Goeroe blijkt wreedaard

Roy schetst morele ontreddering in India in spannende roman

Dag in dag uit verdringen massa's pelgrims en toeristen zich in de straten van Jarmuli, een aan zee gelegen Indiase tempelstad. De pelgrims lijken op zoek naar een religieuze ervaring, de toeristen worden aangetrokken door de bezienswaardigheden. Maar in Jarmuli staat lang niet alles in het teken van heiligheid en schoonheid. De uitgesproken erotische lading van het beeldhouwwerk dat de tempels versiert wordt gnuivend becommentarieerd door de gidsen die snel merken waar een door hen rondgeleide groep in geïnteresseerd is.

Jarmuli is het verzonnen, maar levensecht beschreven decor van Anuradha Roys roman 'Slapen op Jupiter'. Ze situeert er een verhaal over morele ontreddering dat doortrokken is van kritiek op de hedendaagse Indiase samenleving.

What you see is not what you get - het geldt in dit geval niet alleen voor de zogenaamd heilige stad, maar ook voor Roy's personages. Nomi (25) die in Jarmuli research wil doen voor een filmproject, heeft nog een ander, urgenter motief voor haar reis. Ze is vooral op zoek naar haar verleden. In haar bestaan heeft zich een heftige breuk voorgedaan toen ze er als zevenjarig meisje getuige van was hoe haar vader met bijlslagen werd vermoord.

Met deze schokkende gebeurtenis begint Roy deze geschiedenis, in haar karakteristieke beeldende, maar ook ingehouden stijl: "In het jaar dat de oorlog dichterbij kwam was ik zes of zeven en maakte ik me er niet druk om. Ik woonde samen met mijn broer, vader en moeder en onze hut had twee kamers met matten op de vloer en een rij houten haken waaraan onze kleren hingen en 's avonds zaten we buiten op het erf te kijken hoe onze moeder kookte op het vuur bij de grapefruitboom."

Kort na de moord op haar vader heeft Nomi ook haar moeder en haar broer verloren. Ze belandt ze in een hindoeïstische ashram. Dit van de buitenwereld afgesloten toevluchtsoord wordt geleid door de charismatische en internationaal zeer invloedrijke Guruji. Achter een sereen en charmant imago verbergt zich een genadeloze wreedaard die Nomi en andere onder zijn hoede verkerende weesmeisjes onherstelbare psychische schade toebrengt. Pas na zes jaar lukt het Nomi om aan hem te ontsnappen.

Tijdens Nomi's verblijf in Jarmuli verstrengelt haar verhaal zich met dat van anderen. Zo zijn er de drie oudere vrouwen Gouri, Latika en Vidya, verbonden in een hechte, maar ook wederzijdse kritiek en irritaties oproepende vriendschap die sterk contrasteert met Nomi's individualistische bestaan. Er is Suraj, een collega-fotograaf die anders dan Nomi de confrontatie met het verleden uit de weg gaat en vlucht uit een als zinloos ervaren bestaan in drank en drugs en een flirt met zelfmoord. En er is de tempelgids Badal, heen en weer geslingerd tussen zijn spirituele verlangen en zijn homoseksuele begeerte.

Roys personages klampen zich wanhopig vast aan glimpen van hoop. Ze dolen door een wereld vol verwarring en pijn, waar het kwaad zich moeilijk laat betrappen nu het schuilgaat achter hypocrisie en schone schijn.

In een kenmerkende scène zitten de drie oudere vriendinnen te kijken hoe er op zee een storm opsteekt.

"De aanstormende golven aten het grootste deel van de lucht op voordat ze zich op het zand stortten en tegen de omgekeerde boten sloegen. Er was verder geen mens te bekennen, afgezien van de schimmen van twee mannen verderop op het strand, de ene kennelijk op zijn knieën in zee, terwijl de andere eruit opdook. De man die uit het water kwam, was heel lang. De knielende man probeerde overeind te komen."

Voor de vrouwen is het niet duidelijk of de ene man de andere probeert dood te maken of te redden. Even dwalen hun blikken af naar de lichtjes van een schip. "Daarna keerden ze terug naar de twee mannen, alleen was er nu niemand meer."

Net als in haar twee vorige, zeer succesvolle romans excelleert Anuradha Roy ook nu weer in een prachtig en spannend verteld verhaal. Niet alleen stelt ze op een doeltreffende manier de eeuwige kwestie van goed en kwaad aan de orde, ze stelt ook de nijpende problemen aan de kaak waaronder het India van vandaag de dag gebukt gaat, de religieus geïnspireerde etnische haat, het machtsmisbruik van geestelijke leiders en bovenal het seksuele geweld tegen vrouwen en kinderen.

Anuradha Roy: Slapen op Jupiter (Sleeping on Jupiter) Vert. Inge Kok. Prometheus; 288 blz. euro 24.90

Prachtig en spannend verteld verhaal dat de problemen van het India van nu aan de orde stelt

Niet alleen Anuradha Roy komt dezer dagen met een roman dat het India van nu kritisch onder de loep neemt. Einde volgende maand is de Indiase dichter, schrijfster en Tamil-activiste Meena Kandasamy te gast op het International Literature Festival in Utrecht om haar debuutroman 'De Zigeunergodin' te presenteren; een in Engeland geprezen aanklacht tegen de Indiase kastenmaatschappij.

In 'De Zigeunergodin' doet Kandasamy verslag van de massamoord in het dorp Kilvenmani op Eerste Kerstdag in 1968. Tweeënveertig vrouwen en kinderen werden destijds vermoord om een communistische staking van de dorpelingen te breken.

Kandasamy vermengt vertelvormen, zoals kranten- en ooggetuigenverslagen, marxistische pamfletten etcetera, en introduceert een spotlustige, geestige verteller: "Het is algemeen bekend dat een land pas interessant gevonden wordt als er een blanke man naartoe is gegaan, vriendschap heeft gesloten met een paar leden van de plaatselijke bevolking, de plaatselijke keuken heeft uitgeprobeerd, een heleboel brutale vragen heeft gesteld, uitgebreide aantekeningen heeft gemaakt in zijn Moleskine-opschrijfboekje, weer naar huis is gegaan en erover heeft geschreven."

'De Zigeunergodin' verscheen vorige week in het Nederlands - recensie volgt. (JR)

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden