Gods goede gabber

(FOTO SAKE ELZINGA)

Er moet echt iets aan de hand zijn, wil er in de Bijbel een engel verschijnen. En maar twee engelen krijgen een naam: Michaël en Gabriël. De eerste was lange tijd heel populair. Maar Gabriël is volgens Sam Janse aan de winnende hand.

Er heeft altijd een lichte rivaliteit bestaan tussen Michaël en Gabriël – in elk geval tussen hun aanhangers. Er lopen in de wereld ook meer Michielen, Michaels en Mikes rond dan Gabrielles en Gabi’s. Dat zal wel samenhangen met de taken die de twee engelen hebben: Gabriël is de bode, Michaël de strijder.

Maar Gabriël is met een comeback bezig. De beslissingen vallen in onze tijd op het terrein van de communicatie. En wie dat veld beheerst, is de winnaar. Met een vooruitziende blik benoemde paus Pius XII Gabriël al op 12 januari 1951 tot patroon van mensen die in de telecommunicatie werkzaam zijn. Als een ambassadeur moet hij hun belangen behartigen bij God. Dat haalt Michaël met zijn ouderwetse strijdmethoden nooit meer in. Een tegenzet uit zijn kamp zou zijn om hem tot schutspatroon te maken van iedereen die met high tech oorlogstuig te maken heeft, maar tot nu toe heeft de paus dat niet aangedurfd.

Het betekent dat Gabriël aan de winnende hand is. En niet alleen in de rooms-katholieke hoek, ook in het protestantse kamp. Er is een filatelistenvereniging ’Gabriël’ met een dominee als voorzitter. En als je de islam erbij betrekt, gaat Gabriël het helemáál met glans winnen.

In het Oude Testament treedt de engel Gabriël voor het eerst op in het boek Daniël. In hoofdstuk 8 heeft Daniël, de Joodse balling in het verre Babel, een visioen. Hij hoort een stem, blijkbaar van God, de opdrachtgever: „Gabriël, laat hem het droomgezicht verstaan.” Gabriël verschijnt en laat Daniël zien dat het visioen betrekking heeft op de verlossing van Israël, op de tijd van het einde. Ook in hoofdstuk 9, als Daniël opnieuw een visioen heeft gekregen, verschijnt de engel. De man Gabriël, vertaalt Pieter Oussoren, komt „vliegensvlug aangevlogen”. Opmerkelijk is dat Gabriël hier een mens is die tegelijkertijd kan vliegen. Menselijk en bovenmenselijk tegelijk. Het woord ’engel’ of ’bode’ valt niet.

In het Nieuwe Testament komen er nog twee teksten bij over Gabriël, beide in het evangelie van Lucas. Hij heet nu een engel, maar van vleugels en vliegen is geen sprake. Eerst verschijnt de engel Gabriël aan Zacharias om de geboorte van zijn zoon Johannes aan te kondigen. Daarna gaat hij naar Maria voor de annunciatie van haar zoon. Het is deze gebeurtenis die Gabriël zijn grootste bekendheid heeft gegeven. Eindeloos is het tafereel door kunstenaars afgebeeld. De engel spreekt zijn Ave uit en Maria geeft haar fiat.

Het is de exegeten opgevallen dat Gabriël zoveel strenger optreedt tegen Zacharias dan tegen Maria. Als Zacharias hoort dat hij een zoon zal krijgen, zegt hij: „Hoe zal dat kunnen, ik ben een oude man en mijn vrouw is ook op leeftijd gekomen?” Als straf voor zijn ongeloof zal Zacharias voorlopig niet kunnen spreken. Maria brengt eveneens een tegenwerping naar voren: „Hoe moet dat gebeuren, ik heb nog nooit gemeenschap met een man gehad?” Dan volgt er geen bestraffend, maar een uitleggend woord. Sommige exegeten vermoeden dat de evangelist hier iets laat doorschemeren van een seksegerelateerd verschil in de evangelieprediking: werden mannen wellicht strenger toegesproken dan vrouwen als ze de goede boodschap niet geloofden?

Het Hebreeuwse woord voor engel is mal’ak, het Griekse woord is anggelos. Beide betekent ’bode’. Zoals het bij de moderne postbode niet relevant is wat voor kleren hij draagt en welk vervoermiddel hij gebruikt, zo is dat bij de bijbelse engelen ook niet van belang. Het gaat altijd om de boodschap die ze achterlaten. Engelen verschijnen en verdwijnen. Het woord bode of boodschapper zou daarom een veel adequatere term zijn om ze mee aan te duiden. Martin Buber vertaalt dan ook consequent met Bote.

De engelenleer of angelologie is in de Bijbel beperkt. Er moet ook echt iets aan de hand zijn, wil er een engel verschijnen. De theoloog O. Noordmans zei het al: de engelen staan op de hoeken van het evangelie. Dat wil zeggen: ze verschijnen bij Jezus’ geboorte, zijn lijden, zijn opstanding en hemelvaart.

De Bijbel noemt maar twee engelen bij name. Behalve Gabriël alleen Michaël. Dat ligt anders in de rand van boeken rond het Oude en Nieuwe Testament. In het apocriefe Tobit figureert de aartsengel Rafaël. Hij wordt niet genoemd in de canonieke boeken, maar verschijnt hier plotseling en ook weer zonder vleugels, want het valt Tobit en Tobias in het geheel niet op dat ze met een engel te maken hebben. Wel kan hij de kwade demon die de huwelijksnacht van Tobias wil verstoren tot in Egypte achtervolgen om dan toch weer de volgende dag op tijd bij de bruiloft te zijn. Een bovennatuurlijke trek vind je ook aan het einde van het verhaal. Als Rafaël zijn identiteit bekendgemaakt heeft, staat er: „En Rafaël steeg op naar de hemel.”

Intussen heeft de engel zich al die tijd incognito opgehouden onder de mensen. Om niet als hemelbode door de mand te vallen, stelt Rafaël zich voor als de Jood Azarias en meet zich een zuiver Joodse stamboom aan. Hij heeft dan ook na de onthulling van zijn ware identiteit heel wat uit te leggen, want hij is als reisgenoot maanden met Tobias opgetrokken. Hij heeft bij de mensen gegeten, gedronken en geslapen. Op een gegeven moment verschaft hij helderheid: hij heeft niet echt gegeten en gedronken, wat de mensen zagen was slechts een visioen. Het punt zou nog terugkomen in de voorrede van de Statenvertalers op de apocriefe boeken; zij ontleenden er een argument aan om te zeggen dat in een werkelijk goddelijk boek een engel niet zou liegen.

Engelen moeten vaker incognito optreden om hun status geheim te houden. In het Testament van Abraham, een Joods geschrift uit de eerste eeuwen, gaat de aartsengel Michaël op bevel van God bij Abraham op bezoek. Gastvrij wordt hij ontvangen. Halverwege het gesprek moet hij nodig overleggen met God. Hij doet alsof hij even moet plassen. Buiten maakt hij in een oogwenk zijn hemelreis om weer terug te zijn voordat Abraham argwaan krijgt. Het bericht is duidelijk: een engel maakt een hemelreis in dezelfde tijd dat een sterveling een plas doet.

In het boek Tobit treedt Rafaël op als „een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren”. Het zijn troonengelen of aartsengelen. De laatste term staat twee keer in het Nieuwe Testament; wie tot deze inner circle horen staat er overigens niet bij. Blijkbaar vormen zij een kleinere en hoger ingeschaalde groep binnen de engelenwereld. De aantallen variëren van zeven tot vier. In de Joodse geschriften van vóór en rond de geboorte van Christus zitten Michaël en Gabriël er altijd bij en Rafaël vaak ook. Minder bekend zijn Uriël, Fanuël en Sammaël. Hun namen eindigen altijd op dezelfde twee letters, want ze zijn allemaal boden van El, God.

Deze geschriften weten doorgaans meer over de engelen te vertellen dan de bijbelschrijvers. Zo vertelt het boek Jubileeën, uit de tijd van de Makkabeeën, dat engelen besneden worden geschapen. Engelen worden immers niet geboren. Omdat het jodendom geen vrouwenbesnijdenis kent, moeten ze wel van de mannelijke kunne zijn. Hun besnijdenis is nodig omdat ze op een onzichtbare wijze meedoen in de feesten en riten van Israël. En het is ondenkbaar dat daar onbesnedenen bij zouden zijn.

Gabriël staat volgens alle bronnen in de hoogste regionen van de goede engelen. In 3 Baruch, een apocalyptisch geschrift uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, heeft Gabriël de appelboom in de Hof van Eden geplant. Maar het is niet deze boom waarvan Eva at. Dat is de wijnstok, afkomstig van Satanaël, een slechte engel. De wijn zou nog heel wat ellende veroorzaken.

In de Ethiopische Henoch is Gabriël méér dan een bode van God. Hij moet de hof van Eden bewaken, de slangen en de cherubs. Ook krijgt hij de opdracht om het kwaadaardige broedsel te vernietigen dat ontstaan is uit de vermenging van engelen en aardse vrouwen. Maar zijn oorspronkelijke functie raakt hij nooit helemaal kwijt. Hij brengt de gebeden van aardse smekelingen bij God. Zelfs de gevallen engelen proberen via hem God te vermurwen, maar Gabriël krijgt de opdracht hen zonder genade te behandelen. Hier komt hij toch op het terrein van Michaël, de strijder vóór Israël en tégen de machten van het kwaad. De etymologie van zijn naam wijst die kant ook al op: hij is een gibbor, een gabber, een held, een strijder van God. Gods goede gabber.

Ook in de geschriften van Qumran heeft Gabriël vooral de functie van de strijder. Daar komt hij andermaal op het terrein van Michaël. Of liever: ze werken samen. In de ’Rol van de strijd’ moeten ze op soldatenschilden de namen van de aartsengelen schrijven, één naam per schild: Michaël, Gabriël, Sariël en Rafaël. De kracht die in zo’n naam schuilt, moet de strijder onoverwinnelijk maken.

Toch verliest Gabriël nooit helemaal zijn kerntaak als boodschapper tussen God en de mensen. Hij is en blijft de grote bemiddelaar. De Syrische kerkvader Afrahat (vierde eeuw) zegt het prachtig en beeldend. Hij bekritiseert de gebeden van sommige gelovigen, door hem offers genoemd. Zijn boodschap is: als je bidt, richt je hart dan naar boven en je ogen naar beneden. Wie bidt, moet eraan denken dat hij een offer brengt. Schaam je je niet als je offers brengt die gebrekkig zijn? Zulke offers worden door de engel Gabriël niet bij God gebracht. Als je je naaste niet vergeeft, zegt Gabriël tegen je: „Een onrein offer breng ik niet voor de heilige troon, dan moet je zelf maar gaan en je offer daar boven aanbieden.” Dan gaat hij weg en laat jou met je offer achter.

De westerse beeldende kunst is Gabriël ongelooflijk veel verschuldigd. Alleen al over de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria zijn musea vol geschilderd. Een engel brengt dynamiek in een verhaal en een schilder probeert dat uit te drukken. Rembrandt was gek op engelen. Hij zette zijn engelfiguren zo neer dat je, om de woorden van een rooms-katholiek criticus te gebruiken, het gevoel hebt bij de poelier te kijken naar de vleugelpartij van een enorme vogel.

Vaak wordt Gabriël als jongeling voorgesteld, nog zonder baard. Dat heeft bijbelse wortels. Althans, wat in het Paasverhaal van Matteüs een engel heet, is bij Marcus een jongeling. Vanaf de late Middeleeuwen kan Gabriël zelfs meisjesachtige trekken krijgen. Hoewel de engel in de vierde eeuw nog zonder vleugels en stralenkrans wordt afgebeeld, is hij later juist hieraan te herkennen. Soms, zoals in de Annunciatie van Leonardo Da Vinci, zie je hem met de lelie – bloem van de reinheid en de maagdelijkheid.

Gabriël en Michaël zijn ook in de Koran te vinden. Gibril (in allerlei varianten geschreven) komt er drie keer in voor. Hij is de bondgenoot van de Profeet als zijn echtgenotes zich tegen hem zouden keren. Belangrijker nog: Gibril is het intermedium tussen Allah en de Profeet, althans volgens gezaghebbende klassieke exegeten. Soera 2.97 zegt ook met zoveel woorden dat Gibril de openbaring van Allah „heeft nedergezonden op uw hart”. Tabari (839-923), een van de grote moslimgeleerden, is niet de enige die Gibril ziet als de grote overbrenger van Gods openbaringswoorden. Volgens hem hebben Gibril en Mikal de buik en de borst van Mohammed aangeraakt en gereinigd zodat hij in staat zou zijn Allahs openbaring te ontvangen.

Gibril figureert ook in het verhaal van Mohammeds hemelreis. Soera 17 zou daarnaar verwijzen, maar als zo vaak in de Koran, zijn de woorden voor velerlei uitleg vatbaar en is de betekenis vooral bepaald door wat gezaghebbende moslimexegeten ervan gemaakt hebben. Het verhaal is bekend. De engel Gibril neemt Mohammed in Mekka bij de arm, terwijl hij voor de moskee ligt te slapen en brengt hem bij het rijdier Boeraak dat vlakbij de moskee klaarstaat. Het gevleugelde dier voert hem samen met Gibril naar Jeruzalem, naar de Tempelberg. Vandaar vervolgt hij zijn reis en gaat hemelwaarts. Alleen, zonder Gibril.

De voetafdruk van Boeraak wordt in de Rotskoepel aangewezen. Aan de andere kant van de rots schijnen de vingerafdrukken van Gibril nog zichtbaar te zijn. Bij het opstijgen van Mohammed moest hij immers tegendruk bieden om de rots op zijn plaats te houden.

Gibril speelt daarnaast een rol rond de ’duivelsverzen’ waaraan Salman Rushdie een ongelukkig leven te danken heeft. Volgens Tabari verschijnt Gibril aan Mohammed om hem op een ernstige dwaling te wijzen. De Profeet meende woorden van Allah te hebben ontvangen waarin drie traditionele godinnen erkend worden. Gibril maakt Mohammed duidelijk dat het niet om een openbaring van Allah gaat, maar om een influistering van Satan. Duivelse verzen dus. Ze zijn in Soera 53 dan ook niet meer te vinden. Westerse koranuitgaven maken er in het notenapparaat wel melding van.

Moderne (ik bedoel dus: traditionele) moslims willen graag de historiciteit van deze overlevering in twijfel trekken, maar daar is eigenlijk geen reden toe. Het past alleen minder goed in een later, strakker, eenvormiger beeld van de Profeet die zich nooit zou hebben vergist. Het ziet er toch wel naar uit dat moslims heel wat aan Gabriël te danken hebben: het feit dat ze naast Allah niet ook nog drie godinnen vereren en dat ze uiteindelijk toch nog monotheïsten zijn geworden.

Wie Gabriël in ere wil houden, kan hem gedenken op 29 september, maar wel samen met de aartsengelen Michaël en Rafaël. Vóór het Tweede Vaticaans Concilie was Gabriëls dag 24 maart – een dag vóór Maria Boodschap, de Annunciatie, die natuurlijk precies negen maanden voor Kerst viel. Na het Concilie moet hij een dag delen met de andere aartsengelen.

Gabriël zou Gabriël niet zijn als hij tegenwoordig geen gebruik van internet zou maken. Op de website van Theresia komen we aan de weet dat Gabriël de aartsengel van de maan is die je het beste op maandag kunt aanroepen. Hij gaat ook over onze dromen en geeft ons ’engelenenergie’. Verder kun je bij Theresia je Engelen Master halen. ’Werken met de helende kleuren van de engelen’ is een van de te bereiken niveaus. Elders valt te lezen dat de engel Gabriël nog regelmatig verschijnt – laatstelijk in 1997 (’Dus in onze tijd’). Andrea maakt bekend dat contact met Beschermengelen, Aartsengelen en Fairies nog altijd mogelijk is. De Symbolic Gids weet te vertellen dat aartsengelen androgyn zijn: ze bezitten mannelijke én vrouwelijke eigenschappen. Gabriël kun je trouwens oproepen „om alle dingen te vermeerderen. Hij heeft in het bijzondere de heerschappij over paranormale krachten, astrale reizen, conceptie, dromen, geboorte, alle zaken verbonden met vrouwen, zeereizen, het huis en de verbeelding.” Gerd uit Vlaanderen belooft „heling en meditatie met de engelen en de Meester van Zijn”.

Opvallend genoeg zijn de meeste propagandisten van engelenenergie en engelenboodschappen vrouwen. Het is gelukkig voor hen dat Gabriël vrouwen wat milder behandelt dan mannen. Met Maria is het uiteindelijk ook goed afgelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden