'Goede galerie is als een goede boekhandel'

Naar een museum gaan is een genoegen. Maar tussen kijken en kopen staan tal van barrières: niet iedereen stapt een stille galerie binnen, het werk is te duur, hoe moet je kiezen en kleurt het wel bij de bank? Vandaag de laatste aflevering van een serie 'kunst kopen': Riekje Swart over de galerie.

Riekje Swart (bijna 75) is niet alleen vanwege haar leeftijd de grand old lady van het moderne galerie-wezen. Toen Nederland eind jaren zestig net begon te wennen aan de uitbundige schilderijen van Cobra, presenteerde zij in haar galerie sobere constructivisten als Ad Dekkers en Peter Struycken. Vanaf haar eerste tentoonstelling heeft ze kunstenaars onder de aandacht gebracht op een moment dat niemand kon vermoeden dat ze wereldwijd bekend zouden worden: Jan Dibbets, Ger van Elk, Morellet, Donald Judd, Robert Ryman. Hoewel ze haar werkzaamheden in de galerie aan het afbouwen is, heeft Riekje Swart nog steeds oog voor het nieuwe.

Swart: “Goede kunst herkennen is een kwestie van aanleg. Volgens Rudi Fuchs helpt 'lang kijken', maar ik geloof daar niet zo in. Je hebt 't of je hebt 't niet. Als galerie kun je voor een kunstliefhebber hetzelfde betekenen als een goede boekhandel voor lezers. Ik heb zo'n boekverkoper in de buurt. Als ik bij hem binnen kom zegt hij: 'Ga even zitten, lees hier eens een paar bladzijden in, dat vind je vast mooi'. Maar wat voor de literatuur geldt, gaat ook op voor de beeldende kunst: er zijn veel kunstenaars en maar weinig grootmeesters. Van Gogh en Rembrandt waren grootmeesters, maar Toorop en Sluyters kleine meesters. Dat is nog steeds zo, en daarom zijn de plaatsen waar je topkunst kunt kopen schaars. Een galerie als Art en Projekt, kijk, daar kun je nauwelijks een slechte koop doen. Maar ook daar verkopen ze niet alleen grote meesters. Verder zitten er een paar serieuze galeries in Amsterdam: Onrust, Torch, De Praktijk, Bloom... daar hebben ze oog voor kunst, zijn gemotiveerd om dingen die aanvankelijk geen kunst lijken tóch te brengen, lijden desnoods financiëel verlies, maar geloven in de kunstenaars die ze brengen. Maar het blijft een moeilijk métier in Europa, want er is met moeite een boterham aan te verdienen.”

Is goede kunst altijd duur?

Swart:“In het begin niet. Maar het is nu eenmaal een kwestie van vraag en aanbod. Een kleine tekening van Milan Kunc was ooit f300 en kost nu zo'n f2500. Wil je niet te dure kunst verkopen, dan moet je een kunstenaar vroeg brengen. Het nadeel van jonge kunstenaars is dat je niet weet hoe ze zich zullen ontwikkelen. Ik heb Robert Combas, die Franse striptekenaar, gebracht: die ging aan de heroïne. En sommige kunstenaars blijken hun debuut niet te kunnen overtreffen. Jong nemen houdt een risico in, maar wacht je te lang, dan worden ze te duur. Als een kunstenaar echt groot wordt, zoals bij mij Judd en Morellet, dan moet je ze loslaten. Dan worden ze onbetaalbaar voor de Nederlandse verzamelaar. Maar het is toch iedere keer weer spannend. Bij iedere kunstenaar moet je een publiek vinden - of je vaste klanten zien te overtuigen. Maar als je voor een andere richting kiest, zoals ik een paar keer heb gedaan, verlies je ook altijd liefhebbers. Ik heb één klant die mij behoorlijk is gevolgd en dat is Cees Dam. Hij heeft constructivisten, minimalisten, en nieuwe figuratieven.”

Volgens sommigen is het op het ogenblik een tamme bedoening in de galeriewereld. Heerst er in de kunst een fin-de siècle-matheid?

Swart:“Als je, zoals Fuchs, hoofdzakelijk van het schilderij houdt, dan gebeurt er inderdaad niet veel. Maar kijk eens naar de fotografie en de videokunst. Vooral de reclamefotografie, via bladen als Dutch en Blvd, levert hele interessante dingen op -enkele hypes als die rond Benetton daargelaten. Ook zie ik wel wat in het multi-culturele dat overal in doordringt. In de mode, de architectuur, overal pakt men van alles uit allerlei culturen. Mannen, vrouwen, verschillende nationaliteiten, alles loopt door elkaar. Dat is nu éclatant. Zo'n mix kan ook vervlakkend werken, maar er is nu eenmaal nooit alleen topkunst. Ik vind wel dat er te weinig veelbelovende jonge kunstenaars in musea worden getoond. Vroeger zag je ze met regelmaat in het Stedelijk Museum. Fuchs toont Merz, Baselitz, Kounellis... goede kunst, maar het zijn allemaal aanvankelijke liefdes die hij trouw blijft. Je kunt toch best es één keer in de twee maanden jonge kunstenaars laten zien: foto's, video's, nieuwe dingen. Natuurlijk is dat werk niet allemaal direct meesterklasse, maar het geeft een generatiegevoel aan, en dat is belangrijk.”

Op wat voor kunst zou u zich richten als u op dit moment begon met een galerie?

Swart: “Als ik nu jong was zou ik dat gebied van foto en video aftasten, ook al is dat moeilijk om klanten voor warm te laten lopen. Zelfs nu veel mensen thuis video hebben, is het toch wat anders om een kunstwerk te kopen dat je zo nu en dan moet afspelen. Aan de andere kant is het tegenwoordig makkelijker om een galerie te beginnen dan vroeger. Er is veel meer vraag naar moderne kunst. Toen ik begon, eind jaren zestig, was het toch vooral Sluijters, Breitner, Toorop. Matisse vond men al te decoratief. In Amerika kochten verzamelaars zelfs al in de jaren zestig meteen pop-art. Wij kwamen later, toen bij ons de welvaart toesloeg. Typerend voor deze tijd is dat er grote, bijna museale collecties worden samengesteld met hedendaagse kunst. Neem zo'n Saatchi, dat is toch geweldig. Dat is zéker niet alleen een kwestie van geld. Nee, het komt door de televisie, door de media: die zorgen voor een enorme spreiding van kunst.”

Denkt u er al aan om met uw werk te stoppen?

Swart:“Dit vak is vermoeiender dan je denkt. Kunst onder de mensen brengen kost enorm veel tijd. Daarom ben ik aan het afbouwen. Ik doe na de zomer nog een tentoonstelling met beeldhouwer Joost van den Toorn, maar ik begin niets meer met nieuwe kunstenaars. Mijn vaste kunstenaars houd ik aan tot ze een andere galerie hebben gevonden. En als de laatste uit huis is, dan stop ik.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden