Goebaidoelina beslecht zware strijd al vroeg

AMSTERDAM - Toonmeesters, tijdgenoten, klanktovenaars: er blijkt een grote behoefte te bestaan aan aansprekende synoniemen voor het woord componist. Terwijl deze beroepsgroep zich juist meer en meer lijkt te concentreren op de ambachtelijke kant van de scheppende toonkunst, waarbij letterlijk dingen 'bijeen-gezet' worden.

Het programma dat de Russisch-Tataarse componiste Sofia Goebaidoelina samenstelde voor het derde concert in de serie 'Tijdgenoten', woensdagavond in het Concertgebouw, ademde in ieder geval duidelijk de sfeer van dit soort 'bijeenzetten'. Niet alleen in de composities zelf, maar ook in het programma wees Goebaidoelina met vaste hand de ingrediënten hun plaats. Haar compositie 'Descensio' uit 1981 opende het concert. Beginnend met etherische metalen klanken van ondermeer percussie en celesta (hogere sferen), bleek de afdaling naar het aardse via een drietal trombones (in glijvlucht) uiteindelijk naar een driestemmige paukenroffel te verlopen (landing). Ook als we de religieuze connotatie van de telkens in groepen van drie opererende instrumentengroepen even terzijde laten (ze illustreren uiteraard de Drievuldigheid), leverde dit thema in ieder geval interessante ensemble-muziek op, waar dirigent Reinbert de Leeuw en de solisten van het Schönberg-ensemble wel raad mee wisten.

Vrijblijvend en daardoor minder interessant klonk de wereldpremière van 'Voyage III' van de jonge Japanse componist Toshio Hosokawa, met wie Goebaidoelina een muzikale verwantschap zegt te voelen. Dit bleek niet direct uit zijn muziek. Trombonist Michael Svoboda die de solistenrol vervulde, illustreerde behendig de mogelijkheden van zijn instrument in het verloop van het stuk en in een cadens-achtige passage. Maar de 'zware strijd om het ik' die deze compositie blijkens de toelichting als programmatisch vertrekpunt heeft, lijkt de 42-jarige Japanner pas recentelijk te zijn begonnen in zijn muziek.

Door toedoen van veel extra strijkers had het Schönberg-ensemble zich in de twee resterende werken vermomd als een heus kamerorkestje. De zes gedichten op tekst van Marina Tsvetajeva die Dmitri Sjostakovitsj aan het einde van zijn leven toonzette, vragen namelijk om een traditionele bezetting met strijkers, fluiten en hoorns. Aan de volle dramatische stem van de alt/mezzo Helena Rasker was het te danken dat de zes liederen, ondanks wat wankele momenten in het strijkerscorps, volledig tot hun recht kwamen. Sober en dramatisch, van een onbestemd soort melancholie zette deze Sjostakovitsj de juiste toon voor de hoofdschotel van het concert: de cantate 'Nacht in Memphis' van Goebaidoelina zelf.

De oud-Egyptische teksten die Goebaidoelina in een vertaling van dichteres Achmatova onder ogen kwamen, inspireerden haar tot een klein meesterwerkje. Hoewel ze de cantate reeds in 1968 voltooide, vond de première pas twintig jaar later plaats. Het traditionele kamerorkest van Sjostakovitsj, ondergaat bij Goebaidoelina een kleine, maar zeer werkzame verandering door de toevoeging van ondermeer percussie, celesta, harp, trompet en mandoline. In dit archaïsche coloriet blonk andermaal de prachtige stem van Helena Rasker uit, ditmaal extra glans bijgezet door prachtige fluit-solo's van Govert Jurriaanse. Het talrijk opgekomen publiek bedankte de componiste ook nu weer uitbundig.

Met conventionele compositie-middelen als fugati en een lopende bas weet Goebaidoelina de spanning van begin tot eind vast te houden in een volstrekt oorspronkelijk idioom. Getuige deze cantate beslechtte de nu 66-jarige Goebaidoelina de 'zware strijd om het (muzikale) ik' al ruim vóór haar veertigste levensjaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden