González houdt de schade voor de socialisten beperkt

MADRID - De vreugde in de Calle de Génova, voor het hoofdkwartier van de Partido Popular, is uitbundig. Vooral in het begin van de avond wanneer de eerste voorlopige uitslagen een score voor de conservatieven belooft die dicht in de buurt komt van de absolute meerderheid in het Spaanse parlement.

De vele duizenden juichen hun helden binnen in het pand hartstochtelijk toe, maar naarmate de avond vordert en de meerderheid van de PP slinkt, neemt ook het verbale enthousiasme buiten wat af, om slechts op te laaien zodra de lampen van de tv-camera's weer aangaan. En in de kleine uurtjes na de definitieve uitslag voor de Cortes toert nog slechts een enkele met PP-vlaggen gedrapeerde auto luid claxonnerend door Madrid, terwijl binnen in het PP-hoofdkwartier achter de façade van de euforie José María Aznar en zijn PP-denktank zich het hoofd breken over hoe ze met deze 'ja, maar' - en 'nee, hoewel' -uitspraak van de Spaanse kiezers uit de voeten kunnen.

'Ja, maar' voor Aznar. De jeugdige PP-leider heeft de zondagse parlementsverkiezingen dan wel gewonnen, maar met zijn 156 zetels - een winst van 15 - blijft hij precies 20 zetels onder de absolute meerderheid in de 350 koppen tellende Cortes. Een absolute meerderheid waarop toch wel was gerekend, getuige ook de verkiezingsslogan 'Con la Nueva Mayoría' en met in het achterhoofd de peilingen die onverdeeld gunstig uitpakken voor de PP en al even rampzalig voor de socialistische PSOE van premier Felipe González. De PP schommelt in de weken voor de verkiezingen voortdurend rond de 42 procent, met de PSOE op een achterstand van zo'n 10 punten. En met 40 procent van de stemmen zit men volgens het Spaanse kiesstelsel al op de absolute meerderheid.

Was het niet het symbool van de PSOE dan zou je zeggen: op rozen, maar Aznar en zijn PP blijven steken op 38,8 procent, met de PSOE van González nog geen anderhalf procent daarachter. Dank zij die 37,5 procent en een zeteltal van 141 - een verlies van 18 - heeft González niet alleen de schade beperkt gehouden, maar zichzelf en zijn partij als een soort Baron von Münchhausen uit het moeras weten te trekken.

Een 'nee, hoewel'-keuze voor González dus. Natuurlijk zijn de 32,5 miljoen stemgerechtigde Spanjaarden niet vergeten in welke puinhoop de regering-González de laatste twee, drie jaren verzeild geraakt was. Schandaal na schandaal trof de Partido Socialista Obrero Español. Corruptie, fraude, afluisterpraktijken, niets ging voorbij aan de partij die al sinds oktober 1982 aan de macht was, met steeds slinkender meerderheden trouwens, en de laatste periode alleen nog met de gedoogsteun van de Catalaanse nationalistische partij CiU. Maar het meest verwoestende was wel de Gal-affaire, de van hogerhand gefinancierde en geïnstrueerde clandestiene doodseskaders die in de jaren tachtig dood en verderf zaaiden onder de aanhang van de Baskische terreurbeweging Eta. En soms ook daarbuiten.

Dit alles is González aangerekend, afgelopen zondag, maar toch niet zo zwaar als ter linkerzijde was gevreesd en te rechter- gehoopt. In een knorrig commentaar op de uitslag schrijft El Mundo, de krant die zo ongeveer is opgericht om González en zijn PSOE te gronde te richten, over 'España profunda, het 'diepe Spanje', dat - uit angst voor echte verandering - heeft voorkomen dat Aznar met een comfortabele meerderheid kan gaan regeren. Het conservatieve, syndicale, rurale, zeg maar achterlijke Spanje dat zich achter Felipe heeft geschaard versus het moderne, veranderingsgezinde en vooral jeugdige Spanje verpersoonlijkt door de eigentijdse Aznar, zo is de teneur. González, ooit de lieveling van alles wat anti-autoritair, links, 'young and beautiful' was, nu neergezet als een reactionaire man die de 'normalisering' van Spanje in de weg staat. Het kan verkeren.

Nu moet gezegd dat González in de eindspurt naar de stembus zich al evenmin wars heeft getoond van staaltjes demagogie. Op zijn laatste campagnemeeting in Madrid, afgelopen vrijdag, poetst hij nog eens de aloude, inmiddels ondergestofte en veel misbruikte linkse strijdkreet op uit de Spaanse burgeroorlog, in de jaren dertig. Gebruikt door de republikeinse verdedigers van Madrid, ten tijde van het beleg door de troepen van 'generalissimo' Franco. 'No pasarán', 'ze komen er niet door!', klonk het toen met de stem van 'La Pasionara' over de radio van de verdedigers. 'No pasarán', klinkt het die vrijdag weer, nu uit de mond van González, en de vuisten gaan klassiek omhoog. Aznar en alles wat ter rechterzijde staat, reageren furieus en beschuldigen González van het van stal halen van het spook van het fascisme, van angstaanjagerij, door de PP zo ongeveer op één lijn te stellen met de Franco-dictatuur.

Misschien heeft deze truc op het platteland nog wel succes gehad, maar zeker wat Madrid betreft heeft dit González niet mogen baten. De toch al niet uitgesproken linkse hoofdstad maakt een ruk naar rechts en 'gaat' met bijna 50 procent van de stemmen naar de PP, terwijl de PSOE terugvalt op een kleine 31 procent. En de traditioneel rode ceintuur om de stad, de linkse voorsteden en buitenwijken, is sedert zondag ook overwegend PP-blauw van kleur.

Maar dat is dan ook bijna het enige wapenfeit waarop Aznar en de zijnen kunnen bogen. De PP-leider mag dan tijdens zijn persconferentie, gisteren in de hoofdstad, benadrukken dat hij zich persoonlijk zeer tevreden en gestreeld voelt met de uitslag, de term 'persoonlijk' geeft al aan dat zijn optimisme bepaald niet door hoog en laag binnen zijn partij wordt gedeeld.

Aznar heeft met zijn 156 zetels geen regeerbare meerderheid, en hij zal op zoek moeten gaan naar versterking uit andere gelederen. Aangezien een grote coalitie - PP en PSOE - in Spanje is uitgesloten, zal hij zijn oren moeten laten hangen naar de Catalaanse CiU, de enige partij die een beetje in zijn buurt komt en die met 16 afgevaardigden over een behoorlijk zeteltal in de Cortes beschikt.

CiU-leider Jordi Pujol is dus Aznars eerste doelwit, of omgekeerd, want reken maar dat de sluwe, politiek door de wol geverfde Catalaanse nationalistenleider het onderste uit de kan zal halen in ruil voor steun aan de PP. Aznar zal moeten bloeden, en wellicht zelfs zover gaan om ministers van CiU-snit op te nemen in zijn kabinet. Een kabinet gegijzeld en gemanipuleerd door Pujol, die dan met recht de sterke man van Spanje kan worden genoemd. Dat wordt dan trouwens een bizar monsterverbond tussen de PP die zich vanuit Madrid steeds het felst heeft verzet tegen de in haar ogen 'seperatistische' eisen van de Catalaanse nationalisten, die gruwt bij de gedachte aan grotere autonomie voor de regio's als Catalonië of Baskenland, en de CiU die zich bij monde van haar fractieleider in de Cortes, Molins, nog maar enkele dagen geleden liet ontvallen er helemaal niets voor te voelen met de 'autoritair-centralistische' PP in zee te gaan. Maar zelfs met de CiU is Aznar er nog niet. Hij komt dan nog 4 zetels te kort voor de absolute meerderheid. Zeker, de Baskisch-nationalistische PNV heeft er 5, maar die verhouden zich tot de PP helemaal als water tot vuur, en de Coalición Canaria, goed voor 4 afgevaardigden in de Cortes, is een wat merkwaardig geïsoleerd clubje waarvan de kleur zeer onduidelijk is. Het worden zeer zware tijden voor de beoogde jonge premier, in de politiek toch al niet zo gepokt en gemazeld. En ondertussen viert de nieuwe oppositieleider Felipe González vandaag in alle rust zijn 54ste verjaardag. En er valt vast wel wat te vieren, zeker na het afscheidscadeau van afgelopen zondag op zak. En wie weet, bij mislukken van de formatie-Aznar, is er voor hem misschien toch nog een promimente rol weggelegd. Al dan niet via hernieuwde verkiezingen.

Pagina 9: Ons commentaar

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden