Goed hout is kwestie van mentaliteit

Nederland heet sinds de Gouden Eeuw het land van koopmannen en dominees; handelaren met een opgeheven vingertje. In een artikelenserie vragen Trouw en de Wereldomroep zich af: wie wint er als handel en geweten in conflict raken?

Uit het raam van het privévliegtuigje zien we bomen zo ver het oog reikt. Slechts hier en daar kringelt een dunne rooksliert naar boven. Met een aantal handelaren in tropisch hardhout zijn we op weg van de Braziliaanse stad Belém naar een houtzagerij midden in het oerwoud van de Amazonedelta. De houtzagerij is van Cikel, een gigantisch familiebedrijf met acht fabrieken en 300.000 hectaren eigen oerwoud, iets groter dan de provincie Zuid-Holland.

„We hebben hier zo’n vijfhonderd kilometer eigen weg”, zegt directeur Hans van Heerden (47) van de Europese vestiging van Cikel. „Dat is de afstand van Amsterdam naar Parijs.”

Het vliegtuigje brengt de houthandelaren naar Rio Capim in de noordoostelijke provincie Pará, een kale roestbruine vlakte met een aantal daken omgeven door bos. De hoeveelheid bos in dit deel van Brazilië is enigszins bedrieglijk. Volgens het INPE, een Braziliaans overheidsinstituut op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, tonen satellietbeelden aan dat 17 procent van het Amazonegebied is ontbost. Vuur, jacht, illegale houtkap, maar vooral de oprukkende soja-industrie en veeteelt zijn de belangrijkste boosdoeners. Toch wordt de houthandel vaak als hoofddader aangewezen. En dat steekt bij de handelaren.

„Als je zegt dat je in de handel in tropisch hardhout zit, heb je op verjaardagen heel wat uit te leggen”, zegt Marco Poot (33). Timber exporter staat er op zijn visitekaartje. „Het eerste dat men voor ogen heeft, is het huilende aapje dat uit de boom valt. Hardhout wordt meteen geassocieerd met illegale houthandel, wat absoluut onterecht is.”

Poot maakt samen met collega-houthandelaar Dammy Evertse (42) een reis door Brazilië. Doel is het vinden van nieuwe leveranciers en het bezoeken van bedrijven waarmee al contracten bestaan.

De twee houthandelaren maken deel uit van DPW Van Stolk Holding, een productie- en handelsmaatschappij voor hout en houtproducten die levert aan professionele klanten. Jaarlijkse omzet is volgens de website van het bedrijf meer dan 100 miljoen euro.

Voelen handelaren in tropisch hardhout zich verantwoordelijk voor de ontbossing van het Amazonegebied? „Er is natuurlijk illegale houthandel”, zegt Marco Poot. „Daarom proberen wij als onderneming juist te zorgen dat we al onze houtstromen legaal kunnen traceren. Dat doen we via een zogeheten chain of custody. Dat is een manier om vanaf het moment van de kap van de stam tot de eindverbruiker te weten waar het hout vandaan komt. Als we illegale houtstromen ontdekken, stoppen we die direct. Ook persoonlijk zou ik niet in illegaal hout willen handelen.”

„Je weet natuurlijk nooit honderd procent zeker of er niet eens een illegale balk tussenzit”, nuanceert Dammy Evertse. „Maar wij doen onze uiterste best om in gecertificeerd hout, of nog beter FSC-gecertificeerd hout, te handelen.”

FSC staat voor Forest Steward-ship Council. Deze Raad voor Goed Bosbeheer afficheert zichzelf op haar website als „een wereldwijde, onafhankelijke organisatie, opgericht in 1993 door uiteenlopende partijen als natuur- en milieuorganisaties, boseigenaren, mensenrechtenorganisaties en vooruitstrevende houthandelaren.”

In de praktijk betekent de FSC-methode bijvoorbeeld dat maar eens in de 25 jaar drie à vier bomen per hectare mogen worden gekapt. Het bos wordt dus uitgedund en niet volledig omgezaagd. Zo kan het zich steeds herstellen en blijven flora en fauna in stand.

Terug naar de zagerij van Cikel in Rio Capim. Onder een enorm afdak zagen mannen grote boomstammen tot planken. Er wordt hard gewerkt, het geheel oogt niet echt eigentijds. „Er zijn veel modernere zagerijen dan deze”, zegt Hans van Heerden van Cikel. „In Brazilië zie je vaak wat oudere machines staan. Die draaien langzamer, maar met dat zware hout hier kun je toch niet zo hard zagen.”

Een terreinwagen voert de houthandelaren over een onverharde weg naar het bos. Daar staat een groot bord met de tekst: Floresta Certificada pelo FSC, een gecertificeerd bos dus.

Het is stil in het bos. Geen gekrijs van apen of geschreeuw van opvliegende toekans of papegaaien. Wel gemeen stekende kleine vliegjes. Van Heerden is krachtig pleitbezorger van de FSC-methode: „We lopen nu op een pad waar een skidder, een soort tractor, zo’n vier jaar geleden stammen heeft uitgesleept. Je ziet dat het bos op dit sleeppad weer als een dolle groeit. Je kunt bijna niet zien dat hier is gewerkt.”

Over het negatieve imago van de houthandel zegt hij: „Het clichébeeld is dat je hier in het bos staat en een aap boven in een boom ziet. Die kan hier zijn gefilmd, maar meestal in de dierentuin. Dan hoor je een motorzaag en zie je een boom vallen. Dan trekt Nederland zijn chequeboek”

Dan, serieus: „Ik ben ervan overtuigd dat een bos een baas nodig heeft. Alleen dan wordt er goed voor gezorgd. Als het bos van niemand is, kan iedereen er zijn gang gaan en is er van bosbeheer geen sprake.”

Waarom schakelen handelaren niet massaal over op FSC-gecertificeerd hout, als deze methode zo milieuvriendelijk is? Het marktaandeel van tropisch FSC-hout op de Nederlandse markt was in 2006 11 procent. Het gecertificeerde hout is duurder om te produceren, maar er wordt ook grif meer voor betaald. Economisch gezien is de handel in FSC-hout dus zeker rendabel. Probleem is dat het aanbod de groeiende vraag niet kan bijbenen.

DPW Van Stolk uit Rotterdam wil binnen vijf jaar dertig procent FSC-hout verhandelen. Nu haalt de houtimporteur dat percentage nog bij lange na niet.

Commercieel directeur Evertse: „Vooral in de doe-het-zelfbranche en bij overheidsprojecten is er een grote vraag naar FSC-gecertificeerd hout. We proberen natuurlijk aan die vraag te voldoen. Ook willen wij ons steentje bijdragen aan wat tegenwoordig zo mooi ’verantwoord ondernemen’ heet. Helaas is maar een beperkt aantal bossen gecertificeerd. In Brazilië gaat het nog, maar in Indonesië en Afrika staat FSC nog echt in de kinderschoenen. Er is dus gewoon te weinig FSC-hout beschikbaar. Als wij nu al die 30 procentsnorm zouden willen halen, betekent het dat onze omzet fors zou dalen en dat willen we natuurlijk ook niet.”

Wel handelt het bedrijf in andere certificaten voor verantwoord bosbeheheer, het CSI-certificaat uit Canada bijvoorbeeld. Evertse: „We hebben de filosofie: ’Als het beste niet voorradig is, ga je voor second best.’”

Volgens de Nederlander Tim van Eldik (38) is dit maar een deel van het verhaal. Hij vindt dat handelaren zelf veel meer kunnen doen om het aanbod gecertificeerd hout te verhogen. Van Eldik is de drijvende kracht achter Ecoflorestal, een bureau in Belém dat adviseert op het gebied van duurzaam bosbeheer en Braziliaanse bedrijven begeleidt bij de FSC-certificering. Ecoflorestal werkt voor de helft commercieel en wordt voor de andere helft betaald door het bedrijf Precious Woods, marktleider op het gebied van FSC-houtimport.

„Het klopt dat er nog te weinig FSC-bossen zijn”, zegt Van Eldik. „Juridische obstakels met betrekking tot landrechten maken het bedrijven moeilijk om een certificering te verkrijgen, maar nieuwe wetgeving is in de maak. Maar het is ook een mentaliteitskwestie. Je kunt als houtinkoper simpelweg zoeken naar bedrijven die al gecertificeerd hout kunnen leveren. Maar je kunt ook pro-actiever zijn en zoeken naar bedrijven die naar FSC toe willen en daar misschien wat hulp bij nodig hebben.”

In het oerwoud ontdekt Dammy Evertse een boom die zaaddragend is. Volgens de FSC-norm is hij groot en dik genoeg om te worden omgehakt, maar omdat deze boom voor nieuwe aanplant kan zorgen, hebben de houthakkers hem laten staan. „Je ziet in dit fraaie bos dat deze methode werkt”, zegt Evertse. Nu we hier zo lopen, zijn we er volgens mij allemaal van overtuigd dat dit de enige juiste manier is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden