Goede doelen denken dat hun donateurs alles geloven

null Beeld

Hulporganisaties melden liever geen slecht nieuws aan hun donateurs. Projecten slagen altijd, is het beeld dat ze graag ophouden. Maak u geen zorgen, donateurs: al uw geld komt goed terecht, tot op de laatste cent. Maar soms gaat het wel degelijk mis.

Joop Bouma

De gulle gever laat zich als een mak schaap een rad voor ogen draaien met al die succesverhalen. Niet dus. Iedere donateur die bewust geeft, weet dat niet al zijn euro's goed terecht komen. Natuurlijk gaan er soms dingen fout. Aan het investeren in landen zonder infrastructuur of in landen waar corruptie heerst, zijn nu eenmaal risico's verbonden. Maar ook een mooi plan in het veilige, stabiele Nederland, kan verkeerd uitpakken.

Een tijd geleden vroeg een fondsenwerver van een groot goed doel op het gebied van internationale hulp, of Trouw een keer mee op reis wilde om te schrijven over een project. Dat is prima, antwoordde de verslaggever, op één voorwaarde: dat jullie me óók een mislukt project laten zien en me dan vertellen wat jullie van die mislukking hebben geleerd.

Nooit meer wat gehoord.

Waarom doen goede doelen zo verkrampt en geheimzinnig over hun mislukkingen? Het is pure angst. Angst voor reputatieschade, voor lagere inkomsten. Koudwatervrees van een bedrijfstak die nog volwassen moet worden. Maar zou maximale openheid over de mislukte projecten de geloofwaardigheid van het goede doel niet juist versterken?

Bij de Leprastichting in Amsterdam hebben ze dat wel ervaren na een grote fraudezaak in 2009. Per saldo is de club sterker uit de affaire gekomen. "We hebben er veel van geleerd. En een aantal zaken in onze organisatie is veranderd", zegt directeur Jan van Berkel.

Er zijn 54 donateurs weggelopen, maar er zijn er ook bijgekomen, misschien juist wel omdat de Leprastichting koos voor maximale openheid. "We kregen zelfs extra donaties binnen van mensen die vonden dat we die steun nodig hadden", aldus hoofd fondsenwerving Raymond van Haeften.

In de loop van 2008 werd duidelijk dat er onregelmatigheden zaten in de financiële rapportages van de lokale partner in Brazilië, NLR Brazil in Rio de Janeiro (de letters NLR staan voor Netherlands Leprocy Relief , maar het woord 'lepra' is in Brazilië officieel verboden, vanwege het enorme stigma op deze ziekte. Lepra heet er de Ziekte van Hansen - naar de Noorse ontdekker van de leprabacterie). NLR Brazil is een onafhankelijke lokale organisatie in Brazilië, in veel andere landen werkte de Leprastichting met eigen vestigingen.

De rapportages uit Rio kwamen te laat binnen, vragen over de financiën bleven te lang onbeantwoord. De Leprastichting rook onraad en gaf forensisch accountants van KPMG in Brazilië opdracht ter plaatse onderzoek te doen. Dat onderzoek verliep moeizaam, het NLR-kantoor werkte nauwelijks mee.

Uit het onderzoek bleek uiteindelijk dat er sinds 2006 was gefraudeerd met geld uit Nederland van de Leprastichting. Aanvankelijk ging het om kleine bedragen die de vijf medewerkers van het kantoor elkaar toeschoven, oneigenlijke salarisverhogingen, onterechte declaraties en illegale voorschotten.

Er was in totaal voor 420.000 euro gefraudeerd. Het plaatselijke bestuur van NLR-Brazil had gefaald in het toezichthouden. De projecten waarvoor dat geld bestemd was waren wel uitgevoerd, maar tegen aanmerkelijk hogere kosten. De Lepra-stichting besteedde in de periode waarover de fraude zich uitstrekte, overigens ruim 3,5 miljoen euro in Brazilië.

De Leprastichting besloot de samenwerking met het Braziliaanse kantoor per direct te stoppen. Een Britse lepraorganisatie nam op verzoek van de Leprastichting de leiding van de Nederlandse projecten in Brazilië over. Directeur Jan van Berkel: "Wij hebben het bestuur van de organisatie in Brazilië laten weten dat we binnen twee weken een voorstel verwachtten over hoe men het geld zou gaan terugbetalen."

Uiteindelijk is daar niet veel van terecht gekomen. Er is 25.000 euro terugbetaald. Een rechtszaak die de Leprastichting in Brazilië aanhangig wilde maken tegen het kantoorpersoneel, is er - op advies van advocaten - niet gekomen. De kosten zouden niet hebben opgewogen tegen de te verwachten opbrengst. Bovendien was duidelijk dat ook de Lepra-stichting zelf steken had laten vallen in het toezicht.

Geen vrolijk verhaal dus. Hoe vertel je dat aan je donateurs, aan de mensen die gemiddeld 45 euro per jaar overmaken voor de leprabestrijding, waar ook ter wereld? Hoe moet je uitleggen dat het geld van bijna 10.000 van die donateurs in de zakken van profiteurs is terechtgekomen?

Bij de Leprastichting besloten ze alles op straat te gooien. Van Berkel: "Toen eenmaal duidelijk was hoe groot het fraudebedrag was, wisten we dat we dit aan de donateurs moesten melden. Zonder hen bestaan we niet. Het grootste deel van ons geld is particulier geld. Dit soort dingen heb je te melden."

Besloten werd als eerste de donateurs per brief te informeren. Pas daarna zou een persbericht worden gepubliceerd. "Achteraf bleek dat deze aanpak zeer door de donateurs werd gewaardeerd."

'Helaas heb ik slecht nieuws te melden', luidde de aanhef van de brief die Van Berkel, nog maar net aangetreden als directeur, in juni 2009 aan de donateurs schreef. "Het was erg spannend. We waren zenuwachtig. Hoe zouden de donateurs reageren op dit bericht? Maar ook bij ons leefde de vraag: hoe hebben we dit kunnen laten gebeuren?"

Er is geen moment overwogen om de fraude te verzwijgen. Van Haeften: "Dit soort zaken komt ooit toch uit. Open kaart spelen is altijd het beste. Je kunt dit niet onder de pet houden."

In de week dat de donateurs hun brief kregen bleef het kantoor van de Leprastichting Amsterdam bemand tot negen uur 's avonds. In de brief stond dat donateurs met vragen konden bellen naar een speciaal nummer. Het voltallige personeel bleef tot 's avonds laat op de post om vragen te beantwoorden. Die kwamen er ook.

"We hebben in totaal 662 reacties gehad", vertelt Van Haeften. "Telefoontjes, e-mails, brieven. Elf mensen vonden dat wij als organisatie te laat op de hoogte waren gekomen van de fraude." Van Berkel: "Het is meegevallen, gelukkig is een groot donateursverlies ons bespaard gebleven."

Achteraf denken Van Berkel en Van Haeften dat de Leprastichting aan geloofwaardigheid heeft gewonnen door de aanpak van de fraudezaak. "Het vertrouwen is toegenomen, dat merkte je ook aan de reacties. Donateurs bleken er begrip voor te hebben, voor wat er was gebeurd. Ze zeiden: dit kan overal gebeuren."

In het kantoor van de Leprastichting aan de Amsterdamse Wibautstraat zijn zaken ingrijpend veranderd sinds de fraude. Van Berkel: "Als je een lange relatie met mensen hebt, zoals in Brazilië het geval was, dan sluipt het risico erin dat het vertrouwen te groot wordt en de controle verslapt. Sinds vorig jaar wordt nu in elk land jaarlijks een controle uitgevoerd door een externe accountant. Dat kost wel wat, maar dat moet dan maar.''

Van Berkel: "We hebben de interne procedures aangepast, de verantwoordelijkheid op sommige punten duidelijker gedefinieerd. De hele informatiestroom is opnieuw opgezet, want we willen dit niet nog een keer meemaken. We werken in achttien landen en die landen rouleren nu onder de medewerkers. Als je vijftien of twintig jaar met dezelfde mensen te maken hebt, dan kan het vertrouwen te groot worden. Bij projecten wordt nu de laatste donatie pas afgeleverd als het halfjaarrapport van de ontvangende organisatie binnen is."

Het vertrouwen van de donateurs in de Leprastichting is toegenomen door het incident, denken Van Berkel en Van Haeften. En vertrouwen is een broos begrip, zeker ook in de goede doelensector. Het kan ook zomaar weer voorbij zijn.

"We hebben in de sector nog wel wat te doen. Eigenlijk zitten we met z'n allen met angst en beven op het volgende incident te wachten. Als er weer eens een verhaal komt over één directeur die te veel zou verdienen, dan heeft dat onmiddellijk zijn weerslag op iedereen in de branche. Die incidenten kleuren de hele sector in. We balanceren op een slap koord."

"Ik vind dat we als sector veel meer initiatief moeten nemen om een evenwichtiger beeld te geven. Impact is daarin voor mij een sleutelwoord. Daarom ben ik met enkele collega directeuren begonnen met het initiatief 'We care'.

We beginnen dit najaar met intervisie, of peer review zoals dat in andere kringen heet: een groepje directeuren gaat bij een collega op bezoek om kritisch mee te kijken in de keuken, We letten daarbij met name op zaken als impact, transparantie en inspiratie.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden