Golvend en kronkelend Groninger land

Hij staat in de route van en naar Winsum pas aan het eind vermeld, maar de mededeling dat de oudste herberg van Nederland zich in dit Groningse plaatsje bevindt, lokt als een Sirene. Dat blijkt terecht. De pas nieuwe eigenaren van De Gouden Karper voorzien de wandelaar van een uitstekende kop koffie. Deze doorleefde ruimte, 450 jaar oud, geeft vooral een warm gevoel en gespreksstof, zo aan het begin van een tocht over de Groningse weiden en velden.

Winsum is trouwens zelf ook een parel, met kronkelende, zeer schone straatjes, twee oude windmolens en een snoeperig kerkje. Vanaf de boogbrug achter De Gouden Karper krijgt de wandelaar een schilderachtig uitzicht op het Winsumerdiep, waarlangs eeuwenlang de bebouwing zich concentreerde. Het dorp is nog veel ouder dan De Gouden Karper. In 1057 kreeg het al munt-, markt- en tolrechten waardoor het zich kon ontwikkelen tot een handelsplaats van enig belang.

Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar ook de velden die ten westen van Winsum opdoemen, zijn doordesemd met historie. In de buurt van Schilligeham loop je over 1000 jaar oude paden. Monniken van het Cisterciënzerklooster in Aduard, in de Middeleeuwen een bekende abdij in Europa, zetten zich al vroeg in om de zee terug te dringen door het aanleggen van dijken en sluizen. Met deze kennis loop je toch anders over de nog bestaande oeroude polderwerken.

Wat wel te zien is, zijn de subtiele welvingen van het land dat door mensenhanden is gevormd. De hoger gelegen delen, de wierden, moesten bewoners en hun vee bescherming bieden tegen het af en toe aanzwellende water. De loop van het Reitdiep en zijn zijarmen zijn vele malen aangepast. Sloten geven hier en daar nog wel aan hoe deze waterloop oorspronkelijk zijn weg volgde. Het Reitdiep, de verbinding tussen de stad Groningen en de zee, was zo bochtig dat een zeiltocht tussen twee plaatsen bij ongunstige wind soms dagen in beslag kon nemen, terwijl die plaatsen maar een paar kilometer van elkaar liggen.

De Groningse historica Nina van den Broek, die deze wandeling heeft uitgezet en er ook de nodige kennis bij levert, omschrijft het Schaphalsterzijl als ooit een van de meest karakteristieke Groningse plekjes. Hier was de waterstaatgeschiedenis van het Reitdiep, en daarmee wellicht van de hele provincie, samengebald. De sluizen ('zijlen' op zijn Gronings), de dijken en het sluiswachtershuis zijn daar getuige van geweest. Deze waterstaatkundige werken in de bocht genaamd Schapehals dateren uit 1459. Met een dergelijke ouderdom moet er af en toe aan een opknapbeurt worden gedacht. In 2005 is dat voor het laatst gebeurd. Tegelijk is er een nieuw sluizencomplex annex gemaal naast gelegd. Van den Broek is daar niet blij mee. Het is gedaan 'zonder enig respect voor de historie'. De verstilde sfeer die Schaphalsterzijl altijd heeft gekenmerkt, is verpest door het 'nieuwe gemaalgebouw met zijn moderne toeters en bellen', zo schrijft ze toch een tikje boos.

Gelukkig voor haar laat het daarna opdoemende Schouwerzijl wel compassie met de lokale historie zien. Het is iets van de route af, maar aan de Zijlvestweg 26 bevindt zich een voormalige sluiswachterswoning. Op de schoorsteen van dat huis staat een zogenoemde 'gek', een kap waarmee de trek in de schoorsteen kan worden geregeld. Die gek is gesmeed in de vorm van een aal als teken dat de sluiswachter het exclusieve recht had paling te vangen en te verkopen.

Bij het keerpunt van de wandeling ligt de hoogste wierde op de route: Groot Maarslag. Deze drie meter hoge terp dateert al van rond het begin van de jaartelling en is in al die eeuwen uitgegroeid tot een woonheuvel van 10 hectare. Tegenwoordig staan er nog maar een paar boerderijen. Het is leuk om er omheen te lopen, daarbij de aloude Ossengang volgend. Ook van heel vroeger is het aanpalende Lijkenlaantje waarlangs overledenen naar het kerkhof in Klein Maarslag werden gedragen. Het kerkhof bevindt zich er nog steeds, al hebben de grafstenen de tand des tijds amper doorstaan en is op de plek waar ooit het kapelletje stond slechts het grondplan te zien.

De terugweg vanaf Klein Maarslag is met minder geschiedenis gelardeerd, maar de open vergezichten met de wolkenluchten erboven blijven aangenaam gezelschap. Ook veel weidevogels zijn in dit jaargetijde je compagnon, al doet een enkele scholekster vooral veel moeite om je duidelijk te maken dat zijn nest en naaste omgeving no-go-area is.

Lopend langs het Winsumerdiep met zijn kanoclubs komt het dorp zelf weer in zicht, en dus de eeuwenoude herberg met zijn vele Belgische bieren als zoete beloning.

Spoorwandelen in Groningen
Routebeschrijving
Deze wandeling door het verrassende Groninger Hogeland is een welkome afwisseling voor de bossen, duinen, heiden en coulissen elders in Nederland. De oude, levendige dorpjes en de historische grond waarop je loopt geven de wandelaar een prettig gevoel.

De route staat beschreven in het boek 'Spoorwandelen' (uitgeverij Passage) van de Groningse historica Nina van den Broek. Daarin is vanuit elk van de 23 treinstations in de provincie Groningen een wandeling uitgezet. Van den Broek geeft naast een kaart, foto's en een beschrijving veel historische informatie over de omgeving en steekt haar mening over veranderingen daarin niet onder stoelen of banken. Van deze kennis is bij deze beschrijving dankbaar gebruik gemaakt. Het boekje heeft een ringband en is daardoor ideaal om mee te nemen.

Deze wandeling begint en eindigt bij het NS-station Winsum. Horeca is er alleen in Winsum.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden