Goed natuurbeleid is ook economisch van belang

Het nieuwe kabinet wil drastisch snijden in de Ecologische Hoofdstructuur. Dat is niet verstandig.

Chris Backes en Kees Bastmeijer en Jonathan Verschuuren hoogleraren bestuursrecht Universiteit van Maastricht; natuurbeschermings- en waterrecht Universiteit van Tilburg; internationaal en Europees milieurecht Universiteit van Tilburg

Het nieuwe kabinet wil schrappen in de aanleg van robuuste verbindingen tussen natuurgebieden, bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dat is onverantwoord, om ecologische, juridische én economische redenen.

Tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw was het natuurbeleid in Nederland en heel Europa erop gericht de meest waardevolle natuurgebieden te beschermen. Dat lukte niet goed. Natuurgebieden die niet met andere gebieden verbonden zijn, zijn kwetsbaar. Zeldzame dieren en planten lopen in kleine en geïsoleerde gebieden een groter risico op uitsterven. De biodiversiteit neemt verder af.

Het beleid in Nederland en Europa werd daarom gericht op het scheppen van een robuust ecologisch netwerk, de EHS, waarin bestaande en nieuwe natuurgebieden zo met elkaar verbonden zijn dat dier- en plantensoorten duurzaam kunnen overleven.

De opbouw van zo’n netwerk is een zaak van lange adem. In de afgelopen twee decennia werd het stap voor stap uitgebouwd. In 2018 moe(s)t het klaar zijn.

Vanuit ecologisch perspectief, mede rekening houdend met klimaatverandering, kunnen voortschrijdende inzichten wel degelijk aanleiding vormen om bij de verdere vormgeving van de EHS hier en daar andere keuzes te maken en accenten te leggen. De regering lijkt echter ’herijken’ hier te gebruiken als ambtelijke taal voor schrappen, verminderen, uitkleden. Het wiel wordt een kwarteeuw teruggedraaid.

Te vrezen valt dat ecologische doelstellingen niet gehaald zullen worden omdat de verbondenheid van belangrijke natuurgebieden niet zal worden gewaarborgd. Onder de Europese verplichtingen om bestaande en aangewezen kerngebieden te beschermen, kan men niet uit. Ook de verbindingszones, essentieel voor het functioneren van het ecologisch netwerk, zijn Europees verplicht.

Naar verluidt wil men de verbindingszones niet geheel schrappen, maar de bescherming daarvan geheel afhankelijk stellen van vrijwillige medewerking van de betrokken grondeigenaren en gebruikers. Dat werkt echter niet. Een ecologische verbinding is immers, net als iedere verbinding, zo sterk als haar zwakste schakel. Werkt één grondeigenaar niet mee, dan werkt het hele systeem niet. De uitgaven die in het verleden zijn gedaan en de beheersvergoedingen voor andere grondeigenaren zijn dan niet effectief.

De verbindingszones zijn juist in de toekomst noodzakelijker dan ooit. Natuur is niet statisch. Door klimaatverandering wijzigen randvoorwaarden voor het kunnen voortbestaan van soorten. Juist dan is het belangrijk dat niet alleen vogels maar ook andere dieren en planten kunnen migreren van het ene beschermde gebied naar het andere, om verdere achteruitgang van de biodiversiteit te voorkomen.

Behalve ecologisch onverantwoord zijn de regeringsvoornemens ook juridisch onverantwoord. Het is naar Europees recht niet genoeg alleen de belangrijkste gebieden aan te wijzen en te beschermen. En een goede bescherming van Europees belangrijke soorten en habitattypen is een resultaatverplichting. Indien de natuurdoelen in Natura 2000gebieden niet worden gehaald doordat ze te klein of versnipperd zijn, volgen juridische procedures. Die kunnen ook gaan over de toelaatbaarheid van allerlei menselijke activiteiten in en om die gebieden.

Daarmee raken we direct de economie: internationale studies hebben aangetoond dat investeringen in het behoud van natuur en ecologische netwerken zich uitbetalen. Behoud van biodiversiteit en ecosystemen is een grondslag voor ons bestaan. De natuur levert ons onder meer drinkwater en schone lucht, en absorbeert CO2. Dat is belangrijk voor bedrijven in allerlei sectoren. Denk aan het belang van schoon grondwater voor bierbrouwerijen en vele andere bedrijven. Denk ook aan de bufferfunctie van natuur om gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen (bijvoorbeeld wateroverschot of juist droogte).

De baten van natuurbeleid zijn voor een belangrijk deel economisch niet direct zichtbaar en ontstaan pas op middellange termijn. Het is echter een valkuil om te denken dat niet direct zichtbare middellange baten niet meetellen.

Het grootste deel van de kosten voor de Ecologische Hoofdstructuur is al gemaakt. Het niet voltooien kan op korte termijn een kleine bezuiniging opleveren, maar die staat in geen verhouding tot de rekening die op de middellange termijn gepresenteerd zal worden.

De balans opmakend is de conclusie helder: de plannen van de rijksoverheid zijn ecologisch onverantwoord. Maar zelfs indien men door een economische bril naar de wereld wil kijken, gaat het om uiterst onverstandige voornemens.

Dit artikel is mede ondertekend door: Annelies Freriks, hoogleraar dier en recht (Universiteit Utrecht); Reyer Gerlagh, hoogleraar milieueconomie (Universiteit van Tilburg); Paul Opdam, hoogleraar landschap in ruimtelijke planning (Wageningen Universiteit); Joop Schaminée, vegetatieonderzoeker bij Alterra en hoogleraar ecologie (Wageningen Universiteit en Radboud Universiteit Nijmegen); Rosa Uylenburg, hoogleraar milieurecht (Universiteit van Amsterdam); Aart de Zeeuw, hoogleraar milieueconomie (Universiteit van Tilburg).

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden