Goebbels bouwt met niks krachtig en poëtisch theater

¿I went to the house but did not enter¿ is Goebbels¿ meest ingetogen voorstelling tot nu toe. (FOTO MARIO DEL CURTO) Beeld
¿I went to the house but did not enter¿ is Goebbels¿ meest ingetogen voorstelling tot nu toe. (FOTO MARIO DEL CURTO)

Componist-regisseur Heiner Goebbels is de laatste jaren een regelmatig terugkerende gast in het Holland Festival.

Vorig jaar oogstte hij succes met ’Stifters Dinge’ – een onbemande voorstelling voor zelfspelende piano’s, teksten en projecties. En een week geleden ontving hij een Edison voor ’Landschaft mit entfernten Verwandten’, waarmee hij in 2003 op het Holland Festival te zien was.

Muziektheater loopt als een rode draad door het oeuvre van Goebbels. Hij slaagde er de afgelopen decennia in om muziek en theater gelijkwaardig naast elkaar te laten bestaan, in wonderlijke amalgamen waarin hij de grenzen van genres oprekt of overschrijdt. Het is ongelooflijk hoe natuurlijk hij de musici laat acteren in zijn voorstellingen. En hoe zijn eigen stem in die veelsoortige voorstellingen altijd krachtig overeind blijft.

’I went to the house but did not enter’, Nederlandse première woensdag in de Amsterdamse Stadsschouwburg, is misschien wel Goebbels’ meest ingetogen voorstelling tot nu toe. Hij baseerde zijn ’geënsceneerde concert in drie tableaus’ voor het Hilliard Ensemble op teksten van T.S. Eliot, Maurice Blanchot, Franz Kafka en Samuel Beckett. Pretentieus als je dat zo op papier ziet staan, maar van een poëtische schoonheid in de handen van Goebbels.

In het eerste tableau staan de vier mannen van het Hilliard Ensemble in een monochrome kamer met tafel – in lange overjassen, met hoed op hun hoofd. In een zwijgend zwart-wit ritueel onttakelen ze de ruimte en pakken ze alle voorwerpen met grote aandacht in. Eerst een kop en schotel, dan nog eentje, de vaas met bloemen – zelfs de gordijnen worden afgehaald. Die handelingen worden doorsneden door ’The Love Song of J. Alfred Prufrock’ van Eliot, a cappella-muziek die misschien nog het best omschreven kan worden als atonale close harmony.

In de daaropvolgende scènes zet Goebbels die lijn voort, in zijn ontmoeting tussen ’Herenleed’ en ’The Singing Detective’. In het tweede tableau kijk je naar een al even gedetailleerd vormgegeven voorstedelijke huisgevel met vier nachtelijke bewoners achter de ramen, die teksten van Blanchot over mislukking en verlangen in het leven uitspreken, en over de nutteloosheid van de dingen.

In een welhaast cabaretesk gezongen coda zingt het Hilliard Ensemble over het uitstapje naar de bergen, met z’n vieren geschaard rond een fiets. De laatste scène speelt zich af in een hotelkamer, waar de vier uiteindelijk familiedia’s bekijken, op een psalmodiërend getoonzet ’Worstward Ho’ van Beckett. „Faal, faal nog een keer, faal beter.”

Met bijna niks bouwde Goebbels woensdag in een uur en drie kwartier zo een krachtige voorstelling op, waarin de muziek spaarzaam maar effectief werd ingezet en waarin elk detail een plaats kreeg. Zijn statische zetting van Beckett was woensdag zonder meer de mooiste sinds ’Neither’ van Morton Feldman – op het lijf geschreven van het Hilliard Ensemble, altijd zuiver, zelfs in passages zonder oogcontact hecht als ensemble en mooi sober acterend.

In de volle schouwburgzaal zat ik naast twee oudere vrouwen die om werkelijk elke handeling of geluid brulden van het lachen, als enigen, heel storend. Dronken? Te veel spacecake gegeten? ’I went to the house but did not enter’ was raadselachtig, maar van zoveel lol begreep ik echt niks.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden