Goede bedoelingen volstaan niet wanneer het op strafrecht aankomt

Beeld ANP

Het vonnis in de Valkenburgse zedenzaak leek, nog voordat één klant veroordeeld was, al ingebakken te zijn. Ook het Openbaar Ministerie deed aan naming and shaming. En dat zou zich weleens tegen haar kunnen keren.

Seksuele uitbuiting van kinderen is een groot kwaad dat met alle passende middelen moet worden bestreden. Dat was de strekking van het redactioneel commentaar van afgelopen woensdag in deze krant naar aanleiding van wat inmiddels 'de Valkenburgse zedenzaak' heet. Ik stem er van harte mee in. 'Minderjarige meisjes verdienen beste bescherming tegen loverboys' stond boven het stuk: een wat merkwaardige kop. Tenslotte verdient íedereen op nationaal grondgebied de best mogelijke bescherming tegen misdaad. Maar de bedoeling was goed en een redacteur of scribent krijgt niet altijd de kop die hij wensen zou.

Of goede bedoelingen ook volstaan wanneer het op het strafrecht aankomt is een pijnlijke vraag aan het worden. Het Openbaar Ministerie treedt in deze zaak ongekend hard op, vooral jegens een groep die tot dan toe relatief in de schaduw bleef: de klanten. Deze krant juichte dat in de eerste zin van het commentaar uitdrukkelijk toe. Met kennelijke instemming citeerde het de woordvoerster van justitie: 'De echtgenotes zullen wellicht vreemd opkijken als de politie voor de deur staat en ze horen waarom.'

Naming and shaming
Het is niet alleen de bijna gretige wraakzucht die deze opmerking twijfelachtig maakt. Je vraagt je vooral af of deze woordvoerster nooit gehoord heeft van het democratische principe dat iedereen als onschuldig wordt beschouwd totdat hij door de rechter is veroordeeld. Het vonnis lijkt in deze aanpak, waarin het Openbaar Ministerie bewust gebruik maakt van de techniek van naming and shaming, al ingebakken te zijn.

De keuze daarvoor is ongetwijfeld ingegeven door een grote morele verontwaardiging, ook bij het Openbaar Ministerie. Die begrijp ik volkomen, ik deel haar zelfs, maar een justitieel apparaat dat emotie en recht op een dergelijke manier door elkaar heen laat lopen garandeert op zijn beurt niet 'de best mogelijke bescherming' van de burger.

De schokbehandeling van het OM heeft inmiddels geleid tot huwelijkscrises en een paar zelfmoorden, zo constateerde het commentaar van deze krant. Ook in dat laatste heeft justitie geen aanleiding gezien haar beleid te temperen. Zouden we niet beter weten, dan zou je gaan denken dat het OM in Nederland bereid is voor haar morele gelijk ('zonder pardon') over lijken te gaan.

Op dat moment was immers nog niet één klant veroordeeld. Althans: niet veroordeeld door de rechtbank, wel door het maatschappelijk leven - niet in de laatste plaats door het welbewuste optreden van justitie zelf. Dat die laatste daarop in enkele tientallen gevallen afzag van vervolging maakt de zaak alleen maar wranger.

Schervengericht
Vergis ik mij niet, dan is dat een algemene trend aan het worden. Naming and shaming is een uiterst efficiënte sociale techniek gebleken om mensen of instellingen wier gedrag men niet op prijs stelt te dwingen tot inkeer of vertrek. De Amerikanen hebben voor dat laatste van oudsher de uitdrukking 'to run out of town'. In Europa spreken we van schervengericht of 'sociale druk'.

Dat pakt niet altijd gunstig uit - al was het maar omdat er een duidelijk wantrouwen tegenover het optreden van justitie uit spreekt en zoiets gemakkelijk uitloopt op een meer of minder ernstige vorm van eigenrichting. De sociale media hebben dat sinds kort nog een stuk gemakkelijker en effectiever gemaakt.

Vreemd is het dan wel dat justitie in dit geval zèlf een dergelijke eigenrichting in de hand werkt. Opnieuw: zouden we niet beter weten, dan zouden we denken dat zij weinig vertrouwen heeft in haar eigen effectiviteit - en dáárom haar doelen moreel zoekt te verwezenlijken langs de weg van het burengerucht in plaats van (of ter aanvulling op) het formele recht.

Hoe groot en gerechtvaardigd de verontwaardiging over een misdaad ook mag zijn, en hoe groot ook het medeleven met het slachtoffer, de rechtsbescherming van de verdachte kan daartegen niet worden weggestreept. Het opgeven van het beginsel van veronderstelde onschuld en van het onderscheid tussen het juridische en de moraal legt de bijl aan de wortel van ons rechtssysteem. Het zou pijnlijk zijn wanneer justitie aan een dergelijke ontmanteling zelf actief zou bijdragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden