Goedlachs en onbekommerd

Churandy Martina pakt nationale titel op 100 meter. 'Ik maak me niet druk om anderen.'

AMSTERDAM - In tijden van crisis wordt een blijde boodschapper met open armen ontvangen. Zeker als die, zoals sprinter Churandy Martina, charmant, oprecht en ongecompliceerd overkomt. In Nederland lopen ze sinds vorig jaar met de Antilliaan weg.

Het zijn taferelen die zeldzaam zijn op Nederlandse atletiekbanen. Hele groepen kinderen die zich voor een handtekening verdringen rond een atleet. Moeders die hun ellebogen gebruiken om hun kind samen met de held te vereeuwigen. Die held laat het zich welgevallen, zoals het een knuffelbeer betaamt.

Zo ging het vorige maand tijdens de FBK-Games in Hengelo, waar Martina twee uur na zijn triomf op de 100 meter nog geduldig zijn biografie stond te signeren. En zo ging het zaterdag in Amsterdam na zijn imponerende kampioenschapsrecord (10,04) op de trage baan van het Olympisch Stadion tijdens de nationale kampioenschappen.

Sinds 2011 komt Martina officieel uit voor Nederland, nadat zijn geboortegrond Curaçao officieel als sportnatie was opgeheven. Pas vorig jaar drong de boodschap van de Antilliaan echt door binnen de Nederlandse samenleving. 'Ik ben blij' luid zijn even simpele als doeltreffende mantra, waarmee hij als een nationale held in de armen is gesloten.

De verklaring ligt immers niet alleen in zijn prestaties. Natuurlijk, de wijze waarop hij zich binnen de internationale atletiek manifesteert is bijna on-Nederlands. En dat op een terrein dat, afgezien van Fanny Blankers-Koen lang geleden, nooit prominent is betreden.

Goedbeschouwd leverde Martina zijn beste prestatie toen hij nog niet voor Nederland uitkwam, en slechts de atletiekkenner hem opmerkte. Tijdens de Olympische Spelen in Peking finishte hij op de 200 meter als tweede achter Usain Bolt, maar werd hij wegens een stapje op de lijn gediskwalificeerd.

Toch kwam hij voor Nederland vorig jaar tot zijn beste tijden: 9,91 op de 100 meter en 19,85 op de dubbele afstand. Hij werd Europees kampioen op de 100 meter en met de Nederlandse estafetteploeg en liep drie finales tijdens de Olympische Spelen.

Die prestaties brachten hem enerzijds de status van bekende Nederlander, maar veroorzaakten ook een zwakke plek. Terwijl hij zich overgeeft aan reclamespotjes en publieke optredens (hij was vorige week te gast in de Tour de France), vecht hij tegen een liesblessure die niet wil wijken. Door die blessure kon hij zijn seizoen pas in februari beginnen. Met name in de bocht van zijn sterkste onderdeel, de 200 meter, voelt hij de gevolgen. "Die bocht brengt een beetje vrees voor de benen. De 100 meter is rechtuit, dat is gewoon starten en hardlopen. Dan heb ik minder pijn."

Desondanks won hij begin deze maand de 200 meter tijdens de Diamond League-wedstrijden in Lausanne, waarbij zijn tijd van 20,01 hem op de achtste plaats van de wereldseizoenranglijst bracht. Tijdens dezelfde wedstrijd liep Martina een relatief bescheidener 10,03 op de 100 meter. "Die tijd op de 200 lijkt goed, maar de bocht was niet goed. Het laatste stuk ging beter. Maar 20,01 was wel mooi, dat zegt ook iets."

Die imponerende versnelling demonstreerde Martina zaterdag in het Olympisch Stadion ook op de 100 meter. Hij kwam slecht uit de startblokken, trager dan dat nieuwe jonge talent van Curaçao Hensley Paulina, om in het tweede deel zijn tegenstanders te doen stilstaan.

De 200 meter loopt Martina vrijdag in Londen, waar hij zijn coach Dennis Mitchell ziet. Daarna zal hij bepalen hoe zijn programma tijdens de WK in Moskou eruit zal zien. De 100, de 200, of misschien toch beide.

Martina wil de ballast over die beslissing niet met zich meezeulen. De goedlachse sprinter beweegt zich het liefst zo licht mogelijk door het leven, met de ogen gericht op een positieve toekomst. Zijn trainer neemt de beslissing over wat hij loopt. "Hij maakt de schema's, ik loop hard. En hij bepaalt wat ik doe."

Zijn mening over de dopingaffaire die de internationale sprint onlangs zwaar heeft getroffen, is al even ongecompliceerd. Wat vindt hij ervan dat concurrenten als Tyson Gay en Asafa Powell positief zijn bevonden? Maakt dat hem favoriet voor een medaille in Moskou?

"Er zijn nog veel meer atleten die hard lopen. Het gaat alleen om deze twee benen, en die zijn niet 100 procent. Het maakt niet uit wat die anderen doen. Ik bemoei me alleen met mezelf, zo ben ik. Ik moet trainen om hard te lopen. Ik maak me niet druk om anderen, anders gaat het niet goed met mij."

"Nee, ik word er niet boos over. Ik denk gewoon: er is een God daarboven, en als je iets niet goed doet, dan gaat het zo met je. Ik kan alleen zeggen dat de dopingmensen goed werk doen. Dat is mooi voor de sport, want iedereen moet gewoon zonder niks lopen. Meer kan ik er niet over zeggen."

Discuswerper Cadée slaat toe met laatste worp
Discuswerper Erik Cadée sprak zichzelf even streng toe na een serie 'prutsworpen' op de NK. "Even tot jezelf komen en het gewoon doen", zei de krachtpatser, waarna een laatste verre worp van 65,61 meter volgde. Met die afstand pakte hij de Nederlandse titel. Hij deed dat bij afwezigheid van achtvoudig Nederlands kampioen Rutger Smith. De Groninger is uitgeschakeld door een zware achillespeesblessure. Cadée mikt bij de WK volgende maand in Moskou op een plaats bij de beste acht. "Ik ben eindelijk fysiek helemaal in orde. Rugklachten hebben me lange tijd belemmerd bij het trainen, maar nu sta ik er goed voor'', aldus de Brabander.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden