God was er wél in Auschwitz

Anders dan haar meeste mannelijke collega's vindt de joodse theologe Melissa Raphael dat God zich niet verborgen hield in Auschwitz. In de manier waarop vrouwen elkaar verzorgden tot het bittere einde, liet God zijn moederlijke trekken zien.

Op een dag, besefte ze toen ze moeder werd, zal ik mijn dochter moeten vertellen over de Holocaust. ,,Zelf ben ik opgevoed met het idee dat er aan mijn joods-zijn iets heel problematisch en gevaarlijks kleefde.'' Haar dochter wilde ze een andere boodschap meegeven. Maar hoe?

Dr. Melissa Raphael (43) zit op een zonnig terras in Soesterberg. Binnen is de 10de conferentie van de European Society of Women in Theological Research in volle gang, en zij is vanmiddag de hoofdspreker. Raphael -frêle, witte mouwloze blouse, het donkere haar los- doceert theologie en religiestudies aan de Universiteit van Gloucestershire in Engeland. Deze zomer verscheen 'The Female Face of God: a

Jewish Feminist Theology of the Holocaust'.

Raphael groeide op in een 'zeer geassimileerd' joods gezin. ,,Met ouders die het liefst zo Engels mogelijk wilden zijn.'' Tegenwoordig beschouwt ze zichzelf als liberaal joods, maar ze is lid van een orthodoxe gemeente in Cheltenham. ,,Omdat daar geen liberale synagoge is. En in de provincie is de orthodoxie minder streng dan in steden als Londen en Manchester.''

In de jaren zeventig studeerde ze theologie in Oxford, en aan King's College in Londen - tussen de christenen. In die tijd, zegt ze, was het moeilijk om als vrouw joodse studies te doen. ,,Meisjes leerden geen Hebreeuws, we werden niet voorbereid op bat mitswa. Ik wilde geen christen worden, maar ik ben van jongs af aan gefascineerd geweest door de figuur van Jezus als jood. Omgekeerd trof ik christenen die erg geïnteresseerd waren in het jodendom. Ik heb me altijd welkom gevoeld in het christelijke academische milieu.'' Lachend: ,,De verhoudingen zijn vermoedelijk beter dan ze in de afgelopen 2000 jaar ooit zijn geweest.''

Raphael noemt zichzelf behalve feministisch theoloog ook thealoog. Niet dat ze gelooft dat God een vrouw is, zegt ze. Maar ze meent wel dat Hij 'vrouwelijke eigenschappen' bezit. ,,Die zijn weggemoffeld en genegeerd in de masculiene theologie.'' Speciale aandacht vraagt ze voor de sjechina, een bijbels begrip dat duidt op de 'aanwezigheid van God in de tempel'. In de mystieke joodse literatuur transformeerde dit tot 'God die met ons is in onze ballingschap'. En gaandeweg kreeg de sjechina een expliciet vrouwelijke reputatie. Joodse feministes herontdekten haar en pleiten sindsdien voor herwaardering van dit 'vrouwelijk gelaat van God'.

In haar nieuwe boek poneert Raphael de nogal gewaagde stelling dat de sjechina óók aanwezig was in de vernietigingskampen van de Tweede Wereldoorlog. ,,De bestaande joodse theologie over God in de Holocaust is geschreven door mannen, en gaat vooral over mannen'', zegt ze. ,,Joods-feministisch theologisch denken over de Holocaust bestond nog niet. Ik wilde die onevenwichtigheid corrigeren.'' Ze analyseerde memoires van joodse vrouwen die de kampen overleefden. Die beschouwt ze als 'heilige teksten'. ,,Niet de teksten zelf zijn heilig, maar je kunt ze lezen als heilig. In het jodendom heb je de midrasj: nieuwe verhalen vertellen over oude verhalen. Ik heb deze verhalen midrasjisch gelezen. Ik zie ze als antifonen die deze vrouwen hebben uitgesproken en waarop wij, joodse feministen van nu, antwoorden. We interpreteren ze op zo'n manier dat ze betekenis krijgen in ons huidige denken over God.''

Vrijwel alle mannelijke joodse theologen, zegt Raphael, schrijven over de 'absolute afwezigheid' van God in Auschwitz. ,,Over diens grote zwijgen. Hij keerde de wereld de rug toe, en zie wat er gebeurde. De meeste theologen verwerpen bij voorbaat de mogelijkheid dat er goddelijke krachten werkzaam waren in de kampen.'' Zo merkwaardig is dat niet, zegt ze. Onze visie op de vernietigingskampen is volgens haar sterk gekleurd door auteurs als Primo Levi. Zij beschrijven hoe er onder de gevangenen een mentaliteit heerste van survival of the fittest.

Volgens historici als Judith Tydor Baumel en Joan Ringelheim -op wie Raphael zich baseert- was dat in de vrouwenkampen 'veel minder' het geval. Vrouwen waren sterker dan mannen geneigd relaties aan te gaan, en groepen te vormen. ,,Zo'n groep van Lagerschwestern kon gebaseerd zijn op vriendschap, op politieke of religieuze overtuiging, op familiebanden. De relatie tussen vrouwen was minder hiërarchisch, verdraagzamer, minder competitief dan die tussen mannen. Uit de getuigenissen blijkt dat ze elkaar vaak steunden tot het bittere einde.''

Hebben vrouwen dan niet de neiging om in doodsnood te vechten voor hun eigen hachje? Nou, zegt Raphael, natuurlijk ging het er niet overal zo zusterlijk aan toe. ,,We moeten het niet romantiseren. Ook vrouwen stalen voedsel van elkaar. Er waren vrouwelijke kapo's. Er was vijandigheid tussen de nationaliteiten - Duitse jodinnen die neerkeken op joodse vrouwen uit het Oosten. En sommige vrouwen waren te verzwakt om met wie dan ook contact te maken, die stierven heel snel na aankomst. Maar alle overlevenden benadrukken dat die andere factoren zeer krachtig waren.''

Blijft het feit dat het kwaad overwon.

Bedachtzaam: ,,Ik denk dat 'overwinning' en 'nederlaag' patriarchale theologische noties zijn. Ik zie het in een ander perspectief. De taak van de mens is niet noodzakelijkerwijs om te overwinnen. Zijn taak is om de wereld te herstellen en haar geschikt te maken voor de goddelijke aanwezigheid. Dat is voor mij cruciaal in het joodse leven. En overal waar joodse vrouwen doorgingen met voor elkaar te zorgen, door elkaar te wassen, eten te delen, elkaars kleren te herstellen, elkaar te troosten - was dat een soort triomf over het kwaad. God had zich niet afgekeerd van het lijden. Er was een God met moederlijke trekken die aanwezig bleef.''

Het klinkt toch een beetje alsof ze wil suggereren dat vrouwen ten diepste betere, mooiere wezens zijn. Raphael schiet in de lach. ,,Beslist niet. Er zijn ook mannen geweest die zich van hun zorgzame, moederlijke kanten lieten zien. Chassidische rabbijnen die weigerden hun discipelen in de steek te laten. Iemand als Janusz Korczak, directeur van het joodse weeshuis in Warschau, die had kunnen ontsnappen maar die bij de kinderen bleef en met hen omkwam in Treblinka. Het gaat mij er ook niet om het lijden van mannen te vergelijken met het lijden van vrouwen. Dat zou smakeloos zijn. En ik wil al helemaal niet beweren dat al dat verschrikkelijke lijden zin heeft gehad. Lijden kent geen rechtvaardiging of doel. Maar als joodse vrouwen zich in de kampen anders gedroegen dan joodse mannen, zien we misschien een ander gezicht van God. Dat vind ik als theoloog interessant. Het kan de manier waarop wij praten over God op een subtiele manier beïnvloeden.''

Volgens Raphael leveren joodse denkers als Elie Wiesel en David Blumenthal 'een bittere strijd' met God. ,,Ze voelen zich verraden en in de steek gelaten. Ze onderwerpen God aan hun oordeel, en ze bevinden hem schuldig. Hun beeld van God is dat van de Almachtige, van Iemand die zijn sterke arm had moeten toesteken. Zelf geloof ik dat die God nooit heeft bestaan. Het zijn projecties van een zeer patriarchale opvatting over mannelijkheid. Ik geloof niet in God als de Monarch die alles vermag. Dat staat haaks op mijn feministische beeld van God.''

Raphael beaamt dat dit beeld niet haaks staat op hoe God zich gedraagt in de thora. ,,Dat is een punt. Maar in de joodse geschiedenis vinden we erg weinig bewijs voor zo'n God. Dan moet je óf die God opgeven, en zeggen dat hij niet bestaat. En dat is voor mij het einde van het jodendom. Of je zegt: oké, misschien bestaat er een ander soort God. Wiens almacht op een andere manier opereert. Dat is geen God die veel overwinningen laat zien, maar een die ons erdoorheen helpt. De almacht van God bestaat voor mij in de mogelijkheid om elkaar door alles heen lief te hebben en relaties aan te gaan. Als je gelooft dat de mens is geschapen naar Gods gelijkenis, en dat hij een God van liefde is, dan hebben de vrouwen in de kampen ons iets te vertellen over die liefde. Zij zorgden ervoor dat God in die verschrikkelijke wereld aanwezig was. Om het wreed te zeggen: het nazisme heeft niet gewonnen. De nazi's konden joden vermoorden, maar niet het jodendom.''

Haar dochter is inmiddels negen. Thuis vieren ze elke vrijdag sabbatsavond. En ze neemt haar kind mee naar de hoogfeesten in de synagoge, om haar te laten zien dat jodendom méér is dan 'altijd weer die Holocaust'. Raphael: ,,Ze is nu nog te jong om het te begrijpen. Maar ik heb mijn boek opgedragen aan haar. En aan mijn moeder.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden