Goede raad is niet duur (opinie)

Elf van de vijftien strategische adviesraden zouden moeten verdwijnen. Dat is geen goed idee. Zo raakt democratisch Nederland uit balans.

Een vitale democratie organiseert haar eigen checks & balances. Voor iedere partij in de samenleving bestaan er ’tegenpartijen’. Zo komen werkgevers de vakbonden tegen, bedrijven de mededingingsautoriteit en de regering het parlement. Deze machten moeten elkaar in balans houden, en om dat goed te kunnen doen hebben ze ook de kennis nodig die hen daartoe in staat stelt. Om de effecten van een wet te overzien, de gevolgen van een maatregel te schetsen en een alternatief door te rekenen.

Kennis is een kwestie van lange adem. Maar in Den Haag overheerst de korte termijn. Dat hangt samen met kabinetsperioden, maar ook met intensieve media-aandacht. Zo wordt het Haagse debat hectischer, terwijl wij juist perspectieven voor de lange termijn nodig hebben. Want in onze wereld hangt alles met alles samen, zonder dat we precies weten hoe. Dat levert een complexiteit op die voortdurende aandacht, subtiele sturing en wijsheid vergt – beleid in plaats van politiek.

Het is dus goed dat er op dit moment wordt nagedacht over de ’kennis- en adviesfunctie’ van de overheid. Momenteel ontwikkelen de ministeries voorstellen voor een hervorming van de adviesraden. Die zijn onafhankelijk en voorzien de verschillende partijen in onze democratie van kennis.

Juist omdat ook zij is aangewezen op onafhankelijke en betrouwbare kennis, zou de volksvertegenwoordiging nu goed moeten opletten. Brengen de voorstellen de partijen in onze democratie beter met elkaar in evenwicht? Leveren zij genoeg daarvoor vereiste kennis op? Ook op terreinen die het parlement zelf niet bestrijkt? Die vragen zijn aan de orde.

Nederland heeft nu 15 vaste strategische adviesraden, die tien jaar geleden zijn ingesteld, nadat de ’Woestijnwet’ 340 (!) raden heeft opgeheven. Van die 15 wil men er vier overhouden; op het gebied van gezondheid, cultuur, onderwijs en de leefomgeving, en de rest opheffen. Vraagstukken als energie, internationale betrekkingen, veiligheid, wetenschap of economie vallen buiten de boot.

De strategische adviesraden bestaan uit gemiddeld tien leden. Zij zijn deskundig en ervaren, hebben daarnaast een ’gewone’ baan en zijn raadslid vanuit een sterke maatschappelijke betrokkenheid. De raden verschillen weliswaar van elkaar in werkwijze, reikwijdte en impact, maar hebben allemaal, door hun onafhankelijkheid, oog voor de (middel-)lange termijn.

Samen kosten de raden 21 miljoen euro. Dit is nog geen drie procent van het bedrag dat de overheid jaarlijks besteedt aan extern beleidsonderzoek- en advies, in totaal 800 miljoen euro. Toch lijkt de reorganisatie van de adviesraden primair door bezuinigingen gedreven. Is dat wijsheid?

Wij zijn ervan overtuigd dat onze samenleving gebaat is bij een rijkdom aan politiek onafhankelijke, wetenschappelijk gefundeerde en op praktijkervaring gebaseerde ’geluiden’. Vandaar dat wij ons hebben afgevraagd waaraan de adviesraden zouden moeten voldoen.

Wij zouden het zó organiseren dat de raden onafhankelijk zijn van de politiek en de departementen. Concreet: bij wet instellen, de financiering centraal regelen en voor langere perioden vastleggen, garanderen dat raden mogen adviseren wat zij willen en volledige openbaarheid van adviezen waarborgen.

Verder moeten zij goed aansluiten bij de beleidspraktijk, doordat zij in gesprek treden met ministeries, politieke partijen en parlementsleden.

Vereist is een goede aansluiting bij de beleidsuitvoering, doordat de raden intensief contact onderhouden met uitvoerende partijen. Leden zijn louter externe deskundigen, die ontvankelijk zijn voor (internationale) ideeën van buitenstaanders, minderheden en de wisdom of the crowds.

Belangrijk is flexibiliteit, grensoverschrijdend adviseren en ontkokering bevorderen. Maatschappelijke vragen houden zich nu eenmaal niet aan de grenzen van Kamercommissies of departementen.

Raden moeten zowel het kabinet als het parlement adviseren, en mogen altijd een reactie van de regering verwachten. Regelmatig dienen raden geëvalueerd te worden, zodat zij zich steeds kunnen aanpassen aan de eisen van de tijd.

Het aantal ad hoc commissies en consultants kan omlaag. Deze zijn veelal duurder, hebben naar hun aard minder continuïteit en opereren vaak minder onafhankelijk.

Wat in ieder geval behouden moet blijven is de betrokkenheid van de ongeveer 150 huidige leden. Het stelsel van adviesraden is een beproefde manier om uiteenlopende krachten in de samenleving te bundelen en wijsheid te genereren. Het is een kanaal voor een permanent, inhoudelijk gesprek op niveau. Juist een politiek die de dialoog hoog in het vaandel heeft staan, grijpt die gelegenheid met beide handen aan.

Dit artikel is mede-ondertekend door:

Chris Kalden algemeen directeur Staatsbosbeheer

Trude Maas - de Brouwer voormalig president HayGroup

Sijbolt Noorda voorzitter Vereniging van Universiteiten

Han Noten fractievoorzitter Eerste Kamer (PvdA)

Kim Putters Eerste Kamerlid (PvdA)

Yvonne van Rooy voorzitter College van Bestuur Universiteit Utrecht

Ruud Selman voormalig vice-voorzitter Raad van Bestuur DSM

Aad Veenman president-directeur Nederlandse Spoorwegen

Jan Vrolijk voormalig directeur-generaal hoger onderwijs- en wetenschapsbeleid

Rein Willems Eerste Kamerlid (CDA) en president-directeur van Shell Nederland

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden