Goede contacten als bescherming in Kaboel

Minister van defensie Frank de Grave brengt vandaag een bezoek aan de Nederlandse militairen in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Zij patrouilleren daar om de broze vrede te handhaven.

Gert Jan Rohmensen

KABOEL - Net voor het eind van de patrouille gaat het even mis. Eén van beide voertuigen zit tot boven de vooras vast in de modder. De chauffeur kon de wagen onmogelijk nog op het smalle modderpad tussen de velden houden. Het voertuig gleed in de vette klei alle kanten uit en is nu onder een hoek van 45 graden weggezakt in een greppel. De wielen draaien dol en de klei sproeit in het rond. Luitenant Bernard Zwarts geeft opdracht de tweede wagen van sneeuwkettingen te voorzien en de sleepkabel uit te rollen.

In de drie uur daarvoor liep de patrouille op rolletjes, net als in de voorgaande zes weken dat de militairen hier nu zitten. Bij een controlepost van de Noordelijke Alliantie in de bergen net buiten de stad wordt halt gehouden. Alle mannen in een bus die de stad verlaat moeten uitstappen en worden grondig gefouilleerd. Kinderen en vrouwen, allen in blauwe boerka's, mogen blijven zitten. De jacht op de achtergebleven Taliban- en Al-Kaida-strijders gaat door.

Bij het checkpoint registreert de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR hoeveel vluchtelingen en ontheemden naar Kaboel en het noorden van Afghanistan terugkeren. ,,Er komen hier per dag zo'n twintig tot dertig families langs, en soms wel vijftig'', zegt Abdoel Samat van de organisatie. Hij wijst op een minibusje. ,,Dat is bijvoorbeeld een familie met vijf kinderen, die twee jaar in Pakistan heeft gewoond en nu weer teruggaat naar Kaboel. Ze durven nu weer omdat het veiliger is. Dat komt door ISAF'', lacht Samat de twee Nederlanders toe. ,,Ze zijn blij met jullie''.

Na de vraag of hij blij is met de controlepost blijft het even stil. Fronsend verzucht hij: ,,Wat moet ik zeggen? Het blijven moedjahidien. Ik vraag me af wat ze in het verleden allemaal hebben uitgespookt en heb geen idee wat ze nog van plan zijn''.

Na een kop thee in het UNHCR-kantoortje gaat de patrouille verder. Twee uur lang gaat het over zandweggetjes met grote plassen, langs velden en door kleine dorpjes met armoedige lemen huizen. Op het lawaai van de dieselmotoren komen kinderen naar buiten hollen, steken hun duim omhoog en roepen 'How are you?'. De Nederlandse militairen patrouilleren in drie districten in het zuid-oosten van Kaboel. Het is een groot, maar relatief dunbevolkt gebied. Hoewel de hoofdstad een rustige indruk maakt, is bepaald niet alles koek en ei. Vrijwel dagelijks rapporteren de militairen over allerlei gewapende figuren, soms zelfs met raketwerpers losjes over de schouder. Het zijn meestal Alliantiekerels, die vaak na jaren vechten moeilijk afstand kunnen doen van hun wapens.

Nederland levert als een van de achttien landen momenteel 218 militairen aan de 4500 man tellende International Security Assistance Force (ISAF). Het contingent blijft in elk geval tot 20 juni, als het mandaat van ISAF afloopt. Hun kamp wordt gedeeld met onder meer Britten, Duitsers, Bulgaren en Denen. Het bedrijvige kamp is omgeven door een muur met vlijmscherp scheermesdraad en de bewaking laat weinig aan het toeval over. Alle bezoekers worden gefouilleerd en krijgen toegangspasjes.

,,Dit was een werkplaats van het ministerie van wegenbouw'', zegt de woordvoerder, kapitein Henk Asma, die hier op 19 januari aankwam. ,,Het was een totale puinhoop. Veel loodsen waren ingestord en het hele terrein lag bezaaid met schroot vaak vol met kogelgaten.''

De transformatie van schroothoop tot militair kamp is nog steeds aan de gang. Het lijkt een weinig gezonde leefomgeving. ,,Dat bleek erg mee te vallen'', zegt de woordvoerder. ,,We hebben uitgevoerd grondonderzoek laten doen en er is geen vervuiling gevonden. De luchtvervuiling in de stad is veel gevaarlijker.''

Overste Ton Hover is contingentscommandant, de baas van alle Nederlandse militairen in Afghanistan. Hij vertelt met enige trots dat zijn mannen het niet bij patrouilleren laten. ,,Onze genietroepen zijn hier in de buurt bezig met het opknappen van een paar scholen. Als over drie weken de schoolvakantie voorbij is, zijn die elk geval klaar''.

Hover vindt het contact met de Afghanen erg belangrijk, ook tijdens de patrouilles. Daarom rijden de militairen in open wagens en gaan er tolken mee. ,,Als we alleen achter pantser zouden zitten, krijgen we geen contact'', zegt Hover. ,,We zien het ook als een soort zelfbescherming. Als we goede contacten onderhouden zijn ze ook minder geneigd ons kwaad te doen.''

Net voor het eind van de patrouille roept de centrale post in het kamp via de radio dat er een militaire ambulance moet worden begeleid. Om er snel te zijn besluit de zesmanspatrouille een kortere weg te nemen door de velden. Dat mondt uit in een glibberpartij over modderige weggetjes en smalle bruggetjes van boomstammen. Vlak voor de hoofdweg komt één wagen muurvast te zitten.

In de verte komen mensen aanhollen. Binnen de kortste keren staat de mannelijke helft van het dorp nieuwsgierig om de auto heen. Ze hebben nog niet eerder ISAF-militairen gezien. Samen met de militairen duwen de dorpelingen plaggen en takkenbossen onder de wielen en trekt het eerste voertuig de wagen weer op het pad.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden