God, zegen Knak

Christopher Smart was niet helemaal goed bij zijn hoofd. Meer dan tweehonderd jaar geleden schreef hij in een gekkenhuis een loflied op het Lam Gods, Rejoice in the Lamb - Benjamin Britten maakte er in onze dagen een mooie cantate van. Alles wat adem heeft moet in die cantate de Heer loven, en Christopher Smart was zo vrij dat letterlijk te nemen - mens en dier zijn samen geroepen om God te prijzen, en ook hout en koper, ja, zelfs dode letters delen in aanbidding: de L van Liefde, de K van Koning, de M van muziek en bovenal de H van de Geest. De H van de Geest? Is Christopher weer eens in de war? Nee hoor. Christopher denkt bij Geest aan adem, aan rauch op zijn Hebreeuws, pneuma op zijn Grieks, hij denkt aan de levensadem die in de hof van Eden de zojuist geboetseerde maar nog niet geteisterde Adam door God de Schepper werd ingeblazen, de Spiritus Asper (de H in het Grieks) waarmee de mens samen met de dieren in de tuin geïnspireerd Gods lof mag zingen.

I will consider my cat Jeoffry. - Ik zit naar mijn kat Jeoffry te kijken - een dienaar van de levende God is hij, dagelijks dient hij Hem, in grote trouw. Want bij het ochtendgloren, het eerste blijk van Gods glorie in het Oosten, aanbidt hij de Heer op zijn manier: hij kronkelt zijn kattenlijf zeven keer in de rondte met een bevallige snelheid, want hij weet dat God zijn redder is, God heeft hem gezegend in de verscheidenheid van zijn bewegingen.

Ik zei het al, de dichter was niet helemaal goed bij zijn hoofd. Mal als David, die dwaze danser van weleer, die zomaar zong: Mens en dier verlost Gij, Heer. En mal als de heilige Franciscus, de monnik die een lammetje vrijkocht, dat voor de slacht naar de markt werd gebracht. Die een worm van de weg opraapte en terzijde van het pad in het gras legde, opdat het niet door anderen zou worden vertreden. Die tot zijn zustertjes de vogeltjes preekte en die de mensen dan ook al gauw zot gingen noemen. En mal als Jan Hanlo, die rare seigneur uit het Limburgse land die toen zijn hond Knak was overleden het volgende gebed maakte:

God, zegen Knak Hij is nu dood Zijn tong, verhemelte was rood Toen was het wit Toen was hij dood God, zegen Knak Hij was een hond Zijn naam was Knak Maar in zijn hondenlichaam stak Een beste ziel Een verre tak Een oud verbond God, zegen Knak

Een oud verbond? Ja, een oud verbond. In het verhaal van het verbond dat de Onzienlijke met Noach sluit wordt immers tot viermaal toe gezegd dat Gods trouw ook voor de dieren geldt? Wacht niet de hele schepping met reikhalzend verlangen op het komen Gods?

Een rechtvaardige weet dat. Zoals het oude spreukenboek zegt: de rechtvaardige kent de aard van zijn beesten. Een rechtvaardige, een tsaddiek, is iemand die echt is, zuiver, waar, integer. Hij heeft oog voor de kat Jeoffry en bukt voor een worm, want hij kent de aard van het beestje. Hij bidt voor Knak net zoals hij voor zijn overleden moeder bidt. Want met Prediker weigert hij te geloven dat de adem van mensen omhoog stijgt en de adem van dieren neerslaat en op de aarde blijft hangen.

Nee, de rechtvaardige kent de aard van zijn beesten. Of, om met de Spreukendichter hetzelfde in spiegelbeeld te zeggen: het innerlijke der goddelozen is wreed.

Een onrechtvaardige, iemand die van God los is, denkt: een beest is maar een beest. Hij ziet de vogelen des hemels niet en evenmin de leliën des velds. Hem spreekt de blomme geen tale meer en hij ziet al evenmin wat de schrijverkes op het water schrijven. Want voor die wijze van waarnemen is hij te bot, en zo ontgaat het hem dat zij schrijven, herschrijven en schrijven nog de heilige name van God.

De rechtvaardige kent de aard van de beesten, zoals de landman die voor de nacht zijn hoeve rondgaat langs de dieren en dan, weer binnen, in het Goede Boek over de ark van Noach leest:

gans in het wonderbaar verhaal verloren terwijl hij mijmerend in haardgloed staart lijkt het hem of, door God daartoe verkoren, hij met zijn dieren over 't water vaart. (Aart van der Leeuw)

Hier spreekt eerbied uit, ootmoed voor wat hem van Godswege is toevertrouwd. Medemenselijkheid die niet ook medeschepselijkheid is, is wreed. Begrensde barmhartigheid is geen barmhartigheid. God, zegen Knak. Franciscus loofde het Lam door een soortgenoot vrij te kopen en naar de kloosterzusters van San Severino te brengen, die het liefderijk verzorgden en van de wol een habijt voor hem weefden. (Heet het Beloofde Land daarom land van melk en honing, omdat voor dat zoete voedsel geen bloed hoeft te vloeien en geen dier het leven hoeft te laten?). En Christopher Smart zit maar naar zijn kat Jeoffry te kijken en ook hem spreekt de blomme een tale, want bloemen zijn heel in het bijzonder de poëzie van Christus. Nee, die man was echt te gek om los te lopen.

Of zijn wij gek? Wij die de bijbelse opdracht om de aarde te vervullen en te onderwerpen wel erg gewelddadig aan het uitvoeren zijn. Despotisch leven wij ons op moeder aarde uit en brengen haar in zeer grote nood. Wij die, om Jacob Noordmans te citeren, als Christenen wel een vis als logo voeren maar de dieren geen plaats in ons Credo hebben gegeven.

Heilige Franciscus bid voor ons nu en in het uur der moedeloosheid uw zuster water is vergiftigd uw broeder vuur kennen de kinderen niet meer de vogels mijden ons Om u lachen ze pausen en tsaren en de Amerikanen kopen heel Assisi u inbegrepen heilige Franciscus wat had uw leven voor zin Heilige Franciscus wat hebt u veranderd wie heeft iets aan u gehad bid voor ons nu en als ons water opraakt nu en als onze lucht opraakt (Dorothee Sölle)

Er is een dorp in het Grote Mensenbos dat Nederland heet, waar voor de zondag, die heilige dag, de boer de haan uit het kippenhok haalt. Het is zeer eenvoudig die boer belachelijk te maken. Hij heeft waarschijnlijk verknipte ideeën over seksualiteit en malle gedachten over zondagsheiliging. Maar hij heeft er tenminste nog gedachten over! En er zit toch iets hartsverwarmends in dat tafereel: rust op de boerderij, het is sabbath, dan zult gij niet arbeiden, gij noch uw dienstknecht noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel. Verkwik je die dag, kom op adem, en zing met die adem, met de H van adem, samen met heel de schepping, met alles wat adem heeft, een loflied op God de Schepper. Rejoice in de lamb. En vergeet niet hoe je samen met de dieren bent aangelegd op de belofte.

Wij zijn niet alleen geroepen om te herderen over menselijke schapen, leert ons die boer met den Bijbel. Luther zei dat ook onze hond en kat moeten kunnen merken dat wij Christenmensen zijn. God, zegen Knak. I will consider my cat Jeoffry. Franciscus, de uitvinder van de kerststal, zette een os en een ezel bij de kribbe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden