Goed vormgegeven materie leidt naar God

null Beeld

Achter de kale ontwerpen van priester-architect Van der Laan zit een theorie over verhoudingen. Priester Michel Remery las de brieven van Van der Laan en legt zijn denken bloot.

Monic Slingerland

De tierlantijnen, krullen en engeltjes in zijn eigen Sint Lodewijkskerk in Leiden lijken wel te spotten met de voorliefde van kapelaan Michel Remery voor de strakke ontwerpen van Hans van der Laan, de priester-architect (1904-1991) aan wie hij zijn proefschrift heeft gewijd.

Remery laat een foto zien van de kerk in Mamelis, die Van der Laan ontwierp. Baksteen, vierkante ramen. Een groter contrast met de Lodewijkskerk is nauwelijks denkbaar. Toch zijn in beide ruimtes de vieringen volgens dezelfde katholieke liturgie­­. Juist met die verhouding tussen inhoud en vorm in de liturgie was Van der Laan zijn hele leven bezig­­."

Remery vat het kort samen: "Van der Laan vond dat we de dingen nodig hebben om tot God te komen. Hij ging uit van een grote kringloop, waarbij God de wereld geschapen heeft en de wereld weer naar God moet terugkeren. Dat gaat via materie. Christus is materie geworden. Daardoor kan materie ons helpen om de beweging naar God te maken, vooral als die materie goed is vormgegeven. Vandaar zijn grote aandacht voor de vorm. Die vorm was voor hem belangrijker dan de functionaliteit."

Van der Laan was ervan overtuigd dat de vormen die hij ontwierp, de juiste vormen waren. Remery: "Hij was als monnik braaf en bescheiden, maar als het over zijn ontwerpen ging, dan was hij ervan overtuigd dat hij gelijk had. Hij kon heel afkeurend zijn over andere opvattingen en andere ontwerpen."

Remery kwam de brieven op het spoor die Van der Laan in zijn lange kloostertijd heeft geschreven, aan zijn zussen bijvoorbeeld. Dat die brieven bewaard gebleven zijn, is te danken aan Van der Laan zelf. Remery: "Hij is zich kennelijk gaan realiseren dat die brieven wel eens van belang konden zijn voor zijn werk en de studie erover. Op een gegeven moment heeft hij zijn familie gevraagd om hem die brieven weer terug te bezorgen. De brieven die zijn zussen hem geschreven hebben heeft hij niet bewaard. Ja, dat zegt wel wat."

Uitgangspunt voor Van der Laan was zijn eigen theorie over de verhoudingen in een gebouw. De dikte van de muren is bij Van der Laan altijd bepalend voor de overige maten van een ruimte. De plaatsing van de ramen, de verhouding tussen de grootte van de ramen en de totale ruimte, alles is onderworpen aan een streng en consequent systeem. Hij noemde dat 'het plastische getal', een stelsel van acht verhoudingen.

Eerdere studies van het werk van de priester-architect Van der Laan richtten zich vooral op de bouwkundige kant van zijn ontwerpen.
Maar Michel Remery heeft juist dat andere aspect van Van der Laan onder de loep genomen: zijn religieuze instelling, die tot uiting kwam in zijn verhouding tot de liturgie. "Voor Van der Laan was dat het hoogste niveau van de drie vormen die het leven kent, naast natuur en maatschappij. Het hoogste wat een voorwerp kan bereiken is onderdeel te zijn van het vormenspel der liturgie. De kerk is voor Van der Laan het mooiste gebouw dat een mens kan maken."
Een goede vormgeving had voor Van der Laan als functie, het opvoeden van de mens. Mensen moesten maar leren zijn ontwerpen mooi te vinden. Daarna, als ze zich konden laten raken door dat gebouw, zou het zijn uitwerking hebben op hun inwendige leven.
Remery: "Het woord 'parkeergarage' is wel eens gevallen als kenschets voor zijn ontwerpen. Van der Laan wist dat wel en hij kon er ook wel begrip voor opbrengen. Maar hij liet zich er niet door beïnvloeden."

Die ontwerpen vallen op doordat ze strak zijn, niets overbodigs hebben. Op het eerste gezicht lijken ze van een protestantse soberheid. Ze zijn kaal en eerlijk. Een kerkbank van Van der Laan biedt weinig comfort. Remery: "Toch was dat niet zijn opzet. Van der Laan wist heus wel dat zijn banken niet veel comfort boden. Maar er zijn hogere doelen dan comfort. Schoonheid bijvoorbeeld."
Zo liet hij weten in een brief aan de zusters van Waasmunster dat de refterbanken die hij voor hen ontworpen had, vast wat ongemakkelijk zaten. En dat de zusters de banken elke dag in een kaarsrechte lijn moesten zetten, omdat anders het hele effect verloren ging. Maar ze moesten het zo doen omdat de stoelen op deze manier pasten bij de schoonheid van het hele gebouw.

Zo wist hij ook heel goed dat de door hem ontworpen gewaden van de priesters heel onhandig waren, met die lange mouwen die dreigden af te glijden tot ver over de handen, wanneer de geestelijken hun armen niet in de juiste houding hielden.
Op deze manier voedt het gewaad de gebruiker op, zei Van der Laan. Remery doet voor hoe een priester zijn armen moet houden tijdens de liturgie, licht geheven. "Dan zitten de mouwen precies goed, ze blijven in de elleboogholte zitten en hangen dan mooi in plooien. Voor Van der Laan waren de zintuigen ook onderdeel van het theoretische systeem. En is materie altijd instrument om mensen het mysterie van God te leren­­ kennen."

Van der Laan ging eerst bouwkunde studeren. Hij was de zoon van een architect. Twee broers kozen ook die richting. Tijdens zijn studie in Delft kwam hij in contact met Grandpré Molière. Deze Nederlandse architect bekeerde zich in 1927 tot het katholicisme. In datzelfde jaar brak Van der Laan zijn studie bouwkunde af en trad hij in het benedictijner klooster in Oosterhout in. De abt daar was Dom Jean de Puniet de Parry uit Solesmes. Die zag het talent van Van der Laan.
Remery: "Hij liet hem eerst paramenten ontwerpen, kerkelijke gewaden. Van der Laan voerde een radicale verandering door in het ontwerp van kazuifels. De vorm die toen gangbaar was, werd vioolkist genoemd en als je een tekening ervan ziet begrijp je waarom. Van der Laan greep terug op een oudere vorm van het kazuifel. Daarbij valt dat in plooien. Die plooien vond Van der Laan de mooiste decoratie, mooier dan die rijke versieringen die gangbaar waren."

Van der Laan ontwierp ook de meubels voor zijn eigen kamer, en liturgisch­­ vaatwerk. Midden jaren vijftig tekende hij het ontwerp voor de kerk van de benedictijner abdij in Mamelis bij Vaals. Daarin kon hij zonder concessie zijn opvattingen doorvoeren.
Van der Laan heeft ook een ontwerp gemaakt voor de abdij Slangenburg bij Doetinchem. Hij zat in Oosterhout in dezelfde tijd als Dom Tholens­­, toen die van abt Puniet destijds de opdracht kreeg om in het oosten van het land een nieuwe abdij te bouwen.
Dat Slangenburg uiteindelijk niet volgens het ontwerp van Van der Laan is gebouwd, heeft te maken met de opvattingen van deze kloostergemeenschap over architectuur. Slangenburg zou er wel heel anders uitgezien hebben.

Zelf heeft Michel Remery ook een bouwkundige achtergrond. Hij studeerde in Delft aan de TU en werkte drie jaar als bouwkundig ingenieur, eerst bij de luchtmacht, daarna voor Shell in de Baltische Staten.

Remery ging als 23-jarige student naar de Wereldjongerendagen in Manila­­, op de Filippijnen. "Ik ontdekte dat ik mijn werk erg leuk vond, maar het was niet alles. Als ik alles wilde vinden, moest ik priester worden."Remery volgde zijn opleiding in Rome ("de bisschop stuurde me daarheen"), waar hij ook nog mocht dienen als ceremoniarius bij vieringen met paus Johannes Paulus II.
In Van der Laan herkent Remery de belangstelling voor bouwen en voor het heilige.

M.P. Remery, Mystery and Matter. On the relationship between liturgy and architecture in the thought of Dom Hans van der Laan osb (1904-1991), Brill: Leiden 2011 (ISBN 978.90.04.18296.7, 668 pag.)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden