God, ofwel de natuur

Beeld van Spinoza in AmsterdamBeeld ANP

Vrijwel haar hele moderne geschiedenis door heeft de filosofie jaloers gekeken naar de wetenschappen. Waarom zijn die zo succesvol en zij niet? Zou het de filosofie beter gaan als ze hen een beetje zou imiteren?

Vandaag de dag zijn het de neurowetenschappen; tien, twintig jaar geleden was het de cybernetica, in de zeventiende eeuw de wiskunde: de top science van die tijd. Descartes nam haar als voorbeeld voor zijn filosofische methode. Spinoza ontwikkelde een generatie later zijn hele filosofie more geometrico: op meetkundige wijze. Stelling voor stelling ontvouwde hij zijn inzichten, die net als in de wiskunde zorgvuldig 'bewezen' werden. We danken er de uitdrukking Quod erat demonstrandum ('Zoals moest worden aangetoond') aan.

Ietwat ongemakkelijk is de filosofie zich daar gaandeweg wel onder gaan voelen. Tenslotte was zíj de oorsprong van al die wetenschappen, die zich stuk voor stuk van haar hadden los geëmancipeerd. Daar mocht ze trots op zijn, maar met hun succes kwam haar onzekerheid. Onwillekeurig kreeg ze er het imago van een soort kliekjeswetenschap door: voor haar schiet over wat de vakwetenschappen (nog) niet kunnen of willen verteren.

Deus sive natura
Spinoza staat op de drempel van die tweeslachtigheid. Hij is nog vol vertrouwen: een wetenschappelijke filosofie zal de levensvragen op rationele wijze oplossen. De hedendaagse ideeënhistoricus Jonathan Israel maakt hem daarom zelfs tot het boegbeeld van een 'radicale verlichting'. Een eeuw vóór Voltaire en Diderot zou die al een compromisloos atheïsme hebben uitgedragen.

Daar is zeker aanleiding toe. Spinoza's bondige uitspraak Deus sive natura is een van de beroemdste slogans uit de geschiedenis van de filosofie geworden. 'God, ofwel de natuur' - dat is, kortgezegd, om het even. En dan heb je geen theologie meer nodig om de wereld langs strikt wetenschappelijke weg te kunnen doorvorsen.

Toch kun je je afvragen of deze interpretatie helemaal klopt. Natuurlijk: als God natuur is, kom je zijn wezen het best op het spoor door de natuurwetten te achterhalen. Maar je kunt dat ook omdraaien. Als de natuur God is, kan zij worden beschreven in religieuze termen. Die tweeslachtigheid is kenmerkend voor de zeventiende eeuw. Ook Descartes kon het in zijn filosofie nog niet zonder God stellen. En Spinoza maakte zich niet alleen voor de filosofie, maar ook voor de beginnende bijbelwetenschap verdienstelijk.

Toch krijgt God in hun beider mathematische filosofie onvermijdelijk 'wetenschappelijke' trekken. Hij wordt een abstract begrip, dat nauwelijks nog iets gemeen heeft met de God van de gemiddelde gelovige of de Bijbel. Je kunt niet tot hem bidden, hij leeft niet met zijn volk mee. Hoogstens kun je versteld staan van zijn grootsheid of vernuft. Ongeveer zoals de huidige ietsist bij een imposant berglandschap ontroerd voor zich uit mompelt dat 'er toch iets méér moet zijn'.

Geloof is geen alternatieve natuurwetenschap
Wie de God een plaats wil blijven geven in de natuurlijke werkelijkheid, krijgt het al snel met de wetenschap aan de stok. Hij moet hem gelijkstellen aan de natuur, zoals Spinoza deed - want iets méér dan natuur is er in de natura niet. Maar dan krijgt hij vervolgens moeilijkheden met de theologie, die in zo'n God nauwelijks nog een christelijke God herkent.

Het geloof is nu eenmaal geen alternatieve natuurwetenschap, zeggen veel theologen inmiddels. Het gaat in de Bijbel allereerst om het verhaal. Dat is een verhaal over God - maar niet over een Deus sive natura. De gelovige bijbellezer is geen ietsist. Hij maalt niet om het spektakelstuk van de natuur. De natuur mag hoogstens een bijrol vervullen in de vertelling en haar betekenis.

Ook aan die benadering van de Bijbel heeft Spinoza het zijne bijgedragen. Hij liet zien wat een manier van lezen vermag die pas veel later 'tekstkritisch' zou gaan heten. Daarin bleef hij trouw aan de traditie van de synagoge, die hem omwille van zijn 'atheïsme' uit haar midden stootte. Hij moet gevoeld hebben dat het in de cultuur ging wringen. Dankzij de wetenschap zou niets ooit nog zijn wat het geweest was.

Want niet alleen de plaats van God kwam daardoor in het gedrang. Ook die van de mens werd problematisch. Als alles 'natuur' is, beheerst door onwrikbare wetten, wat rest dan nog van de vrijheid die hem pas werkelijk tot mens maakt? Drieëneenhalve eeuw later zijn die vragen nog altijd niet opgelost. Oog in oog met cybernetica en neurowetenschap, lijken Spinoza's dilemma's nu pas hun ware tol te eisen.

Gezegend en in de ban gedaan
Baruch de Spinoza wordt op 24 november 1632 geboren, en acht dagen later besneden. De familie Spinoza behoorde tot de Sefardische Joden, die in Spanje en Portugal zich moesten bekeren of vertrekken. Aan het einde van de zestiende eeuw zette Spinoza's grootvader een zaak op in Nantes. Later verhuisde de familie naar Amsterdam, waar Baruch geboren werd.

Zijn ouders maakten deel uit van een jonge Joodse gemeenschap, maar spraken nog Portugees. Zijn roepnaam luidde dan ook Bento, de Portugese vertaling van Baruch, wat 'de gezegende' betekent. Behalve Portugees leerde hij Spaans, Hebreeuws en Nederlands.

Al in zijn schooltijd ontdekt Baruch dat de tekst van de Talmoed 'zozeer de mensengeest verraadt, dat de heilige schrift van de joden onmogelijk het werk van God kan zijn'.

Steeds sterker zette Spinoza zich af tegen de geloofsregels. Dit leidde er uiteindelijk toe dat een ban over Spinoza werd uitgesproken: geen Jood mocht nog contact met hem onderhouden. Sindsdien noemde Baruch zich Benedictus. Ondanks zijn banden met vooraanstaande christenen heeft hij zich nooit tot het christendom bekeerd.

Na verloop van tijd verhuisde hij naar Rijnsburg, twee jaar later naar Voorburg. Tussen 1669 en 1671 woonde hij op verschillende adressen in Den Haag. Om zijn brood te verdienen, werkte hij als lenzenslijper. Intussen schreef hij aan een filosofisch oeuvre, waarvan de 'Ethica' het bekendst zou worden. Hij voltooide het boek in 1675, maar stelde publicatie uit. Het is pas na zijn dood verschenen. Op 21 februari 1677 overleed Spinoza aan een longziekte, waarschijnlijk tuberculose. Zijn vrienden begroeven hem op het kerkhof van de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden