Godfather kamermuziek stopt

Vanavond speelt het Beaux Arts Trio zijn allerlaatste concert in Nederland. Het betekent een einde aan de carrière van pianist Menahem Pressler. Maar zijn invloed op de kamermuziek blijft.

Aan de muur van de foyer van de kleine zaal van het Concertgebouw hangt zijn portret. Het bewijst de bijzondere plaats die Menahem Pressler in de Nederlandse muziekwereld inneemt. Er zijn weinig Nederlandse pianotrio’s die nog nooit lessen of masterclasses van hem hebben gehad. De kleine Amerikaanse pianist, 83 jaar oud, wordt hier dan ook door musici op handen gedragen. „Een unieke figuur en een schat van een man”, zegt violist Wouter Vossen van het Storioni Trio. „Hij is de grondlegger van het echte pianotrio”, voegt Bart van de Roer, pianist van het Storioni Trio, toe. „Een goeroe”, noemt cellist Pepijn Meeuws van Trio Suleika hem.

Ze roemen eensgezind zijn warme, menselijke persoonlijkheid, zijn enorme muzikale kennis en vooral de vitaliteit en levenslust die hij uitstraalt, zowel op het podium als in het dagelijks leven. Meeuws: „Ik stond eens in een hotel in Boekarest aan het ontbijtbuffet naast een onopvallende, kleine man. Toen ik goed naar hem keek, zag ik dat het Pressler was. Toen hij met me begon te praten, leek hij opeens veel groter. Zo opvallend is de kracht en vitaliteit van zijn persoonlijkheid.”

Zijn carrière op het podium begon in de Verenigde Staten, nadat hij voor de nazi’s uit Duitsland was gevlucht. In 1946 won hij een concours in San Francisco. Maar zijn echte doorbraak kwam toen hij, 31 jaar oud, in 1955 voor het eerst met het Beaux Arts Trio optrad. Hij speelde met twee veel oudere en beroemdere collega’s, de violist Daniel Guilet en de cellist Bernard Greenhouse.

Ruim vijftig jaar later heeft Pressler zich ontwikkeld tot de muzikale spil van het gezelschap, dat al vijftig jaar lang het beroemdste trio ter wereld is. Nu met violist Daniel Hope en cellist Antonio Meneses. Met meer dan 6000 optredens en zo’n zestig opnames is het Beaux Arts Trio het ijkpunt voor ieder ander trio geworden. Met name de opnames van de Beethoventrio’s uit de jaren zestig zijn legendarisch. Als tachtiger interesseert het Pressler niet meer of hij foutloos door de partituren komt. Kleine foutjes of slordigheden horen er de laatste jaren bij. Maar zijn muzikale zeggingskracht, die gevoed wordt door een warme menselijkheid, is des te groter geworden.

Goede trio’s zijn er deze eeuwen wel meer geweest, maar het feit dat het Beaux Arts Trio vijftig jaar tot de top behoorde, maakt het zo bijzonder. „In de jaren vijftig werd anders gespeeld dan nu. Dat het Beaux Arts Trio zich steeds heeft weten aan te passen en aan de top kon blijven, is een ongelooflijke prestatie”, zegt Thomas Herrmann van het Erasmus Trio. „Het is ook ongelooflijk knap dat je het zolang in een trio kunt volhouden. Want die samenwerking gaat niet vanzelf”, zegt Meeuws. „Dit trio was als eerste geen gelegenheidstrio van solisten, maar een echt ensemble. Het heeft de kamermuziek wezenlijk veranderd tot wat het nu is”, zegt Van de Roer.

Die invloed houdt na het bestaan van het Beaux Arts Trio niet op. Want Pressler doceert het vak al jaren aan jonge collega’s over de hele wereld. Behalve het Osiris Trio vermeldt ieder Nederlands trio van enig belang in zijn biografie dat het gewerkt heeft met de grote, kleine man, meestal in masterclasses: het Storioni Trio, het Erasmus Trio, het Escher Trio, het Trio Burlesco, het Amphion Trio, het Trio Nota Bene en het Trio Suleika zijn allemaal eens bij hem langs geweest. Zonder zenuwen ging dat meestal niet. Openbare masterclasses willen wel eens uitlopen op mentale slachtingen, omdat de grote ster de leerlingen voor schut zet. „Pressler was juist bijzonder aardig”, zegt Herrmann, wiens masterclass met het Erasmus Trio rechtstreeks op de radio werd uitgezonden. „Hij is wel streng en duidelijk”, herinnert Meeuws zich. „Je doet meteen alles wat hij zegt, want hij straalt zo’n gezag uit. En met zijn scherpe humor kon hij je snel op je plaats zetten.”

Die persoonlijkheid is precies waarom Pressler voor Herrmann een voorbeeld is. Herrmann: „We werkten met hem aan het trio van Schubert in Bes. Hij had heel belangrijke muzikale adviezen. Maar wat ik vooral van hem geleerd heb, is dat je als pianist een hypnotiseur moet zijn. Daar was ik zelf al mee bezig, en dat kreeg door hem een impuls. De pianist in een trio speelt heel veel noten. Daardoor kan hij muzikaal voortdurend aanwezig zijn. Maar je moet ook anders aanwezig zijn. Er moet een soort luchtvibratie zijn, een energie die je uitzendt. Pressler is het ideale voorbeeld daarvan. Middels bewegingen van zijn lichaam en oogcontact stuurt hij het trio. Die kracht heeft hij niet vanzelf gekregen. Toen hij begon was de cellist Greenhouse de grote man en hij een jonkie. Dat was niet makkelijk voor hem.” Ook Wouter Vossen noemt de wijze waarop Pressler vanaf de piano het samenspel van het trio leidt. „Hij buigt tijdens het spelen altijd naar rechts, naar de viool en cello toe. Hij heeft als geen ander begrepen hoe een trio moet samenspelen.”

Het jonge Trio Suleika kreeg in een masterclass in 2002 vooral muzikale aanwijzingen. Meeuws: „We speelden het Geistertrio van Beethoven. Middenin het laatste deel sprong hij op en riep: ’No, this is Beethoven with lipstick!’. Hij hamerde er voortdurend op dat de baslijnen door moesten lopen. Ook was hij heel streng over de balans tussen de instrumenten. We werden streng aangepakt; er moest flink gestudeerd worden.” Het heeft het trio niet afgeschrikt. Meeuws: „We hopen binnenkort weer een les van hem te kunnen krijgen.”

Het Storioni Trio heeft door de jaren heen het meest met hem gewerkt. Ze hebben een warme band met de pianist ontwikkeld. Zijn manier van spelen paste precies bij de eenheid die zij in hun trio wilden bereiken. Van de Roer: „Hoe kun je met drie mensen met één hartslag en één ademritme samenspelen, met behoud van je eigen identiteit? Dat was en is onze zoektocht, en dat is precies wat hij uitdraagt. Hij was daarmee de eerste. Want wat normaal was in strijkkwartetten – namelijk dat je allemaal gelijk bent en om de beurt een stapje naar voren of naar achteren moet doen – was dat vroeger niet in pianotrio’s. De traditie was dat drie grote solisten bij elkaar gingen zitten, ieder voor zich speelden en aan het einde ongeveer gelijk uitkwamen. Hij heeft met het Beaux Arts Trio van het pianotrio een echt ensemble gemaakt, waarin iedere noot even afgewogen wordt als in een strijkkwartet. Door zijn lesgeven brengt hij dat verder. Deze manier van spelen is pas sinds een jaar of twintig gewoon. Met een piano en twee strijkers is de balans lastig. Hij is heel goed in het oplossen van dat probleem. Zijn spel is net zo zangerig als dat van strijkers. Ook daarin is hij een voorbeeld.”

Vossen: „Het is ook bijzonder om met hem te werken omdat hij in zijn leven zoveel heeft meegemaakt. Hij heeft nog gespeeld met een violist die voor Maurice Ravel speelde. Hij is een trait-d’union met het verleden.”

Pressler mag dan stoppen met spelen, met lesgeven gaat hij gewoon door. De trio’s zijn er al voor aan het sparen. Meeuws: „Want zijn lessen zijn niet goedkoop.”

Het Beaux Arts Trio doet op zijn afscheidstournee vanavond Eindhoven aan. Na dit seizoen is het niet meer te beluisteren. Vanavond, 20.15, Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven: Van Mendelssohn spelen ze het eerste pianotrio en van Beethoven het Erzhertog-trio.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden