Review

Goedemorgen! Houdt u van varkenspootjes?

Ulf Stark en Anna Hoglund: 'Kun je fluiten, Johanna?', vert. Cora Polet, Querido, 48 p, f 22,90, v.a. 6 jr; Roberto Piumini: 'Matthijs en z'n opa', ill. Annemie Heymans, vert. Antonie Kee, Querido, 85 p, f 19,90, v.a. 8 jr.

Op vele manieren komt het aan de orde: sprookjesachtig in 'Kleine Sofie en Lange Wapper' van Els Pelgrom en in 'Josje' van Sjoerd Kuyper; geestig-realistisch in 'Olle' van Guus Kuijer; als bloedspannende avonturenroman in 'De gebroeders Leeuwenhart' van Astrid Lindgren, en poetisch in 'De prinses van de moestuin' van Margriet en Annemie Heymans.

In twee nieuwe kinderboeken gaat het om de dood van een grootvader: 'Kun je fluiten, Johanna?' van Ulf Stark en Anna Hoglund en 'Matthijs en z'n opa' van Roberto Piumini. Beide grootvaders hebben een bijzondere band met een kleinzoon van zeven jaar, en in beide verhalen maken opa en kleinzoon rond dat sterven samen een mooie tijd mee.

'Kun je fluiten, Johanna?' is het sterkst. Tekst en tekeningen vormen samen het verhaal: sober, geestig, suggestief, en prachtig van compositie.

Berra is jaloers op zijn vriendje Ulf omdat die een opa heeft. Een lieve opa, die hem taart en limonade geeft en altijd wat geld, die varkenspootjes eet en hem soms mee uit vissen neemt. Berra wil ook zo'n opa. Ulf weet wel waar hij er eentje kan vinden en neemt hem mee naar het bejaardenhuis. In een kamer zit een oude meneer in bretels in zijn eentje te kaartspelen. 'Die!' fluistert Ulf, en duwt Berra naar voren. Met een gejatte goudsbloem op zijn rug roept Berra: 'Goedemorgen! Houdt u van varkenspootjes?' Het klikt. De oude meneer kan zich niet herinneren dat hij ooit een kleinzoon heeft gehad, maar zegt graag zinnetjes als 'Wat ben je ontzettend groot geworden.' Hij showt zijn 'kleinzoon' in de conversatiezaal en Berra leert hem wat opa's zoal behoren te doen: limonade en geld geven, en samen uit vissen gaan. 'Opa' leeft op, en met z'n drietjes halen ze kwajongensstreken uit - kersen stelen uit de tuin van een kwaaie boer en de pitten ver weg spugen - waar opa geweldig van geniet en zichzelf overtreft door met zijn stramme benen in een kerseboom te klimmen. Opa fluit het liedje 'Kun je fluiten, Johanna?' (zijn overleden vrouw heette Johanna) en doet Berra voor hoe je moet fluiten.

'De volgende keer als je komt, wil ik horen dat je kunt fluiten', zegt opa. Okee, beloofd. Berra oefent en oefent. Na een paar weken kan hij het. Maar dan is opa overleden. Berra heeft echter beloofd het te laten horen en dus staat hij in de kapel, bij de kist, en fluit uit volle borst 'Kun je fluiten, Johanna?'

Anarchistisch

Het verhaal op zich zit al goed in elkaar, maar het is de volstrekt onsentimentele, anarchistische manier waarop het verteld en getekend wordt, dat dit boek tot een juweeltje maakt. Veel zinnen zeggen meer dan er staat. Berra vraagt bijvoorbeeld waarom opa pleisters op zijn kin heeft. 'Dat komt van het scheren', zegt opa, 'omdat mijn handen zo beven'. Waarop Berra antwoordt: 'Dat moet u dan niet meer doen. Dan kan Uffe (Ulf) voor u doen. Hij kan heel mooi hout snijden'. Hout snijden. De scene daarna, waarin de jongens opa scheren tot zijn wangen 'glad en zacht als zijde' zijn, is ontroerend.

Berra en Ulf zijn straatjochies die absoluut niet voor lief willen doorgaan en hun goeie hart verstoppen achter een wat stoerige, quasi-onverschillige houding. Ze zijn niet goed voor opa om goed te doen, maar omdat hij hun maatje is, al blijft opa strikt zichzelf. De oude man intussen weet zijn geluk met zijn onverwachte 'kleinzoon' en diens vriendje niet op. Dat straalt van elke bladzijde. Anna Hoglund, een meester in quasi-naief neerzetten van kwajongensachtige types, heeft hier een prachtig evenwicht bereikt tussen ondeugendheid en ontroering.

Van Roberto Piumini, die 'Matthijs en z'n opa' schreef, verscheen eerder dit jaar het poetische en theatrale 'Motu-Iti, het meeuweneiland', een van de mooiste kinderboeken van dit jaar. Vergeleken daarmee is 'Matthijs en z'n opa' een hevige teleurstelling. Het idee is wel origineel. Een familie staat om het bed van een stervende grootvader. Dan zegt opa tegen zijn jongste kleinkind: 'Matthijs! Ga je mee, een wandeling maken?' Niemand van de anderen hoort het, en niemand merkt dat ze er samen tussen uit knijpen. Tijdens de wandeling wordt opa kleiner en kleiner, tot hij tenslotte zo klein is als een stofje dat Matthijs kan inademen. In Matthijs voelt opa zich prima: 'Het is heel prettig om in een kind te leven'.

Het verhaal komt echter geconstrueerd over: te opgelegd symbolisch. De velden waar opa en Matthijs doorheen lopen zijn saai en abstract, en veel van hun belevenissen hebben iets onnatuurlijks. De tocht met opa lijkt een initiatie-rite voor Matthijs in Zen-achtige wijsheden als onthechting ('Als je iets te graag wilt, dan gebeurt het nooit' zegt opa als de brug, waar Matthijs zo graag overheen wil, maar niet dichterbij komt). Alleen een morrawedstrijd en een potje touwtrekken hebben aardse handen en voeten. Het is ongelooflijk dat dit dezelfde Piumini is als van 'Motu-Iti'; alsof hij te graag een spiritueel kinderboek heeft willen schrijven: dan lukt het niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden