God is van graniet en dat is maar goed ook

De kerk heeft nog steeds het beeld van de persoonlijke, vaderlijke God. Ze jaagt mensen weg die dit eenzijdige godsbeeld niet delen. Maar misschien volgen de mensen die 'iets' of zelfs niets geloven, wel Gods leerschool van de liefde.

De kerk mag blij zijn met het recente onderzoek 'Bijbelbezit en bijbelgebruik in Nederland 2004'. Zoals zij gehoorzaamheid aan het zesde gebod (niet doodslaan) moest leren van meestal buitenkerkelijke pacifisten, en teruggefloten werd van schending van het achtste gebod (niet stelen) door de anti-koloniale bewegingen van de vorige eeuw, zo kunnen de resultaten van dit onderzoek haar besef opfrissen van het belang van het tweede gebod: maak van God geen gesneden beeld.

De overheersende trend blijkt te zijn dat steeds minder mensen geloven in een persoonlijke God. Dit werpt een schril licht op het feit dat dit beeld van de persoonlijke god het enige godsbeeld is dat de kerk op de preekstoel toelaat. God is een soms beschermende, soms toornige vaderfiguur in de hemel. Die kun je door het gebed tot andere, voor onszelf aangename, gedachten bewegen.

De toegenomen welvaart en zegeningen van de wetenschap maken een beschermende Heer werkloos. Zeeuwen die eens in de kerk tot God baden om beschutting tegen het woedende water, filmen nu op zondagochtend hoe de golven tegen de dijk te pletter slaan. Het eenzijdige beeld van God als een hemelse vaderfiguur wordt vandaag door de meeste Nederlanders beleefd als een melancholieke reliek uit de kindertijd. Of, vaker, als een banaal verlengstuk van de menselijke wensen en behoeften. Alsof de hemel tot een holle spiegel wordt gemaakt waarin de mens zichzelf uitvergroot ziet, en daar onophoudelijk tegenaan kwekt.

De kerk houdt niettemin hardnekkig vast aan dit ene beeld van een God die zo bereidwillig 'aan onze kant' staat. Dat gebeurt niet alleen in ons land. Pas nog haalden twee Zweedse predikanten het nieuws omdat zij tegen elkaar opbaden voor de overwinning van hun voetbalteam. En veel Amerikaanse christenen zien in Bush' strijd tegen het terrorisme Gods opgeheven hand die de boze wereld sterren en strepen laat zien.

De kerk is vergeten dat zij al in een ver verleden het idee verworpen heeft dat het westerse begrip 'persoon' zomaar op God zou kunnen worden geplakt. De begrippen 'persoonlijk' en 'onpersoonlijk' zijn menselijke denk-maar beelden die door God altijd overstegen worden. Van de theologia negativa uit de vroege middeleeuwen tot en met de 'God-is-dood theologie' van de vorige eeuw is er altijd het besef geweest dat geen enkel beeld God bevatten kan. De kruisiging, zegt de theoloog Paul Tillich, toont aan dat zelfs Jezus als beeld van God weer vernietigd moet worden. God exclusief als een persoon zien, is schending van het tweede gebod. Omdat wij echter niet zonder beelden kunnen, is de enige oplossing er zoveel mogelijk te gebruiken, zoals de Bijbel zelf onbekommerd doet: God is daarin een vader,

ook een vogel; een zwangere moeder, maar ook een steile rots. De kerk beschikt over een voorraadkast tjokvol godsbeelden waarvan echter op zondagochtend om tien uur alleen dat van 'de Heer' met een kyrie en gloria wordt begroet.

Hiermee komen we bij het volgende onderwerp in het onderzoek: steeds meer mensen geloven in een onpersoonlijk 'iets'. Ik zie dit als een gezonde reactie op het eenzijdige godsbeeld van de kerk. Een door de krant geraadpleegde theoloog reageerde dat je tot een 'het' niet bidden kunt. Precies.

God kan niet meer gereduceerd worden tot een verlengstuk van onszelf, altijd klaar om onze kommer en kwel te (ver)horen. Op een onpersoonlijke God loop je met je gebed te pletter, je kunt die niet naar je hand zetten. Een rots beweegt niet.

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry heeft vooral naam gemaakt door zijn verhaal De Kleine Prins. In een minder bekend boek, Citadelle, beschrijft hij hoe een koning droomt dat hij een berg opklimt om een bezoek te brengen aan God. Die blijkt een zwaar blok graniet te zijn.

De koning vraagt hem zijn gebed te beantwoorden, maar het blok graniet zwijgt, 'druipend van een glinsterende regen'. Na verloop van tijd beseft de koning dat de grootheid van het gebed ligt in het feit dat het geen antwoord krijgt. Zo kan hij God niet inzuigen in zijn eigen wensen en behoeften, niet tot zijn verlengstuk maken, wat hij als koning dagelijks wel met zijn onderdanen deed. 'Als ik lach, lachen zij. Als ik zwijg, worden zij somber'. Het gebed tot een onpersoonlijke God bevrijdt hem van zichzelf, zodat hij hem werkelijk als de Ander ontmoeten kan - en niet alleen God, maar ook zijn onderdanen. Het onverhoorde gebed, zegt Exupéry, is een 'leerschool van de liefde'.

De kerk zou op moeten houden met denigrerend te spreken over het 'ietsisme'. Ze zou haar eigen traditie, waarin God als een onpersoonlijk mysterie er-Tom varen wordt, weer serieus moeten nemen. Dan zouden de 'ietsisten' niet meer de kerk hoeven te verlaten, vermanend nageroepen door het hemelse Opperwezen. Omdat hun daar altijd voorgehouden is dat God samenvalt met een kosmisch heerschap, weten ze op den duur niet meer 'of er een God of een hogere macht bestaat'.

Van 'iets' naar 'ik weet het niet' is een kleine stap. Ook het aantal agnosten neemt daarom toe. Nu is 'De wolk van niet-weten' een mystieke klassieker. Het besef dat God anders is dan wat je ook maar bedenken kunt, is een cruciaal moment op de geloofsweg en een signaal dat men aan geestelijke verdieping toe is. Het is wrang dat de kerk mensen juist dan in de steek laat. Zoals een dictatuur vaak zijn beste 'brains' over de grens jaagt, zou het dominante beeld van een persoonlijke God wel eens de meest gerijpte gelovigen uit de kerk kunnen verdrijven.

Uit het onderzoek blijkt het aantal atheïsten eveneens te groeien. Dezen concluderen dat er 'geen God of hogere macht' bestaat. Het atheïsme is het logische eindstation na het 'ietsisme' en agnosticisme. Dat God ook robuust aanwezig kan zijn als een brok graniet komt bij de betrokkenen niet op, want dat is hen nooit geleerd.

De Franse filosoof Sartre koos voor het atheïsme omdat het persoonlijke godsbeeld dat werd opgehemeld door de kerk van zijn tijd, ten koste ging van de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid. Toch bleef hij naar eigen zeggen voor God een zacht gevoel houden, zoals je 'je hoed licht voor een voormalige minnares'.

Bij atheïsten is het godsverlangen thuisloos geworden. Maar ze lichten vaak nog wel hun hoed, zijn aardig en behulpzaam. Mijn gemeenteleden verbazen zich er onophoudelijk over dat ongelovigen 'toch zulke goede mensen' blijken te zijn.

Deze analyse leidt tot de volgende, voor de kerk ongemakkelijke maar potentieel heilzame vraag: volgen de atheïsten, samen met de agnosten en 'ietsisten', misschien Gods 'leerschool van de liefde' - noodgedwongen buiten de kerkmuren, onderwezen door de wijde, onpersoonlijke hemel?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden