Godsdienst rechtvaardigt geen ouderlijke almacht

Premier Jan Kappeyne van de Coppello Beeld publiek domein
Premier Jan Kappeyne van de CoppelloBeeld publiek domein

Hans Goslinga slaat de plank mis met zijn kritiek op het liberalisme. Volgens Patrick van Schie hebben liberalen niets tegen de vrijheid van onderwijs, wel tegen de vrijheid van ouders om alles te bepalen voor hun kinderen.

Patrick van Schie

Liberalen minachten de gereformeerde 'kleine luyden' en hun antirevolutionaire partij. Althans, deze mythe warmde Hans Goslinga onlangs op in zijn Trouw-column (van 17 mei). Liberalen, schreef hij, worden gekenmerkt door een 'zelfgenoegzame weldenkendheid'.

Geregeld duikt daarbij een citaat op van de negentiende-eeuwse liberale premier Kappeyne van de Coppello, ten tijde van de schoolstrijd. Die zou toen hebben gesproken van 'een dode vlieg die de ganse zalf bederft'.
Helaas trekt Goslinga het citaat volledig uit zijn verband, in navolging van confessionelen die het geregeld opgraven. Hij stelt dat Kappeyne met de vlieg al degenen bedoelde die eigen scholen wilden stichten. Dat is echter niet het geval.

Onderdrukt
Letterlijk verklaarde Kappeyne op 8 december 1874 in de Tweede Kamer: 'Nu vraag ik: kan eenig vader beweren, dat het zijn pligt is aan zijn kind het eerste onderwijs te onthouden, wanneer de school waarin dat onderwijs genooten wordt, voor het kind door den Staat kosteloos opengesteld is? Zegt men: "Indien gij dat wilt, onderdrukt gij den minderheid", zou ik bijna zeggen: "Welnu, dan moet die minderheid maar worden onderdrukt, want dan is zij de vlieg die de gansche zalf bederft, en heeft zij in de maatschappij geen regt van bestaan". Zegt men: "Gij moet aan de ouders de keuze van de school laten", dat geef ik volkomen toe.'

Niet voorstanders van de bijzondere school als zodanig vergeleek hij dus met een vlieg die de zalf bederft, maar ouders die hun kinderen liever onderwijs onthielden dan ze naar een voor alle richtingen acceptabele en gratis beschikbare openbare school te sturen.

Neemt iemand daar tegenwoordig nog aanstoot aan? Ja, in 1901 gaf de overgrote meerderheid van de confessionele politici - net als de socialisten - liever ouders de kans hun kinderen onderwijs te onthouden dan de leerplicht op te leggen. Het waren de liberalen die de leerplicht voorstelden en daar in het parlement bijna voltallig voorstemden. Ik mag toch hopen dat de tegenwoordige confessionelen niet van de leerplicht af willen.

Volwaardige burgers

Deze leerplicht is niet zomaar een inbreuk op vrijheid van burgers. Het is een inperking van de vrijheid van ouders om de individuen om wie het bij onderwijs gaat - de kinderen, die hier (nog) niet zelf de keuze kunnen maken - van school weg te houden. Dankzij die inperking krijgen kinderen namelijk de kans tot volwaardige burgers op te groeien die later in staat zijn hun eigen, zelfstandige keuzes te maken. Kinderen worden aldus beschermd tegen ouders die onderwijs voor hun kroost niet nodig vinden. De vrijheid van het kind zelf staat hier voorop, niet die van de ouders om hun kind te schaden.

Nog altijd menen confessionelen dat de zeggenschap van ouders over hun kind ver strekt. Zo kanten zij zich tegen een verbod op jongensbesnijdenis indien de ouders menen dat zoiets op religieuze gronden geboden is. Wie zo'n verbod bepleit krijgt te horen dat kinderen niet van de staat zijn. Dit klopt natuurlijk, maar zij zijn ook geen eigendom van ouders die geheel naar believen over hen kunnen beschikken.

Religieus neutraal

Ouders hebben het recht hun religieuze inzichten aan hun kinderen mee te geven. Als die kinderen eenmaal volwassen zijn kunnen zij zelf de beslissing nemen of zij de van hun ouders meegekregen inzichten blijven volgen, of andere keuzes maken. Indien zij religieus neutraal onderwijs hebben mogen genieten, zijn zij des te beter in staat hun eigen afweging te maken.

Religie mag echter geen vrijbrief zijn een kind lichamelijk te verminken. Besnijdenis is een onomkeerbare handeling. Een volwassen burger mag daar natuurlijk voor zichzelf voor kiezen maar niet voor een minderjarige.

Besnijdenis van minderjarigen zou dus beperkt moeten worden tot gevallen waarin van medische noodzaak sprake is. Een verbod op besnijdenis van minderjarigen betekent slechts dat de vrijheid wordt ontnomen een ander iets aan te doen. Zoals je ook geen mes in andere delen van iemands lichaam mag zetten.

Zo'n verbod beschermt de vrijheid en het lichaam van het kind. Wie zich tegen een verbod op besnijdenis van kinderen verzet, die toont pas minachting voor een ander.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland, verbonden aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden