Godsdienst is geen leugen, ook al is er geen God

Guus Kuijer in de jaren tachtig. Kuijer bracht net zijn vierde bijbelboek voor ongelovigen uit.Beeld ANP

Zelden las ik zo'n indrukwekkend interview over de Bijbel als dat met Guus Kuijer, afgelopen week in De Volkskrant. Maar deze uitspraak staat boven het verhaal: 'We zijn ongelofelijk voorgelogen'. Een rellerige kop die vraagt om tegenspraak.

Kuijers vierde bijbelboek voor ongelovigen is verschenen en in het interview laat hij zien wat je met die verhalen over het God-personage aan moet. "Ik denk dat aardige mensen met het woord 'God' altijd een verlangen hebben uitgedrukt naar een rechtvaardige wereld", zegt Kuijer. "Dat ze niet zozeer een soort man met een baard boven zich zagen, maar dat ze God net als zichzelf wilden onderwerpen aan een wet. Dat is wat Abraham ook doet: jongen, we sluiten een contract. Als jij belooft rechtvaardig te zijn, zijn wij dat ook."

De verleiding is groot uit het interview te blijven citeren, maar dan kunt u het beter zelf lezen.

Liever heb ik het over mijn twijfels bij één opmerking van Kuijer: "We zijn geweldig voorgelogen", zegt hij. Dat klinkt naar oplichting en bewust bedrog. Wie liegt wéét dat hij liegt en wie voorliegt misleidt met opzet. Of Kuijer het zelf precies zo bedoelt is niet helemaal duidelijk, maar de opmerking vraagt om tegenspraak.

Opium voor het volk
Het is een oud cliché: godsdienst wordt door machtigen gebruikt om het volk eronder te houden. Voltaire, Marx, Nietzsche en Lenin wisten er wel weg mee - en dan noem ik alleen nog maar de grootsten. Sinistere figuren spiegelden de mensen iets voor ter wille van eigen macht, rijkdom en heerschappij.

De kerk was daarin instrument, zo niet zelf dader. Voor zover ze nog enig krediet had, is ze ook dat daarmee wel kwijt. Zo'n complottheorie heeft, vreemd genoeg, theologische wortels. Achter alles in de geschiedenis zit een opzet, denkt ze, en nu dat geen goddelijke meer kan zijn moet hij wel van mensen komen.

Toeval bestaat nu niet voor wie in het complot gelooft. Maar ik meen dat de kerken en hun functionarissen wel degelijk geloofd hebben in wat ze verkondigden. Zij vertelden geen leugens - ook al moeten we inmiddels misschien vaststellen dat het scheppingsverhaal géén geschiedschrijving is en er geen almachtige en algoede God is die over ons waakt.

Wat kerken uitdroegen was niet waar, maar dat maakte hen gewoonlijk nog niet doortrapt of hypocriet. Moeilijker werd het toen de moderne wetenschappen eraan te pas kwamen. En dan denk ik niet allereerst aan de natuurwetenschappen. Die waren voor de meeste kerken een stuk minder problematisch dan vaak wordt voorgesteld.

Concilievaders uit de Verenigde Staten en Amerika stappen uit in Rome om daar het Tweede Vaticaans Concilie bij te wonen.Beeld ANP

Kolenbrandersgeloof
Veel ingrijpender waren de theologische disciplines, die het kolenbrandersgeloof van binnenuit begonnen aan te vreten. Bijbelexegese, tekstkritiek, godsdienstgeschiedenis en een steeds radicalere theologie legden zelf de bijl aan de wortel van te simpele religieuze overtuigingen. Gaandeweg sijpelde dat door naar de allergewoonste gelovigen.

Ik herinner mij nog hoe in de slipstroom van het Tweede Vaticaans Concilie op katholieke scholen ouderencursussen werden georganiseerd om uit te leggen hoe je de Bijbel wèl moest lezen. Dat dat geen boek vol dogma's of geschiedkunde was, maar een verhalenbundel die een levensopvatting wilde uitdragen. Ik vermoed dat dat zelfs voor veel ambtsdragers en godsdienstleraren tamelijk nieuw was.

In eerste instantie overheerste - ook in mijn eigen familiekring van doorsnee-katholieken - een nieuwsgierig soort enthousiasme. Geloof en kerk vielen niet van hun voetstuk, maar begonnen op een nieuwe manier te tintelen: plotseling begrepen we het allemaal beter.

Wát we begrepen week niet zo heel veel af van wat Kuijer in zijn interview zegt. Geloof en religie zijn subtiele zaken; juist in zijn oneerbiedigheid lijkt Kuijer dat feilloos aan te voelen. Maar dat besef wordt schaars.

Sprookje
Op dezelfde dag waarop het interview verschijnt, lees ik een paar tweets van columniste Marianne Zwagerman. In Mekka was men de doden nog aan het tellen, toen zij schreef: "Mensen die elkaar doodtrappen om een sprookje. Gekkie is nog een compliment. (..) Hoeveel doden moeten er nog vallen voordat geloven in sprookjes verboden wordt?" En: "Alles waar doden voor vallen moet afgeschaft worden."

Wie schrijft zoiets, wat maakt die zinnen zo wrang? Is het de evidente onzin ervan: moeten we popconcerten en voetbalwedstrijden met hun soms dodelijk gedrang dan ook maar afschaffen? Is het de totale afwezigheid van bekommernis om de doden, meer dan twee keer MH17? De pijnlijke onwetendheid van wat godsdienst eigenlijk is? Of de massieve pretentie van eigen gelijk dat zich van niets meer iets aantrekt?

Dan maar liever terug naar Kuijer: "Iedere schrijver moet ervoor waken dat hij preekt in plaats van een verhaal schrijft", waarschuwt hij. "Want dan doe je in wezen hetzelfde als de dominee die je aan het handje neemt en zegt: nu kom je in de hemel."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden