijven.”

Bovendien, zegt hij, kan Pujol niet zomaar overstappen naar de PP. “De CiU is naast nationalistisch-populistisch ook een partij van de gegoede midenklasse, zeg maar een bourgeois-partij, met goede relaties in de financiële wereld in Catalonië. En die wenst stabiliteit, een politieke crisis is niet goed. En Pujol heeft zich daaraan aan te passen.”

En zo snijdt het mes aan twee kanten. González heeft Pujol nodig en vice versa. In de lobby van de 'rode burcht' van de PSOE aan de Calle Ferraz hangt nog een wat verschoten affiche uit vergane jaren. Daarop zie je Felipe González op het balkon van het Palace Hotel, de plek waar de socialisten al sinds 1982 hun verkiezingsavonden houden, triomfantelijk met de roos in de vuist. 'La Fuerza de la Futura', staat eronder, 'de toekomstige macht'. Felipes arm wordt ondersteund door zijn strijdmakker van toen, Alfonso Guerra. Eigenlijk zou Jordi Pujol nu diens plaats moeten innemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden