God versus Darwin, een gevecht in de familie

De Amerikaanse filosoof Michael Ruse (66) is deze week in Nederland voor zijn boek ’Darwin of God, een broedertwist’. Wiskundige Ronald Meester, betrokken bij het Nederlandse Intelligent Design-debat, bespreekt met hem de strijd tussen creationisten en darwinisten.

Er zijn al veel boeken over het thema creationisme versus evolutie, of geloof versus wetenschap. Voor wie is dit boek, en wat is er nieuw aan?

„Ik heb dit boek geschreven voor de intelligente leek, je hoeft eigenlijk niets van het onderwerp af te weten om mijn boek te kunnen begrijpen. De meerwaarde van het boek heeft te maken met het feit dat ik zowel historicus als filosoof ben. Ik kijk niet alleen naar de wetenschapsfilosofische thema’s maar probeer me ook af te vragen hoe het allemaal zo heeft kunnen komen. Ik ben zelf geen gelovig christen, maar ik hoop dat christenen die dit boek lezen zullen beamen dat ik niet uit ben op polemiek, maar dat ik juist probeer te begrijpen hoe het komt dat de strijd zo hevig is geworden.”

Waarom is de strijd tussen creationisten en darwinisten zo bitter geworden, vooral in de Verenigde Staten?

„De Nederlandse titel van het boek, ’Darwin of God, een broedertwist’, zegt dit veel beter dan de oorspronkelijke titel ‘The Evolution-Creation struggle’, die ik zelf had bedacht. De strijd is een broederstrijd, en zoals iedereen weet, zijn gevechten binnen dezelfde familie altijd de meest bittere. Het boek gaat niet zozeer om de strijd zelf, maar meer over het ‘broeder’-gedeelte.”

Dat roept vragen op. Als creationisten en darwinisten broeders zijn, wie zijn dan de ouders?

„Die vraag raakt het hart van mijn boek. Voor veel mensen was de reformatie de grote gebeurtenis binnen het westerse christendom, maar ik denk dat de verlichting, 200 jaar later, veel meer invloed heeft gehad.

Kijk, in de Reformatie werd het christendom zelf niet ter discussie gesteld, sommigen dachten alleen dat de katholieken het bij het verkeerde eind hadden. Pas door de Verlichting durfde men zich af te vragen of het christendom überhaupt wel waar was, voor het eerst kon daar openlijk aan getwijfeld worden.

Welnu, dit leverde twee mogelijke reacties op: geloof of rede. Om in de metafoor te blijven: dat zijn de ouders. De ene groep was ervan overtuigd dat we geheel op het verkeerde spoor aanbeland waren, en wilde daarom terug naar het hart van het geloof voor het te laat zou zijn. Een andere groep zei: wel, de rede heeft ons veel gebracht nietwaar, let’s go all the way. Als de rede ons dit allemaal kan brengen dan kunnen we daar beter op gaan vertrouwen.”

Bij broers is er vaak ook sprake van enige gelijkenis. Gaat dat hier ook op?

„Zeker, vaak wordt schamper gedaan over dogmatisch denken bij christenen, maar de diehard darwinisten doen daar op dit punt niet voor onder.”

En hoe houdt dit verband met het denken over evolutie?

„Dat denken werd meegezogen in dit debat tussen geloof en rede. Evolutie wordt hét symbool voor de verschillende posities. Want laat hier geen onduidelijkheid over bestaan: niemand ligt ’s nachts wakker over gaten in het fossiele archief, niemand ligt ’s nachts wakker over het ontbreken van tussensoorten. Waar mensen echter wel wakker van liggen is de vraag: waar staat evolutie voor, wat betekent het voor de manier waarop ik de wereld zie of zou moeten zien? De werkelijke botsing vindt plaats op metafysisch niveau. De verschillende partijen proberen allemaal antwoord te geven op dezelfde vragen: waar komen we vandaan en wie zijn wij?”

Dus geen debat over de vraag of we de bijbel al dan niet letterlijk zouden moeten lezen?

„Dat debat was en is er óók, maar uiteindelijk ging het daar niet om. In de 18e eeuw was het thema: geloof of rede. Mensen die in de rede geloofden, meenden ook dat evolutie vooruitgang bracht; de wereld kon op eigen houtje progressie boeken. In het andere kamp werd juist geloofd dat we dat niet zelf konden.”

In het boek zegt u weinig over uw eigen positie, behalve dat u darwinist bent.

„Dat is juist. Het feit dat ik de wortels van het creationisme serieus neem, betekent niet dat ik mijn vertrouwen in het darwinisme opgeef. Maar hét onderscheidende kenmerk van de intellectueel is dat hij bereid moet zijn om zijn eigen positie uiterst kritisch te bezien. Ik moet dus ook nagaan waarom ik darwinist wil zijn. Het gaat mij dus niet om het uitdragen van een positie, maar om te begrijpen waarom de verschillende posities er zijn.”

Waarin verschilt uw positie met die van andere bekende darwinisten, zoals bijvoorbeeld Stephen Jay Goud, Richard Dawkins, Daniel Dennett en Edward Wilson?

„Er zijn natuurlijk technische verschillen wanneer het gaat over de manier waarop we denken over evolutie. Gould dacht dat het in sprongen ging, ik denk van niet. Edward Wilson denkt dat het progressief is, ik denk van niet. De grote verschillen tussen mij enerzijds en Dawkins en Dennett anderzijds liggen echter op het levensbeschouwelijke vlak. Als je de laatste boeken van deze heren leest, dan huiver je over de bitterheid die er uit spreekt wanneer het over religieus geloof gaat. Met dergelijke bitterheid is geen zinvol boek over dit onderwerp te schrijven. Vooral Dennett doet erg zijn best om uit te leggen hoe mensen in de valkuilen van religie kunnen lopen; religie zelf beschouwt hij als een noodzakelijk kwaad, als een parasiet eigenlijk.”

Ziet u heil in een evolutionaire verklaring van religieus geloof?

„Ik zie heil in een evolutionaire verklaring van mensen. Het is echt onzin om, zoals Dennett doet, een bepaald aspect eruit te lichten om dat vervolgens geïsoleerd te gaan bestuderen. Ik geloof in een visie op de mens waarin ontwikkeling een hoofdrol speelt, maar ontwikkeling hoeft niet noodzakelijk darwinistisch te zijn. Uw eigen vakgebied, de wiskunde, ontwikkelt zich ook maar niemand zou die ontwikkeling darwinistisch noemen. Wij zijn allemaal het resultaat van een evolutionair proces, en ook ons sociale gedrag wordt daar tot op zekere hoogte door bepaald. Ik zeg met nadruk tot op zekere hoogte, want ik denk niet dat darwinisme overal verantwoordelijk voor kan zijn.”

U doelt nu op onze moraal?

„Ja. Over moraal heb ik eerder al geschreven. Het is werkelijk te simplistisch om te denken dat onze moraal óf evolutionair, óf cultureel, óf religieus van oorsprong is. Al die aspecten spelen mee, dat wel, maar de realiteit is gecompliceerder dan een simpele keuze tussen enkele alternatieven.”

U spreekt zich nu uit over wetenschappelijke onderwerpen. Kan een filosoof dat eigenlijk wel?

„U bedoelt dat een filosoof niet genoeg zou weten om met recht te kunnen spreken over specifiek wetenschappelijke onderwerpen? Wel, dat is inderdaad een punt waar je als filosoof voorzichtig mee moet zijn. Andersom geldt dit overigens ook: een van de redenen dat ik weinig op heb met het werk van Richard Dawkins, is dat hij niet laat blijken ooit ook maar een minuut tijd te hebben besteed aan het bestuderen van filosofie of theologie. Maar wat mijzelf betreft: ik moet mij uiteraard niet gaan profileren als een bioloog. Om nu uw vraag met een voorbeeld te beantwoorden: ik heb heel goed begrepen welke overeenkomsten – homologieën – er bestaan in het erfelijk materiaal van fruitvliegjes en mensen. Genoeg om te weten dat iedereen die beweert dat die overeenkomst er niet is, simpelweg ongelijk heeft. Ik heb dat niet zelf ontdekt, maar in grote lijnen kan ik goed geïnformeerde uitspraken doen over een breed scala aan wetenschappelijke onderwerpen.”

Wat is daarbij de rol van filosofie?

„Een belangrijke vraag. Filosofen doen zelf geen wetenschappelijk werk; hun taak is de juiste vragen te stellen. Filosofen stellen vragen over de reikwijdte van wetenschap, over de aard van wetenschap. Om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk wel iets af weten van het vakgebied waar het om gaat, maar misschien ook weer niet te veel. Juist wanneer je enige afstand betracht, zie je de grote lijnen beter. Het populaire beeld is dat na Darwin, de evolutiebiologie een wetenschappelijk vak was en dat de traditionele christenen er dus naast zaten. Een filosofische beschouwing van de geschiedenis laat zien dat dit beeld onjuist is; de werkelijkheid was en is veel gecompliceerder. Alleen een filosofische beschouwing herkent het verschil tussen evolutie als wetenschap en evolutionisme als levensbeschouwing. Dat is van levensbelang: aan polemiek hebben we niet veel, aan inzicht in elkaars beweegredenen des te meer.”


Ronald Meester is hoogleraar wiskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden