Goeie mest verdient tweede leven

In plaats van fosfaat uit het buitenland in te kopen, kun je het ook terugwinnen uit landbouwresten of urine. In het Zeeuwse Kruiningen wordt fosfaat teruggewonnen uit gekookte aardappels. Wel jammer dat de regelgeving en de markt nog niet erg meewerken.

'Let op, zo meteen vallen de plakken struviet uit de machine.' Cees van Rij, milieumanager van Lamb Weston/Meijer (LWM) - producent van diepgevroren aardappelproducten - wijst schuin naar boven. De machine die het gedroogde slib uit het restwater van de aardappelverwerking in mooie, antracietgrijze wafels heeft geperst, zit vol. Dan laat hij elke halve minuut een wafel ter grootte van een stoeptegel los die in een bak wordt opgevangen.

Even tevoren heeft het gezelschap op het terrein van LWM in het Zeeuwse Kruiningen de trappen beklommen van grote watersilo's, om van boven af de eerdere fasen in het proces te zien en te ruiken vooral. "Hier, in deze silo wordt het water gezuiverd en zakt het slib naar beneden.

"Dat slib wordt er aan de onderkant uitgepompt en naar de volgende silo gebracht. Daar wordt magnesium aan het slib toegevoegd om struviet te krijgen", doceert Van Rij. Langzaam draaien metalen armen in een waterbak met een doorsnede van een meter of tien."

Struviet is bij het grote publiek wellicht bekend als nierstenen. "Wat wij maken is eigenlijk hetzelfde. De chemische samenstelling is gelijk", vertelt Van Rij in een vergaderzaal van LWM. "Bij de aardappelteelt wordt veel fosfaat gebruikt. Daar groeien de aardappels goed van. De aardappel neemt veel van dat fosfaat op. Bij het verwerken worden de aardappels geblancheerd - even gekookt en gelijk weer afgekoeld - waarbij een groot deel van het fosfaat in het proceswater terecht komt. Dat kan niet zo maar worden geloosd. De afvalstoffenwet schrijft voor dat dat water eerst gezuiverd moet worden, op straffe van een fors bedrag aan lozingslasten. Het fosfaat en de stikstof worden eruit gehaald waarna het water in de Westerschelde verdwijnt."

Gek genoeg wordt het fosfaat vermengd met ijzerzouten waardoor het voor de eeuwigheid onoplosbaar wordt en via het slib alsnog als afval wordt afgevoerd. "In het milieu kan het geen kwaad meer omdat het verpakt zit. Het is ook onbruikbaar geworden, terwijl dat fosfaat weer als meststof hergebruikt had kunnen worden", stelt Ad de Laat, hoofd voedseltechnologie van het bedrijf Cosun (suikerbieten en aardappelen), die bij het gesprek is aangeschoven. "Dat is natuurlijk eeuwig zonde. Fosfaat is een schaars wordend erts dat wordt gebruikt in kunstmest, voeding en wasmiddelen. Ook als veevoer komt het Nederland in grote hoeveelheden binnen en wordt het via de dierlijke mest opgenomen in het milieu.

"Nederland is vergeven van het fosfaat en daar kunnen we wat mee doen. Het fosfaat en de stikstof die vrij komen bij de verwerking van aardappelen en suikerbieten vermengen wij met magnesium. Daaruit ontstaat struviet dat prima als meststof is te gebruiken. Zo is de kringloop rond."

Kat in het bakkie, zou je zeggen, maar de huidige regelgeving helpt niet mee en het ontbreken van een markt is ook een drempel voor het creëren van zo'n voor de hand liggend kringloopproduct. Van Rij: "Doordat wij als aardappelverwerkers struviet maken uit reststoffen worden wij gezien als afvalverwerkers. Er wordt niet gekeken naar wat wij voor restproduct maken."

De Laat vult aan: "Daarom valt struviet onder de afvalstoffenwet. Die is streng. Metalen als nikkel en zink, die in zeer kleine hoeveelheden in struviet voorkomen, moeten eruit. Kunstmest valt echter onder de mildere Meststoffenwet. Maar in fosfaat-kunstmest komen ook metalen voor zoals cadmium. Wij willen dus een gelijke behandeling voor struviet."

Een woordvoerder van Agentschap NL, het onderdeel van het ministerie van economische zaken dat zich bezighoudt met duurzaamheid en innovatie, erkent dat er situaties zijn waarbij hergebruik van grondstoffen wordt belemmerd, zoals bij struviet. Dat is onbedoeld én ongewenst. Er wordt gezocht naar aanpassingen van de regels, aldus de woordvoerder. Hij wijst op recente studies die op initiatief van het Agentschap zijn geschreven en waarin wordt gepleit voor oplossingen.

Dat LWM toch is begonnen met het maken van struviet vloeit voort uit een project waarbij alle belanghebbenden betrokken waren. Dat bleek wat al te voortvarend, want de afzet van struviet laat te wensen over. Dat komt niet alleen door de regelgeving. Ook de markt blijkt er nog niet klaar voor.

Van Rij: "Struviet is getest op proefvelden aardappels, wortels, spruiten en bloemen. Die test liet zien dat het dezelfde uitwerking heeft als gewone kunstmest. Er zal dus wel een markt voor zijn, was de gedachte, maar dat viel tegen. We willen er ook niet al te veel aan trekken. Voor ons is het een klein bijproduct, maar het is toch zonde om iets dat waardevol is als afval te storten."

Daar komt Duynie op de proppen. Dit bedrijf haalt bijproducten op bij producenten van levensmiddelen - aardappelschillen, suikerbietenpulp, bierbostel - en zet dat weer af als veevoer.

"We proberen steeds meer klanten te zoeken voor onze producten buiten de veehouderij. Bijvoorbeeld in de papier- en kartonindustrie. Struviet past in dat plaatje", zegt Mike Litjens, hoofd onderzoek en ontwikkeling bij Duynie. "Wij verkopen meststoffen op basis van struviet nu aan boomkwekerijen en als meststof voor sportvelden. Door het magnesium in de struviet kleuren die velden extra groen."

Om struviet ook aan akkerbouwers te slijten, moet er meer gebeuren, erkent Litjens. "Het maken van meststoffen uit struviet is duur. Fosfaat als grondstof voor 'gewone' kunstmest wordt door de toenemende vraag duurder, dus struviet is concurrerend te maken. We hebben daarvoor wel een bepaalde schaalgrootte nodig. Dat betekent het aanboren van zo veel mogelijk fosfaatrijke bronnen van struviet: aardappelen, suikerbieten, maar ook menselijke en dierlijke urine zijn een mogelijkheid."

Ook dan is Duynie er nog niet, weet De Laat van Cosun. Er zal nog aan goede voorlichting moeten worden gedaan. "Boeren zijn terughoudend bij het toepassen van iets nieuws als struviet. Het verhaal erachter werkt nog niet. Je stapt ook niet snel af van iets vertrouwds." Van Rij van LWM vult aan: "Als die bereidheid er is, zullen wetenschappers zich op het proces storten. Struviet zal meer toepassingen krijgen en komt daarmee uit de hoek van de afvalstoffen."

Litjens verkoopt zijn struviet aan boomkwekers en sportveldeneigenaren echter niet als struviet. "Wij maken er een compleet product van. We voegen mineralen toe, waarbij we kijken naar het product waarvoor het is bedoeld - plant, gras, boom - om het optimaal te laten werken. Struviet is niet geschikt als eerste pepmiddel bij het kiemen van de plant. De fosfaat in het struviet komt langzaam los, maar werkt daarna wel een aantal maanden. Voor meerjarige grasvelden is dat erg goed."

Duynie ziet ondanks de vele drempels de toekomst voor struviet optimistisch in. Litjens: "Wij hebben een netwerk, we kennen onze afnemers en als ik zie hoe groot de belangstelling uit het buitenland is... Waarschijnlijk wordt die interesse gevoed door stijgende fosfaatprijzen. We gaan ermee door."

De Laat van Cosun pleit voor het sluiten van de fosfaatkringloop. "Ik hoop dat de overheid inziet dat het verstandiger, want duurzamer, is om deze stof te hergebruiken in plaats van het in de vorm van fosfaaterts of veevoer te blijven importeren." Zo'n drastische stap is van Den Haag niet snel te verwachten. Het zal dus afhangen van lobbywerk bij het ministerie, hopend op een mix van toenemend inzicht bij de betreffende ambtenaren en de druk van de tijdgeest.

En passant kan Litjens van Duynie na twee jaar touwtrekken toch een eerste succesje melden. "Struviet afkomstig van LWM in Kruiningen is recent toegelaten als meststof. Dat is mooi, maar deze stap geldt slechts voor het proces van één fabriek. Het liefst zien we dat alle struviet onder de meststoffenwet komt te vallen. Het is allemaal hetzelfde spul. Waar is de politiek toch bang voor?"

Nuttige pies
Struviet is ook te destilleren uit menselijke urine. Een jaar geleden is daartoe in Zutphen een project van start gegaan dat uniek is in Europa. Onder de naam Saniphos heeft het Zutphense watertechnologiebedrijf GMB een installatie neergezet die jaarlijks 5 miljoen liter urine kan verwerken. Dat zijn ruwweg 13 miljoen kleine boodschappen.

Saniphos wil met zijn installatie de vervuiling van afvalwater bij de bron aanpakken. Daardoor is het huishoudelijke restwater beter te reinigen en wordt er tevens een nuttig product gemaakt - struviet ofwel meststof - van de fosfaten en stikstof die uit de urine worden gehaald. Urine vormt weliswaar slechts 1 procent van het totale afvalwater, maar is wel goed voor 85 procent van de stikstof en 45 procent van het fosfaat in dat water. Rioolzuiveringsinstallaties zijn er met name voor de verwijdering van deze twee stoffen.

De urine die in Zutphen in de installatie wordt verwerkt moet per tankwagen worden aangevoerd. Saniphos heeft met de organisatie Moeders voor Moeders al een overeenkomst. Moeders voor Moeders zamelt urine in van zwangere vrouwen. Daaruit wordt het vruchtbaarheidshormoon hCG gehaald waarmee middelen worden gemaakt voor vruchtbaarheidsbehandelingen. De urine, jaarlijks 1,5 miljoen liter, wordt daarna aan Saniphos geleverd

Verder wil Saniphos de benodigde urine verzamelen bij grote evenementen. Afgelopen zomer stonden mensen van Saniphos op Pinkpop plassen op te vangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden