Goede broeihoop stinkt naar sloot

De ringslang doet het uitstekend rondom Amsterdam. 'Je zou voor elke bedreigde soort zulke effectieve beschermingsmaatregelen wensen.'

Alleen wie het weet, ziet tussen de twee houten palen een broeihoop voor ringslangen liggen: een overwoekerd bergje aan de oever van een van de vijvers in het Amsterdamse Bos. De kleine slangetjes die er geboren zijn, hebben zich in augustus al in het water laten glijden, de wijde wereld, of de bek van een roofdier in. Alleen lege schalen duiden erop dat ze er ooit zijn geweest. En dat is precies waarnaar stadsecoloog Martin Melchers, boswachter Annemiek Stevenhagen en een handvol vrijwilligers op zoek zijn.

Zoeken naar ringslangeieren is eigenlijk net als eieren zoeken met Pasen. Je moet alleen wel door een berg afgekoelde paardenpoep, vermengd met bladafval en stro. Verwachtingsvol gaat Melchers met zijn riek door de smurrie. Ringslangeieren zien eruit als kleine, ingedeukte pingpongballetjes, vaak in klontjes, vergelijkbaar met kikkerdril. Even niet opletten kan zo een hele klont gemiste eieren betekenen.

Een verdroogde hoop heeft nog het meest weg van een volgepoept konijnenhok, maar dit exemplaar is al jaren de 'tophoop' met telkens honderden eieren. De inhoud is nog steeds mooi vochtig en stinkt als een stilstaande sloot in een warme zomer. Deze kraamkamer ligt dan ook in de grachtengordel van het Amsterdamse Bos: aan het water, met genoeg ruige vegetatie rondom de hoop voor dekking van moeder en kroost. Al bij de eerste paar halen van de riek, tuimelen de lege eierschalen door de compost. Los en in trosjes, met handenvol verdwijnen ze in een plastic zakje.

Van de slangetjes overleeft maar een klein percentage, weet Melchers: "Iedereen eet slang, vooral als ze klein zijn. Op een kale broeihoop zijn waarnemingen bekend van een blauwe reiger die de hele dag net uitgekomen slangetjes aan het eten was. Ook ratten, egels, ooievaars, eksters vinden jonge ringslang lekker." Miiiiiiiiieew! mauwt een roofvogel boven de bomen. "En buizerds ook."

Strenger mestbeleid

In Amsterdam begint het ringslangengebied al op slechts 20 minuten fietsen vanaf de Dam. Deze slangensoort is sterk afhankelijk van mensen, omdat ze in de zomer een plek nodig hebben waar de temperatuur constant hoog is, willen de eieren uitkomen. Al duizenden jaren vonden de slangen die plekken in mesthopen. "Vroeger had bijna elke boerderij een mesthoop op het erf waar de ringslang haar eieren kon afzetten", zegt Melchers. "Maar door het strengere mestbeleid zijn boerderijen nu stukken opgeruimder. Goed voor het milieu, maar de milieumaatregelen hadden een kaalslag onder de ringslangen tot gevolg."

Nu wordt de ringslang op veel plekken in Nederland een handje geholpen met de aanleg van broeihopen. Een gouden greep, noemt ringslangonderzoeker Ingo Janssen van Stichting Ravon ze. Sinds de komst van ringslangwerkgroepen halverwege de jaren negentig, is er sprake van een lichte toename van deze beschermde soort in Nederland. "Je zou willen dat voor elke bedreigde soort dergelijke effectieve beschermingsmaatregelen bestonden." In tegenstelling tot natuurlijke afzetplekken als mosbedden, bladerhopen en holle boomstronken, komt in een mest- of broeihoop een groot deel van de eieren uit. Daarnaast wordt ook in natuurbeheer rekening gehouden met de wensen van de ringslang. Rietkragen bijvoorbeeld, die dekking bieden, blijven steeds vaker staan.

Maar zo goed als ringslangen het kunnen doen met een beetje hulp, zo snel kan dat succes ook weer voorbij zijn door de mens. Zo is de plek waar de ringslang voor het eerst een broeihoop betrok rond Amsterdam, langs een museumspoorlijntje in Amstelveen, voor het derde jaar op rij verlaten. Melchers wijt dat aan een fietspad dat er is aangelegd. De dierentunneltjes die eronderdoor lopen, zitten dicht, waardoor de slangen niet kunnen migreren. "Dan is het meteen afgelopen."

In Amstelveen mag het dan minder gaan, in het Amsterdamse Bos beloven de goedgevulde plastic zakjes aan het eind van de dag een goed jaar. Waarschijnlijk is het succes te wijten aan de warmte, afgewisseld met regen en goed beheer. "2400 eieren waarvan er 1663 uitgekomen zijn", meldt Melchers de volgende dag verheugd. "Zowel een persoonlijk record als een record voor het Amsterdamse Bos."

Geluksbrenger met een dodelijke adem

Uit recent onderzoek blijkt dat de ringslang al zesduizend jaar samenleeft met de mens in Nederland. Bij opgravingen in Zuid-Holland werden in mesthopen en onder vloeren van de eerste boerderijen al skelet- en eierresten gevonden. In het stenen tijdperk had het dier de status van een goede huisgod. Een ringslang op het erf betekende voorspoed. Onderzoeker Ingo Janssen: "Ringslangen komen af op goede mest van een gezonde veestapel."

Toen het christendom in Nederland z'n intrede deed, kreeg de ringslang een minder goede naam. "De ringslang transformeerde tot basilisk, genre Harry Potter. Het beest zou een dodelijke adem hebben, water waar hij in zwom was niet meer goed. Hij bracht ongeluk."

In feite heeft de ringslang weinig weg van de vleesgeworden antichrist. Een ringslang is niet giftig, hij heeft zelfs nauwelijks tanden en wordt niet langer dan 1.30 meter in Nederland. Alleen die dodelijke adem, dat klopt dan weer bijna. Als een ringslang bedreigd wordt, houdt hij zich dood. Hij draait zijn kop, opent zijn bek en met enig gevoel voor drama perst hij daar soms zelfs een druppeltje bloed uit. Om het toneelstuk extra kracht bij te zetten, scheidt hij een geur van ontbinding af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden