God speelt ook op Urk geen mooi weer

Hendrik Visser sr. legt de UK200 bij hoge uitzondering aan op Urk en lost de vangst na een week vissen op de Noordzee. Links een bemanningslid.Beeld Herman Engbers

Op Urk is het morgen biddag. Met de kotter die bijna twee weken geleden op zee achterbleef, is er in het vissersdorp genoeg om voor te bidden. 'Je wordt weer met beide benen op de grond gezet.'

In gele en oranje kratten slingert de vis door de blauwe lucht. Van de kotter naar de vrachtwagen op de wal. IJsschilfers kletteren op het dek. Zaterdagmiddag een half uur eerder is de UK200 de haven van Urk binnengelopen. Vol met schol en kabeljauw, vers uit de Noordzee.

Het gebeurt niet vaak dat de familie Visser hun kotter hier in de thuishaven aflaadt. "Zelfs voor ons is dit apart", glundert Meindert Kramer. De schoonzoon is met zijn kinderen komen kijken. "Naar opa, hè?" zegt hij tegen het 4-jarige zoontje op zijn arm. "Bebe!", verbetert de kleuter op zijn Urks. In zijn oortje schittert een gouden vissermansoorbel.

Normaal gesproken blijven de kotters aan de Noordzeekust. Voor een weekend duurt de reis naar Urk over water te lang, dus komt de bemanning met de auto terug. "Maar deze woensdag is het hier biddag", legt Meindert (36) uit. "Biddag voor de visserij." Een soort extra ingelaste zondag, waarop iedereen het werk neerlegt, en naar de kerk gaat om Gods zegen te vragen voor het nieuwe seizoen.

Maar nee, schudt Meindert, dat is niet het enige wat de terugkeer van zijn zwagers en schoonvader 'apart' maakt. Twee weken geleden werd de 'tinge' gebracht, de 'tijding', eufemistisch voor 'onheilstijding'. De Urker kotter Z-85 bleef na slecht weer met bemanning en al achter op zee. Twee kwamen uit het buitenland, twee van Urk. De één, Jan Kramer, is 29 jaar. De ander, Bert Woort, is 45 jaar, en laat een vrouw en acht kinderen achter.

Gladde dek
"Juist nu is de biddag nodig", zegt Meindert. "Je bidt ook voor bewaring natuurlijk, dat is wel uiterst relevant op dit moment, nu er nog twee collega's in het koude water liggen."

Dan stormt zijn zoontje plots de trap af, rent onder de touwen en vliegende kisten door, over het gladde dek. Vaders waarschuwing komt net te laat, maar het gaat goed. Meindert haalt opgelucht adem. "Er zit gevaar aan dit werk - ook al sta je daar niet vaak bij stil."

Binnen schenkt Hendrika Visser (57) koffie. Op tafel staan saucijzenbroodjes klaar voor de bemanning. Haar kleindochtertje, met dansende blonde staarten, wijst naar het gestamp dat uit de machinekamer komt. "Gevaarlijk", zegt ze met een piepstemmetje.

Ter afsluiting van de werkweek wordt er in de kombuis gebeden.Beeld Herman Engbers

Voor Urkers komt het slechte nieuws dichtbij. Al was het maar omdat elke Urker wel een oom, neef, vader of zoon aan de zee heeft verloren. En iedereen elkaar kent. Zo zaten de twee Urkers van de vergane Z-85 bij de familie Visser in de kerk. Het maakt deze dag voor Hendrika 'anders dan anders'. "Ik bracht ze zondagnacht weg", zegt ze, rommelend bij het aanrecht. "Dan moet je de touwen losgooien. Nou, dan gaan je gedachten wel verder, hoor. Het kan zo de laatste keer wezen."

Familie
Haar zoons stappen binnen, en pellen een paar lagen kleding af. Hendrika: "Hier wordt gewoon alles uitgetrokken waar je bij staat, hoor."

Zoon Jan-Hendrik (25) nipt aan zijn koffie. Zijn ogen staan ernstig. Hij scheelt maar een paar jaar met de dorpsgenoot die achterbleef. "Ik ken hem niet, maar het voelt als familie." En hij weet: op slechte momenten, als de zee erg beweegt, is er weinig wat je kunt doen. "Wij staan ook vaak voor die keuze. Piekeren we boven weerberichten. Je wilt ook geen vis missen."

Zoon Simon (30) gaat op het aanrechtblok zitten. Op het dek is het altijd uitkijken, je beide voeten aan dek zien te houden. Dan nog kan een vallende giek of losgeraakt touw je fataal worden. "Het liefst hadden wij als vissermannen ogen in de nek."

Als laatste is ook schipper Hendrik Visser (57) aangeschoven. Hij stroopt zijn mouwen op, getatoeëerde armen komen tevoorschijn. Visser valt zijn zoons bij. "Je rekent er nooit op. Je bent op zee. Dat is de natuur. Die kun je niet besturen. We beseffen wel dat een ander de baas is." Het wordt even stil in de kajuit. Ter verduidelijking wijst Hendrika met een vinger naar boven. "Onze Heere God."

Hendrik: "Je mag alleen om zijn gunst vragen. Hoe vaak gebeurt het niet dat ik denk: We vangen 'm even vol, maar dan terugkomen, en de helft maar vol is. Een andere keer kom je terug met 1200 kilo schol. Waar de vis zit, wat het weer doet - je hebt het niet in de hand."

"Nee", lacht de schipper breeduit, dat is niet frustrerend. "Heerlijk juist!"

Hendrika valt hem in de rede. "Nou, Hendrik..?"

Hendrik: "Ja, ik wil er ook wel eens tegenin. Maar achteraf zie je toch: daar zit de sturing van de Heere die ik hebben moest."

Hendrika: "Bij wat er vorige week is gebeurd, is dat wel makkelijk praten. Het is niet altijd heerlijk."

Hendrik: "Ik mag dat toch zeggen?"

Hendrika: "Zoiets wordt wel wat ingewikkelder als het je broer is die op zee is achtergebleven."

Hendrik: "Natuurlijk. Dat is ook zo. Daar blijf je mens voor."

'Sailor's grave'
De waarom-vraag zit Jan-Hendrik niet dwars. "Wij worden scherp gezet door de Heere. Je wordt weer met beide benen op de grond gezet: dat je van Hem afhankelijk bent."

Ja, het is een gevaarlijk beroep. Maar bang? De bemanning zegt om het hardst van niet. Jan-Hendrik: "Ongelukken gebeuren overal."

Op vaders linkerarm prijkt een tatoeage van een zeemansgraf, een zerk tussen de golven, met in een vaandel de letters 'sailor's grave'. "Niet dat ik daar bij na heb gedacht, hoor", zegt de visser. "Ik was jong en onbezonnen, en iedereen liep met iedereen mee." Zelf vindt hij het ook 'wel een beetje luguber'. Met lichte verbazing staart de visser naar de verlopen inkt op zijn eigen arm. "Ik zie hem al niet meer - zo lang zit-ie er. Het is dat je ernaar vroeg. Nee, als ik daar steeds mee bezig zou zijn, zou ik m'n werk niet kunnen doen."

"Kijk eens!" Verder naar boven, laat hij zien, staan zijn naam en geboortedatum. "Voor het geval dat." Hij schraapt zijn keel. Tja. "Als je het op je in laat werken" - dan helpt de scheepsmotor hem met hard geronk van een stilte af.

Een van de bemanningsleden heeft intussen zijn koffie op. Hij wil opstaan, maar bedenkt zich, en gaat weer zitten. "O ja." Vader draait zich om, pakt een bijbel tevoorschijn, en begint voor te lezen. "De Heere is koning", galmt zijn zware basstem door de kajuit. Als hij het boek weer dichtklapt, vouwt de bemanning de handen. Er wordt gedankt. "Dat Gij met ons zijt geweest, goed weer hebt gegeven, hebt bewaard voor ramp en leed."

Unieke God
Dezelfde vraag die bij de familie Visser op tafel lag, is de volgende morgen onderwerp van de preek in de christelijk-gereformeerde Maranathakerk. Na de 'bewogen week' vertelt dominee De Boer zijn gemeente over Habbakuk, die ook een hoop ellende aan moest zien. "Bij die profeet schreeuwen de vragen je van de pagina's toe", preekt de dominee. "Waarom kiest God voor het kwaad? Waarom laat hij mensen straffen?" Niet voor niets staan die vragen zwart op wit, in Gods woord, zegt de dominee. "Dat is het unieke van God. Die speelt geen mooi weer."

Het orgel staat op mineur. Twee broertjes doen achter de rug van hun vader een wedstrijdje om wie het langst scheel kan kijken. De gemeente zingt de klaaglijke psalmen maar half mee. "Waarom, Heer, vergeet Gij mij? /'k Ga in 't zwart, door rouw bezweken".

Na de dienst, op de stoep voor de kerk, zegt Hendrika gedag. "Moeilijke psalmen", vond ze - net als dat ze het gisteren over 'makkelijk praten' had. "Ik kon nu al niet alles meezingen. En het was niet eens mijn man, hè, of een van mijn zonen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden