Golven van gras

’Landschapskunst. Enig idee wat dat is?’, vraagt Saskia van Kampen, museumgids van De Paviljoens in Almere. Op een donkergrijze matras zitten zes mensen voor de wekelijkse rondtocht langs vijf grote landschapskunstwerken in Flevoland.

De gids vertelt over de beroemde tentoonstelling ’Sonsbeek buiten de perken’, in 1971 georganiseerd door Wim Beeren. Kunst moest niet langer in het museum te zien zijn, zelfs niet in een beeldentuin, maar overal in het land. In de duinen, in het bos, in het weiland.

We rijden naar de rand van een Almeers park, naar ’Polderland Garden of Love and Fire’ (1997) van Daniel Libeskind. De architect is bekend van het Joods Museum in Berlijn en van de nieuwbouw op de plek van het verwoeste WTC in New York.

Midden op het grasveld staat op een grijze strook een onderbroken muur van aluminium platen. Het glimmende obstakel trekt ons aan als een magneet. Via een bruggetje bereiken we de strook van antraciet grijze kiezelsteentjes. De muur blijkt een labyrint. Er zijn allemaal openingen tussen de platen, en achter de platen staan weer andere platen. Soms kun je er duidelijk tussendoor en op andere plekken niet. Vaker is het moeilijk in te schatten óf je er tussendoor kunt lopen. Als je het probeert blijkt dat je niet verder kunt waar je het wel had verwacht, of juist wél waar je het niet had verwacht.

Libeskind heeft niet alleen het labyrint ontworpen, dat is slechts het meest in het oog springend onderdeel van wat bedoeld is als meditatieve tuin. Libeskind is geïnspireerd door Juan de la Cruz, een katholiek mysticus uit de zestiende eeuw, voor wie de meditatie een stap is op weg naar vereniging met het hoogste. Het overdenken houdt niet op bij de parallel tussen het labyrint en het leven.

Op de luchtfoto bij de ’ingang’ van de installatie blijkt dat het labyrint op een van de drie strepen staat die elkaar kruizen als een ster. Aan de rand vormt een pad met bomen een andere strook, die uitkomt op een sloot die er haaks op staat. De tekst naast de foto meldt dat de waterlijnen in verschillende windrichtingen staan en Almere denkbeeldig verbinden met Salamanca, waar Juan de la Cruz woonde, en Berlijn, waar Libeskind woont. De abstracte verbinding met Berlijn en Salamanca weekt Almere los van de polder: Almere is opeens een Europese plek.

In Lelystad staat het tweede werk van de tocht: het ’Observatorium’ van Robert Morris, uit 1977. De oerversie was door Morris aangelegd voor de eerder genoemde tentoonstelling ’Sonsbeek buiten de perken’, maar door het gebruik van zand hield het werk niet lang stand in de duinen bij Velsen.

Vanaf de dijkweg tussen Lelystad en Swifterbant zie je achter een stuk bos een met gras bedekte cirkelvormige ’dijk’. Eromheen ligt een tweede, golvende dijk, met twee stenen V-punten en een ’roest-stalen’ V erin.

Als je over het pad naar het middelpunt van de cirkel van 90 meter doorsnede loopt valt de geometrie op. Staand op de middenstip zou je willen dat het nu de eerste lentedag was en de zon opkwam, want dan zie je de zon precies in het middelste vizier. Ook het begin van de herfst, de winter en de zomer is hier heel precies en met het blote oog waar te nemen.

Je staat haast automatisch stil bij het ritme van de seizoenen en de nietigheid van de mens ten opzichte van de kosmos.

Na de lunch in Natuurpark Lelystad -,,Zo ontdek je Flevoland ook eens”, zegt een van de reisgenoten enthousiast -, rijden we door naar ’Aardzee’ (1982) van Piet Slegers. Met vijf hectare is het golvende stuk land, met hier en daar een boom, even groot als de landbouwkavels in de omgeving: tien keer zo groot als een voetbalveld. Over een schelpenpad kom je op een open veld, dat hoger ligt dan de polderomgeving. Aan de randen en later ook in het midden, zijn er golven in het gras: glooiende verhogingen met stenen versterkingen waar de golf breekt. Als je doorloopt, krijg je het gevoel dat je de zee in zwemt; de enkele boom die hier nog staat doet denken aan een mast van een schip. Het is haast unheimisch om in je eentje naar het uiterste punt te lopen. Net als in de zee blijf je toch liever bij de kust en bij elkaar. Loop je toch verder, dan krijg je prachtig zicht op het landschap van Flevoland.

Hier is de polder zoals je verwacht in Flevoland: recht, veel gras, met zo nu en dan wat bomen die slechts geplant lijken te zijn om de eentonigheid te verdrijven. De moderne idylle, een groen harmonieus landschap onttrokken aan de zee, wordt echter ontsierd door een paar windmolens. Flevoland blijkt bedolven onder een bombardement aan windmolens.

Bij vier van de vijf land artwerken zijn windmolens te zien.

’Sea Level’ (1996) in Zeewolde, van Richard Serra, is de enige van de vijf installaties die binnen de bebouwde kom staat - waarschijnlijk is alleen daarom hier géén windmolen te zien. De twee donkergrijze, glimmende muren van ieder 200 meter lang, staan in elkaars verlengde. De onderbreking door een kanaal met een onooglijke betonnen brug erover is eveneens 200 meter lang.

De bovenkant van de muur is overal gelijk en verwijst naar het waterniveau van de Zuiderzee. Doordat de muur op een helling staat lijkt het als je dicht langs de muur loopt alsof je onder of juist boven water komt.

Het hoogste punt van de helling aan de ene kant van het kanaal is gelijk aan het zeeniveau, dus aan de muur. De andere muur ligt op een hogere helling. Daar is de top zo hoog als de dijken in de polder. Het wereldberoemde gegeven van het leven onder het zeeniveau is hier geabstraheerd in een strakke betonnen muur.

Terug in Almere komen we bij het vijfde werk: De Groene Kathedraal van Marinus Boezem, uit 1996. Op een op ware schaal getekende plattegrond van de kathedraal van Reims vormen 178 ranke Italiaanse populieren de contouren van de kathedraal. Als je door de installatie loopt zie je een betonnen patroon dat de gotische gewelven van de kathedraal weergeeft. Je hoort de wind door de bladeren suizen.

De populieren hebben over een jaar of twee hun maximale lengte bereikt, waarna ze af zullen sterven. Boezem juicht dit gegeven toe: de jonge gemeente Almere krijgt daarmee geschiedenis. Er ontstaat immers een moderne ruïne van de Almeerse kathedraal.

Toch heeft Boezem even verderop een tweede kerk uit de grond gestampt: de ’negatieve kathedraal’. Deze kathedraal is juist uitgespaard in eiken- en beukenhagen. Landschap, architectuur, natuur en beeldende kunst vloeien in elkaar over. Precies wat landschapskunst moet zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden