Goddeloze levensgenieters

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Baron d’Holbach organiseerde in zijn huis een salon waar filosofen en atheïsten vrijuit hun ideeën konden spuien. Historicus en journalist Philipp Blom bracht met smakelijke anekdotes deze bruisende kring weer tot leven.

Marinus de Baar

Zijn we de denkers van de Verlichting vergeten? Dat suggereert Philipp Blom in ’Het verdorven genootschap’, dat een groot publiek inwijdt in de goddeloze gedachtenwereld van Denis Diderot en Baron d’Holbach (1723-1789). Bloms stelling is betwistbaar: over de ’radicale Verlichting’ is veel te doen sinds Jonathan Israel daar twee belangrijke boeken over publiceerde. Er zijn dan ook weinig ’vergeten radicalen van de Verlichting’ meer. Althans, voor de kenner. Maar voor de leek, zo blijkt uit het goddeloos heerlijke boek van Blom, valt er nog heel wat te ontdekken over de periode waarin het atheïsme min of meer uitgevonden werd.

En hoewel de naam van Denis Diderot nog wel bekend verondersteld mag worden, is dat veel minder het geval bij Baron d’Holbach. Hij hield er zondag en donderdag in Parijs een salon op na, waar hij allerlei vrijdenkers en atheïsten ontving. Dat is het ’verdorven genootschap’ uit de titel. Zelf was d’Holbach auteur van een geruchtmakende goddeloze publicatie, het ’Système de la Nature’, dat wel ’de bijbel van het atheïsme’ is genoemd.

Dan sta je er bij God niet goed op. Dat geldt nog sterker voor Denis Diderot (1713-1784): hij zit waarschijnlijk toch nog enkele treetjes dieper in de hel. Diderot heeft op jonge leeftijd nog de tonsuur ontvangen, een soort voorstadium van de priesterwijding, maar keerde zich af van het geloof om uiteindelijk de hogepriester van het atheïsme te worden. Afvalligheid wordt in geen enkele godsdienst gewaardeerd. En daar bleef het niet bij. Waar d’Holbachs godsloochening erin bestond dat waar anderen God zagen, hij stelde dat er enkel de natuur en natuurwetten waren die alles verklaarden, liep het atheïsme bij Diderot langs de literaire lijnen van zijn romans waarin erotiek en lichamelijkheid samensmolten in een belijdenis van lust en liefde.

Het atheïsme van d’Holbach is een nuchtere analyse. Bij Diderot bloeit het uit in een warme omhelzing van het leven. God is liefde, wordt wel gepredikt. Maar volgens Diderot stond God de liefde in de weg. En daarom moest God weg. „Als bij de bruiloft in Kana Christus tussen twee bekers wijn door wat onconventioneel zijn hand langs de hals had laten gaan van een van de bruidsmeisjes of langs de billen van Johannes...”, schreef Diderot ergens, dan had het nog goed kunnen komen. Maar zo is het niet gelopen. Je hebt goddeloosheid in gradaties.

Diderot en d’Holbach zitten niet alleen in de hel. Om hen heen vormde zich een kring van schrijvers en filosofen bij wie Gods Woord vaak over de tafel zal zijn gegaan, en met weinig eerbied. Onder aanvoering van Diderot werd in het grote project van de Verlichting, de Encyclopédie, in het artikel over de Zondvloed, berekend hoe de levende have over de ark van Noach verdeeld moet zijn geweest om die niet te laten kapseizen, hoeveel stallen er elke dag moesten worden uitgemest, enzovoort. In het artikel ’Adorer’ (aanbidden) van de Encyclopédie, behandelde Diderot zowel de aanbidding van God als de aanbidding van een maîtresse; bij ’Antropofagie’ (kannibalisme) werd verwezen naar ’Eucharistie’, ’Communie’, ’Altaar’.

Blom beschrijft het allemaal buitengewoon smakelijk. Bij het gerinkel van glazen en de geluiden van bestek op goedgevulde borden zal er in de salon van d’Holbach ook vaak een homerisch gelach zijn opgeklonken bij het verhalen hoe deze en gene de grenzen van de censuur had verkend met een gewaagde grap en een amusante ondermijning van het geloof. Een van de salongangers, een zekere Galiani, hield zo van controverses dat hij naar het woord van Blom ’aan de godloze tafel van d’Holbach de rol van christen van dienst op zich nam’. Als ik de paus was, zei Galiani tegen zijn disgenoten, dan leverde ik jullie over aan de Inquisitie en als ik de koning van Frankrijk was zou ik jullie opsluiten. Maar, zo vervolgde Galiani, gelukkig ben ik geen van tweeën en dus kom ik hier donderdag weer dineren.

Philipp Blom kent alle anekdotes en hij is een rasverteller. ’Het verdorven genootschap’ is dan ook een lust om te lezen. Blom doet de verschillen tussen Diderot en d’Holbach goed uit de doeken. Hij maakt duidelijk hoe moedig zij waren, hoever hun invloed ging, en hoe belangrijk zij ook voor ons zijn. Daarin wil hij wel eens verdergaan dan verdedigbaar is, bijvoorbeeld door d’Holbach en vooral Diderot herhaaldelijk te verbinden met Darwins evolutieleer.

Voor d’Holbach en Diderot bestond de levende wereld uit organismen die spontaan uit kiemen waren voortgekomen. Het is ook een dynamische werkelijkheid: ooit werd deze wereld bevolkt door andere soorten en straks zullen er ook weer andere zijn. Bij Diderot speelt het toeval een grote rol in de ontwikkeling van soorten en bij Darwin ook. Blom telt een bij een op en schrijft in verband met Diderot van ’evolutie avant la lettre’. Maar bij Darwin ontwikkelen soorten zich uit elkaar tot soorten met een steeds grotere mate van complexiteit, terwijl bij Diderot ingewikkelde levensvormen (zelfs een olifant) zich zonder tussenliggende stadia rechtstreeks uit verschillende kiemen ontwikkelen.

Blom noemt Diderot een voorloper van Darwin, maar hij is eigenlijk eerder een volgeling van Lucretius (ca. 99-55 v. Chr.) die in een befaamd (of berucht) leerdicht over de natuur had betoogd dat allerlei levensvormen zich spontaan en zonder regel of richting uit allerlei kiemen hadden ontwikkeld. Aan een ’evolutie avant la lettre’ was Diderot nog niet toe, maar van een schepping door God was hij af.

Op aarde rest enkel nog het gebeente van Diderot en d’Holbach, dat zich in een anoniem graf bevindt. Na dit hartverwarmende boek van Blom is ook d'Holbach niet meer zo anoniem als voorheen en lijken er echt geen onbekende radicalen van de Verlichting meer over. En na lezing is er nog een gedachte die tevreden stemt: indertijd gingen d’Holbach en zijn salon onder druk van de vervolging ondergronds; dat lot hoeven atheïsten vandaag meestal niet meer te vrezen.

Schilder Lemonnier legde in 1812 de salon van madame Geoffrin vast waarop ook Diderot staat. (Trouw) Beeld
Schilder Lemonnier legde in 1812 de salon van madame Geoffrin vast waarop ook Diderot staat. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden