Godsdienstonderwijs / Interreligieuze school was tijd te ver vooruit

Na de vakantie blijft het plein van de Juliana van Stolbergschool in Ede leeg. De laatste kinderen zijn de afgelopen maanden ondergebracht op andere scholen. Het is het trieste einde van de enige interreligieuze school van Nederland.

Op de houten tafel in de woonkamer van Ina ter Avest ligt haar proefschrift: het resultaat van tien jaar onderzoek naar de ontwikkeling van het 'godsconcept' van autochtone en allochtone kinderen. Ze volgde jarenlang negentien leerlingen van de interreligieuze Juliana van Stolbergschool en tien van de protestants-christelijke Prinses Mar grietschool, beide in Ede. ,,Toen in de jaren tachtig het idee ontstond voor een multireligieuze school, vroeg ik me af: wat doet zoiets met kinderen?''

In 1990 veranderde de Juliana van Stolbergschool haar naambordje van christelijk in christelijk-islamitisch. De leegloop begon meteen, met zeven ouders. ,,Sommige mensen vroegen: wil je dan dat je kind moslim wordt?'' Daarnaast trokken veel autochtonen uit de wijk en namen Turkse en Marokkaanse gezinnen hun plaats in.

Misschien was de tijd in Ede nog niet rijp voor een proef met christelijk-islamitisch onderwijs. Maar Ter Avest vindt dat ook de ondersteuning van autochtone ouders beter had gekund. ,,In die tijd was er sowieso veel aandacht voor allochtonen, voor hún integratie. Achteraf gezien was er te weinig oog voor de autochtone ouders.''

Er werden wel voorlichtingsavonden voor de 'witte' ouders georganiseerd, waarop de islamitische feestdagen centraal stonden. ,,Als christelijke school kende je natuurlijk al je eigen feesten. Kerst en Pasen vieren was geen punt. Daarom werd vooral gekeken naar: hoe gaan we ramadan houden?''

Op de Juliana van Stolbergschool werd structureel aandacht gegeven aan het christendom en de islam. Gezamenlijk volgden de kinderen lessen over beide religies, naast lessen over hun eigen geloof. Ter Avest ontdekte dat hoe opener de moeders waren ten opzichte van de multiculturele samenleving, hoe steviger de kinderen in hun geloof stonden.

,,Het is niet belangrijk of de school en de familie thuis dezelfde religie aanhangen'', zegt Ter Avest, adviseur aan de Utrechtse Adviesgroep voor Identiteit, Levensbeschouwing en Onderwijs. ,,Een christelijke leerkracht mag best zijn eigen visie vertellen en een islamitische moeder de hare, als er maar wederwijdse openheid bestaat.'' De moeders zijn zich bewust van hun godsdienstige eigenheid en zullen dat thuis benadrukken. ,,Deze basis wordt versterkt door de keuze voor een interreligieuze school.''

Volgens Ter Avest lukt een dialoog pas als mensen wéten waarover ze spreken. ,,Juist in Ede was dit experiment zo interessant'', zegt ze. ,,De mensen op de Veluwe staan nog sterk in hun godsdienstige traditie. De vraag van moslimouders naar lessen over hun eigen religie werd daarom hier ook zo goed begrepen.''

Als kinderen naar een school gaan die overeenkomt met de godsdienst van de ouders, zorgt dat eveneens voor een sterk ontwikkelde godsdienstige 'eigenheid', concludeert Ter Avest. ,,Maar het is wel een gesloten eigenheid. Er zijn in de literatuur aanwijzingen dat zoiets kán leiden tot fundamentalisme: een stagnatie in de religieuze ontwikkeling.''

Op beide basisscholen zijn er aanvankelijk geen verschillen tussen christelijke en islamitische kinderen. Omstreeks het negende jaar omschrijft ieder kind God als iemand die luistert en overal is. Ook kan God zorgen voor mooi weer tijdens het schoolreisje. De religieuze boodschap 'papegaaien' de kinderen na van hun ouders. ,,Pas later, als ze naar het voortgezet onderwijs gaan, kleuren tradities het algemene verhaal in. Nog later zorgt deze inkleuring dat iemand zich bekent tot moslim of christen.''

In de puberteit vertellen kinderen wat God persoonlijk voor hen betekent. Ter Avest sprak met een islamitische jongere die God omschreef als 'vriend' en een christelijke tiener die God 'groot' noemde. ,,Termen die je eerder andersom zou verwachten. De godsbeelden blijven dus niet helemaal gelijk, maar veranderen door de omgeving.'' Of dit nu het specifieke resultaat van het interreligieus onderwijs is, kan Ter Avest niet eenduidig vaststellen. ,,Na de gewone basisschool kunnen deze tieners ook in contact zijn gekomen met andersgelovigen.''

Op de Prinses Magrietschool noemen de christelijke kinderen God regelmatig 'een vriend', maar hij is voornamelijk aanwezig als een herinnering uit verhalen. Ook twijfelen deze kinderen vaker wanneer hun gevraagd wordt of de verhalen uit de Bijbel werkelijk ook zó gebeurd zijn. Allochtone leerlingen met een islamitische opvoeding reageren hierop uitgesprokener. Voor hen staat als een paal boven water dat deze verhalen hebben plaatsgevonden.

,,De secularisatie speelt hier een grote rol'', zegt Ter Avest. ,,Bij deze moslimkinderen zie je dat nog niet gebeuren. Toch zal dit proces ook bij deze groep gelovigen invloed uitoefenen. Nu al hoor je over moslims die zogenaamd 'nergens aan doen', maar wel het vasten tijdens de ramadan in ere houden.''

Veel christelijke rituelen rond geboorte, huwelijk en dood zijn sleets geraakt, waardoor kinderen meer moeite hebben met het zich eigenmaken van het christelijk geloof. ,,Vroeger vond ik het wel leuk om naar de kerk te gaan'', zegt de 17-jarige Vincent. ,,Die musical met kerst, een dagje uit, repeteren en zo, dat was altijd leuk.''

Uit het onderzoek blijkt dat vooral bij autochtone kinderen God 'soms belangrijk' is, bijvoorbeeld bij het avondgebed - het laatste ritueel waaraan ze vaak nog jarenlang vasthouden. Bij allochtone leerlingen maken de dagelijkse religieuze plichten dat ze God als 'aanwezig' ervaren. Allochtone ouders hechten veel belang aan het leren van godsdienstige regels. In hun opvoedingstoptien staat godsdienst bovenaan, bij autochtone ouders onderaan.

De tieners worden bepaald bij de keuzes die ze ook zélf moeten maken voor hun godsdienst, van vijf keer per dag bidden tot het al dan niet dragen van een hoofddoek. Een sterker zelfbewustzijn is het resultaat. Zo vertelt de 17-jarige Hafiz dat 'wat in de Koran staat je gewoon moet doen'. Het geeft hem een sterk gevoel van eigenwaarde.

Geseculariseerde gezinnen gebruiken nog steeds rituelen, zegt Ter Avest, ze zijn alleen anders vormgegeven. ,,Gezinnen vouwen niet meer altijd hun handen voor het eten om te bidden. Sommige mensen creeëren nieuwe rituelen en geven elkaar aan tafel een hand. Deze ankerpunten moeten ouders gebruiken om hun visie op het leven te verhelderen aan hun kinderen.''

Of interreligieus onderwijs nu beter is dan protestants of islamitisch, kan Ter Avest, ook na tien jaar onderzoek niet vaststellen. Veel staat of valt bij de open houding van de opvoeders ten opzichte van andere godsdiensten. ,,Op de basisschool staan alle kinderen aan dezelfde invloeden bloot. De leerkracht bepaalt waar de kinderen mee in aanraking komen. Maar na de basisschool heb je daar minder grip op.'' De 'effecten' van een bepaald type basisschool zijn moeilijk te onderscheiden van de invloeden van vrienden en werk. Het onderzoek levert alleen aandachtspunten op, zegt Ter Avest. ,,Geen richtingwijzers in de trant van: zo komt het wel goed met de multiculturele samenleving''.

Daarbij kán simpelweg niet meer gekozen worden voor interreligieus onderwijs, nu de Juliana van Stolbergschool haar deuren sluit. ,,Ik vind het wel jammer dat de school het niet gered heeft'', zegt Ter Avest. ,,Maar ik ben wel blij dat we iets weten over de invloeden van interreligieus onderwijs. Op scholen in bijvoorbeeld Rotterdam sijpelt het gedachtegoed van de Juliana van Stolberg toch door. Misschien was deze school gewoon haar tijd vooruit.''

Ina ter Avest: Kinderen en God verteld in verhalen. Boekencentrum, ISBN 9023913558; 423 blz., €29,90.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden