Goed bidden is een hele kunst

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik had nog nooit van het begrip 'bibliodans' gehoord. Toch praktiseert Riëtte Beurmanjer al jarenlang deze combinatie van geloof en dans. Ze vertelt erover in De Zijspiegel, het kwartaalblad van de Oecumenische Vrouwensynode. Komend voorjaar hoopt ze haar proefschrift te verdedigen met de titel: Tango met God? Een theoretische verheldering van bibliodans als methode van spirituele vorming. Ik moest meteen denken aan het nummer 'God is niet dood' van Guus Vleugel, meesterlijk vertolkt door Gerard Cox. Het refrein gaat zo: 'Ik dans met God zo goddelijk de tango. Want op een tango zijn wij allebei verzot. Ik dans met God zo goddelijk de tango. Soms leidt God mij, soms leid ik God.' En daarbij zwierde Cox gracieus over het podium met in zijn armen een onzichtbare God.

Het gaat Beurmanjer onder meer om het spanningsveld tussen actie en ontvankelijkheid. Bij haar stuk staat een afbeelding van de geboorteaankondiging van Jezus geschilderd door Sandro Botticelli. Het lijkt erop alsof Maria en Gabriël samen dansen. Beurmanjer: "In het verhaal wordt duidelijk dat Maria actief, ontvankelijk en contemplatief eraan bijdraagt dat het woord van God niet krachteloos blijft."

Van bibliodans naar bidden is een kleine stap. In PThUnie, het magazine van de Protestantse Theologische Universiteit, komt oud-rector Gerrit Immink aan het woord over het gebed. Een mooie combinatie van Twentse nuchterheid en spirituele bevlogenheid. "Bidden is een fascinerend onderwerp", zegt Immink, die dit jaar als predikant met emeritaat ging. "Je kunt er antropologisch naar kijken natuurlijk, maar... Het staat of valt met God. Als we niet meer tot God bidden, houdt het op." Goed bidden is volgens Immink nog een hele kunst. "Je moet vertolken wat andere mensen denken en voelen. Hoe doe je dat in deze tijd van crisis, als er net weer een aanslag is geweest?" Met bidden om wijsheid is hij voorzichtig. "Als ik fiets of aan het werk ben, dan zit ik soms ineens in een biddende ontvankelijkheid... Maar ik heb nog nooit concreet gebeden met de vraag: wat moet ik in deze situatie doen. Dat gaat toch meer procesmatig."

Ontvankelijkheid, daar is dat woord weer. Over ontvankelijkheid had Leonard Cohen, die twee weken geleden op 82-jarige leeftijd overleed, niet te klagen. Veel van zijn fans declameren zijn teksten als waren het gebeden. Cohen was een gelovige jood, die de sabbat onderhield. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) schrijft over de band van de Canadese zanger met Israël. Dit land kon altijd rekenen op zijn steun.

In 1973 werd hij tijdens de Jom Kipoeroorlog gevraagd op de treden voor de Israëlische troepen in de Sinaï. Cohen had zijn bedenkingen, hij dacht dat zijn sombere songs niet geschikt waren om de soldaten op te beuren. Maar hij ging toch. Het was in de woestijn dat hij de woorden schreef van 'Lover, Lover, Lover', een hart onder de riem voor de Israëliërs. "And may the spirit of this song May it rise pure and free May it be a shield for you A shield against the enemy."

Over Leonard Cohen gaat het ook in het mooie themanummer over kwetsbaarheid van Speling, een tijdschrift voor bezinning. "There is a crack, a crack in everything. That's how the light comes in", citeert hoogleraar spiritualiteitsstudies Peter Nissen uit 'Anthem' van Cohen.

Kwetsbaarheid als kracht. "Als onze ervaringen van kwetsbaarheid de barst zijn waardoor het licht kan binnenvallen, wat leren zij ons dan over dat Uiteindelijke of Ultieme? Misschien dat God ook kwetsbaar is?" Nissen citeert Roberto Sirvent. In een recent boek bepleit deze jonge theoloog dat een God die niet geraakt kan worden, het navolgen niet waard is.

Ook een goede God kan niet om ontvankelijkheid heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden