Column

Goed onderwijs heeft een goede onderwijsinspectie nodig

Beeld Maartje Geels

De inspectie komt op bezoek. Het is een aankondiging die menig school doet sidderen. Directies beginnen noest het papierwerk op orde te brengen. Leraren bereiden de les der lessen voor, de conciërges hangen de schilderijtjes nog eens recht. Daarna volgt de grote dag. 

De e-mailserver heeft het inmiddels al bijna begeven onder alle door de leiding verstuurde draaiboeken, notities, schoolplannen en ‘suggesties’. De inspecteurs draaien een dagje of twee mee, en werken daarna hun rapport uit.

Of het nu mee- of tegenzit, zo’n rapport kan voor een bestuur of een schoolleider munitie vormen om noodzakelijke verandering in de school teweeg te brengen. Maar soms is een bestuur of een school het ook gewoon oneens met de bevindingen van de inspectie. Dat leidt over het algemeen niet tot een gang naar de rechter, maar een paar maanden geleden ondernamen twee scholen van de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs deze toch. Eind oktober deed de rechter uitspraak in deze zaak.

Tik op de vingers

De inspectie was haar boekje op een aantal punten te buiten gegaan, vond de rechter. Die docent Duits die alleen via een livestream aanwezig was? Dat mocht de inspectie niet afkeuren. Een suggestieve zin over het toezichtsmodel? Dat moest uit het rapport. Een stevige tik op de vingers vanwege de medezeggenschap op scholen? Onvoldoende onderbouwd, verwijderen. Eens per maand een hele dag gym in plaats van elke week een uur? Mag de inspectie niets van vinden.

De rechter floot hiermee de inspectie op niet mis te verstane wijze terug. Die moet zich volgens de rechtbank strikter houden aan de letter der wet, en niet zelf allerlei interpretaties gaan verzinnen. Maar ironisch genoeg staat dit weer haaks op de bevindingen van de Auditdienst Rijk van vorige week. Die constateert in zijn onderzoek naar de examencrisis van VMBO Maastricht nu juist dat de inspectie zich precies aan de wet had gehouden, en daarom alle problemen rond de schoolexamens had gemist, terwijl die – laten we eerlijk zijn – toch wel vermoed hadden kunnen worden.

30 inspecteurs, 1514 scholen

Dit is nu precies de catch 22 waarbinnen de inspectie zich bevindt. Als ze zich niet strikt aan de wet houdt stelt ze zich kwetsbaar op voor allerlei toekomstige rechtszaken, maar als ze dat wél doet, loopt ze het risico veel te missen wat van belang is. Want laten we wel wezen: een docent Duits via een livestream? Een keer per maand een dag gym in plaats van elke week? Dat zijn nou juist dingen waarvan ik zou verwachten dat de inspectie er een punt van maakt!

Maar ja, niet alleen functioneert de inspectie op een wankele wettelijke basis, ze doet het ook nog eens met een beperkte capaciteit: voor het voortgezet onderwijs heeft de inspectie nog geen dertig inspecteurs voor 1514 instellingen.

Voor publiek vertrouwen in onderwijs is een goed functionerende onderwijsinspectie van essentieel belang, evenals voldoende én goede le­raren. Zo beschouwd was 2018 voor het onderwijs helemaal geen vrolijk jaar.

René Kneyber

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden