Gods liefde hangt niet af van een religieuze ervaring

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Cees Huisman.

Koert van der Velde

Wat hebt u beleefd?

„In mijn geboortejaar splitsten mijn ouders zich met dominee Steenblok af van de gereformeerde gemeenten. De nieuwe groep heette in de volksmond ’de uitgetredenen’. Zij geloofden in een set waarheden die je niet alleen moest onderschrijven, maar die je ook moest beleven, ’bevindelijk kennen’, en dat kon alleen als je bekeerd was.

Of dat ooit met mij zou gebeuren was maar de vraag. Alleen de bekeerden, onder wie mijn vader, mochten deelnemen aan de viering van het avondmaal en zo zat ik als toeschouwer en buitenstaander aan de kant.

Ik heb niet meer goed in mijn geheugen zitten hoe ik dit precies vond. Aanvankelijk, toen ik een jaar of twaalf was, zal ik best graag ook aan het avondmaal hebben willen meedoen, en ook ik zal de onzekerheid en onrust hebben gekend waarmee velen leefden die niet bekeerd waren. Maar ergens moet ik een omslag hebben gemaakt. Op een gegeven moment kon ik niet meer geloven dat dit bevindelijke nu de inhoud van de blijde boodschap was. Ik kwam er steeds meer achter dat de religieuze belevenissen onder de uitgetredenen belangrijker werden gevonden dan wat God in Christus voor ons gedaan heeft. Het zich verlaten op het verzoenende werk van Christus was in de schaduw gekomen van de religieuze belevenissen, die men elkaar graag doorvertelde en waaraan je als buitenstaander geen deel had. De inner circle was een gesloten bolwerk en bepaalde wat de waarheid was en wie er deel aan had. Mijn persoonlijke geloofsleven werd gefrustreerd, omdat dat aan criteria moest voldoen die ik onwaar, onnodig en deprimerend vond. Op mijn zevenentwintigste trad ik uit, ben ik theologie gaan studeren en predikant in de Nederlandse hervormde kerk geworden.”

Was uw uittreding dus eigenlijk het gevolg van een gebrek aan religieuze beleving?

„Of ik was gebleven als ik wel een bekeringservaring zou hebben gehad, is niet te zeggen. Ik ben echter de waarde van religieuze beleving gaan relativeren. Ik kreeg een steeds grotere argwaan tegen bekeringsverhalen en het in het middelpunt plaatsen van de beleving van de vrome mens. Want daar gaat het uiteindelijk niet om. Het gaat erom dat God mij eerst heeft liefgehad en dat, al ben ik ontrouw, Hij mij getrouw blijft. Dat lijkt mij de kern van de bijbelse boodschap en die is sterker dan ’wat ik in mijn hart gevoel’. De goedheid en genade van God is volgens mij niet afhankelijk van een ervaring. Zo begon mijn geloof te groeien aan dit ongeloof. Steeds meer ging ik geloven dat ik wel degelijk kind van God was en dat de door de uitgetredenen zo gewaardeerde ervaringen zeker geen voorwaarde waren. Dit geloof heeft mijn leven een totaal andere wending gegeven.

Dat mijn verhaal in de rubriek ’Religieuze belevenissen’ terechtkomt, vind ik eigenlijk wel een beetje komisch, want uiteindelijk komt mijn ’religieuze ervaring’ erop neer, dat ik ontdekte dat deze volstrekt niet beslissend is voor je ziel en zaligheid.”

Staat dit voor u als een paal boven water of kent u twijfel?

„Religieus geloof blijft altijd aangevochten. Het mist immers een grond. Het verhaal van Jezus die over het water liep, laat precies zien wat geloof is. Normaal zou je erdoorheen zakken. Zodra geloof onderworpen wordt aan kritisch denken, zak je er zeker door. En ook ik zak er dus wel eens door. Geloven blijft een worsteling, twijfel een ongewenst bijproduct. Maar het is toch ook een teken dat je echt leeft.”

Wat doet u eraan?

„Een hele tijd zwijgen, en dan verdergaan. Het is moeilijk te zeggen wat er dan gebeurt. Iets dat ook Joden in het concentratiekamp overkwam. In de narigheid gingen ze twijfelen en stelden ze met elkaar vast dat God niet bestond. Om tien minuten later te zeggen: het is tijd voor het avondgebed. Op momenten dat God niet reëel is, maakt de liturgie hem levend.

Een predikant heeft het relatief gemakkelijk. Hij moet een preek voorbereiden, en gelukkig moet hij op zondag wel naar de kerk. Het werkt wel zo. Maar ook voor gewone gemeenteleden. Die hoor ik soms klagen dat de stilte in de dienst te kort duurt of de preek te lang. Maar het gaat om het besef uitgeheven te zijn boven de tijd, zodat lang of kort niet meer van toepassing is. Dat is te oefenen. En als het lukt, dan kun je ervaren dichter bij God te zijn. Met zo’n ervaring kan ik heel blij zijn. Maar natuurlijk wel zonder alles in het werk te stellen dit te bereiken. De ervaring mag niet té belangrijk worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden