God kwam me mijn strot uit

Ruim twintig jaar geleden stapte Klaas Vos van de kansel. „Ik geloofde niets meer.” Hij werd reisleider en radioman. Maar zijn religieuze ’gen’ bleek onuitroeibaar. Sinds kort bestijgt hij hier en daar weer het preekgestoelte. Zijn wens: „Nog één keer aan een geloofsgemeenschap verbonden zijn.”

Liefhebbers van de good old VPRO-radio zullen hem nog kennen van zijn live verslagen voor ’Het Gebouw’. Op zijn klompen trok Klaas Vos (1949) elke vrijdagmorgen het land in om te berichten over onaanzienlijke rimpelingen in het plattelandsleven. Soms waren de landelijke dreven zo uitgestorven dat hij zijn microfoon maar onder de snoet duwde van de zoogdieren der schepping: een koe, een hond of een geit, wier geloei, geblaf en gemekker hij vervolgens van ondertiteling voorzag.

Zijn sonore declamatiestem met de opvallende uithalen en volumewisselingen verraadde voor de goede verstaander Vos’ vorige leven, op de kansel. Opgegroeid in Huizen, in een Gereformeerde Bondsmilieu, ging Klaas Vos (1949), na een opleiding tot onderwijzer, theologie studeren in Utrecht. Hij trouwde en werd predikant in een midden-orthodox hervormde gemeente in Vreeland.

Aan die loopbaan kwam midden jaren tachtig een einde. Zijn ’vlucht in vroomheid’ – „bij Jezus lag de oplossing, had ik geleerd” – had hem niet verlost van zijn homoseksualiteit, therapie evenmin: psychoanalyse had hem juist geholpen zijn ’homo-zelf’ te accepteren. Vos praat liever niet meer over zijn coming-out. „Dat is allemaal al zolang geleden.”

Toch staat de essentie van de crisis die hem God en geloof de rug deed toekeren, niet los van zijn geaardheid. „De verhouding homoseksualiteit en geloof heeft gewrongen, die beide leken niet te combineren. Aanvankelijk gebruikte ik het geloof als wapen om tegen mijn zondige zelf te vechten. Toen ik mijn homoseksualiteit eenmaal had aanvaard, ging die het religieuze in mij eruit stoten.”

Toen hij na Vreeland in Wieringen werkte als pastor, raakte Vos in een crisis. „Ik zat geestelijk volledig in de knoei. God kwam me mijn strot uit. Ik geloofde niets meer, ben door alle vloeren van het geloof heen gezakt. Blijkbaar moest er schoon schip worden gemaakt. Ik moest leeg worden en opnieuw beginnen, niets meer te maken hebben met allerlei onechte vroomheid, die je leven insnoert als een keurslijf: dit mag wel, dat mag niet. Ik moest een nieuwe balans zien te vinden, opnieuw geboren worden zonder kerk, zo leek het.

De herwonnen, of liever de gevonden vrijheid, die samenhing met de acceptatie van mijn homoseksualiteit – je bent een vrij mens die zelf beslist hoe hij zijn leven indeelt – verdroeg zich niet met het kerkelijk geloof van waaruit en waarin ik gegroeid was. Met dat geloof wilde ik niets meer te maken hebben, want dat was juist het kenmerk van een enorme beperking en dwingelandij, van tirannie welhaast, gevangenschap. Je kunt zelfs zeggen dat dat nu echt Egypte was. Angstland. Daaruit moest ik weg. Daar hoorde zelfs God bij: weg met die God, niks mee te maken. En dat is zo gebleven, want ik wil nog steeds niks te maken hebben met een God die het voorschrijft, die koeioneert, of met een kerk die voorschrijft. In een kerk waar dat keurslijf heerst, kan ik niet meer leven. Ik heb in die tijd ook bijna mijn hele theologische boekerij verkocht.”

Vos werd reisleider bij de OAD en programmamaker bij de VPRO-radio. „Bij de VPRO kon ik mezelf zijn. Dat is lang de omroep geweest waar die vrijheid van denken waarnaar ik snakte, de ruimte kreeg. Het was een soort vrijplaats waar ik me op mijn plaats voelde. Helaas zag je daar op den duur eigenlijk dezelfde terreur zijn intrede doen als in de kerk. Ook weer dat insnoeren en inkapselen, van boven af formatteren en voldoen aan regels, ditmaal omwille van de luistercijfers. En dat voegt zich ook niet met mij. Dat kan ik niet meer.”

In 2006 verliet Vos de omroep.

Ondanks zijn weerzin was zijn interesse voor wat er in de kerk speelde eigenlijk nooit verdwenen. „Ik bleef ook altijd naar kerken gaan. Nee, niet ’s zondags. Ik bedoel kerken binnenlopen en over kerkhoven wandelen. Ik bleef ook programma’s maken bij de VPRO die met het religieuze te maken hadden: heiligenlevens, Hemelse Modder, een hele serie over de grond van ons bestaan in geestelijke zin. Noem maar op.”

Het werd Vos steeds duidelijker dat hij niet van God los was. „Ik had geen vrede met mezelf, was toch niet gelukkig. Ik leefde in de woestijn, had geen geborgenheid, voelde me niet thuis, unheimisch. Ik miste ultieme verbinding, was op zoek naar liefde die ik nooit gevonden had. Vroeger niet, in die harde Gereformeerde Bond met die keiharde God, maar ook niet daarbuiten.

En toen, in 1997, kreeg ik een openbaring. Ik reed in de auto naar huis, na een bezoek aan mijn ernstig zieke zus. Een ultiem geluksgevoel overweldigde me; in plaats van terneergeslagen voelde ik me opeens euforisch.”

Vos heeft met die bijzondere ervaring destijds niets kunnen doen. „Het was een inzicht, heel fundamenteel, maar niet zoals een verstandelijke aha-erlebnis. Dit had met de grond van mijn bestaan te maken, noem het een ziele-inzicht. Dat inzicht bleef wel, maar op een of andere manier kon ik het nog niet vertalen. Ik durfde me er niet aan over te geven, uit angst een kwezel te worden of bij de VPRO weg te moeten. Ik durfde me weer niet te verbinden.

Daar ben ik misschien nu, tien jaar later, pas aan toe. Ik ben nu die bevrijde homo, maar juist ook door het gelóóf die bevrijde homo, omdat ik aanvaard ben als zodanig. En dan bedoel ik een geloof dat vrij baan geeft aan de vrije geest die met zijn vrije verstand ook de dingen mag aangaan en onderzoeken. Dat is een kritisch geloof, dat mensen overeind zet, uit hun lethargie haalt en bevrijdt om zelfstandig te kunnen nadenken. In tegenstelling tot de godsdienstige mens die gebonden is, in onderdrukking leeft, in een angstland. Geloof zoals ik dat bedoel, bevrijdt juist daarvan. Vanuit een kritisch, bevrijdend geloof kun je als vrije mensen omgaan met onderwerpen als de actuele embryoselectie. Niet ’het mag niet’, maar: jij mag vanuit jouw verantwoordelijkheid besluiten of je het wel of niet doet.”

Vos vertoefde lang ’aan de Jabbok’ van zijn bestaan tot hij zijn bestaansrecht ontdekte en de God van verkiezing en verwerping voor wie hij bang was, kon inwisselen voor een God van vrede, vriendschap en ultieme geborgenheid. Zijn hernieuwde geloof in God – „blijkbaar heb ik een religieus gen” – leidde tevens tot een hernieuwde roeping tot het ambt dat hij verlaten had.

„Ik ging in september 2006 bij de VPRO weg. Ik had het er niet meer naar mijn zin, creatief was het een dooie boel geworden. Ik wilde mijn hernieuwde roeping een kans geven en ook concreet maken. Twijfelen is goed, maar aarzelen niet, vind ik. Ik besloot gewoon maar weer naar de kerk te gaan. In de Oude Kerk in Amsterdam beviel het me: goede liturgie, vaak aardige preken. Toen hoorde ik daar ds. Ad van Nieuwpoort van de Thomaskerk preken. Heel goed. Ik ging met hem praten en het klikte meteen. ’Jij moet gewoon weer gaan meedraaien’, vond hij. Zo ben ik verbonden geraakt aan het Thomastheater, een heuse theaterzaal met kleedkamers, podium, lichtplan en geluid, in een apart gedeelte van het kerkgebouw. Daar leid ik nu de maandelijkse ’Gesprekken in de Thomas’. Kort geleden hadden we Adriaan van Dis en Ellen Vogel. We hebben ook theaterstukken op het oog en plannen te over voor andere activiteiten.”

Inmiddels is Vos ook voor vijftien uur bedrijfspastor op de Zuidas, de businesswijk van Amsterdam. Voorlopig op vrijwillige basis. Kerk in Actie stelt hiervoor geld beschikbaar, maar of pastoraat in dit deel van de stad van de grond komt, moet nog blijken.

Ook is hij lid van het Amstelpreekteam, waar hij samen met Amsterdamse Schoolpredikanten als Karel Deurloo en Ad van Nieuwpoort elke dinsdag een bijbelgedeelte vertaalt uit het Hebreeuws of het Grieks. „Het gaat om wat er staat en hoe je het moet vertalen. Letterlijk, in de zin van ’lettende op de letters’, om met Willem Barnard te spreken. De Schrift openen is het enige dat de kerk tot kerk maakt. Ik moet het aangezegd krijgen dat leven de moeite waard is, en die bijbelverhalen vertellen mij dat.”

Zijn status van emeritus predikant had Vos na het verlaten van de kerk niet meer verlengd. „Ik dacht, het is voorbij, laat maar. Maar nu vond ik het toch wel een prettig idee die bevoegdheden weer te hebben. Ik moest aan het breed moderamen van de classis Amsterdam mijn motivering voorleggen, waarop ik mijn status heb teruggekregen. Sinds een klein jaar preek ik weer regelmatig, in de Thomaskerk en in de omgeving, Broek in Waterland, Holysloot, Uitdam. Ik vind het fijn om te doen, daar ligt mijn kracht en mijn hart. De liturgie is een vorm van goddelijk theater, dat is een rol die mij ligt. Ik ben altijd een verhalenverteller geweest, in het onderwijs, op de kansel, als reisleider en bij de radio.”

Vos’ grootste wens is, nu hij nog een jaar of zes te gaan heeft, om nog eenmaal ’in een kleine gemeenschap met mensen aan iets moois te werken’. „Een kleine gemeente waar ik zondag aan zondag een liturgie kan vieren en de Schrift kan openen, lezen, bekloppen en besnuffelen. Kijken wat die verhalen ons nu nog te zeggen hebben. Hoe ze ons op de been kunnen houden en de mensen weer overeind zetten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden