God is ook met onze euro

'God zij met ons': het staat op de rand van iedere gulden, knaak of muntje van vijf, en straks ook op de zijkant van de Nederlandse versie van twee euro. Maar wat betekent het randschrift? Is God met de munt? Of is de ,,zucht naar geld de wortel van al het kwaad''? (I Timotheüs 6, vers 10)

Nederland, land van dominees en kooplieden, heeft op Europees niveau een nationaal succesje geboekt: de zo degelijke Hollandse gulden mag dan verdwijnen, het randschrift blijft staan op twee euro muntstukken.

Minister Zalm van financiën heeft er hard voor moeten lobbyen bij de EU. Tot grote tevredenheid van klein christelijk rechts -dat zich in de Kamer voor het behoud van het randschrift heeft ingezet- en tot treurnis van het Humanistisch Verbond -dat zich sinds jaar en dag tegen het randschrift verzet- slaagde de minister erin om God op de munt te houden.

Het Humanistisch Verbond vindt de beslissing 'principieel onjuist'. Door het bestaan van God uit te dragen, zou de regering in strijd handelen met de in de grondwet verankerde scheiding tussen kerk en staat. Een God waar veel Nederlanders niet in geloven, hoort in humanistische ogen niet thuis op de nationale munt.

R. Florisson, voormalig woordvoerder van Zalm, schreef in 1996 in een brief aan een tegenstander van het randschrift dat de minister het handhaven van deze traditie ,,vanuit historisch oogpunt de moeite waard acht''. Maar op het ministerie van financiën vinden ze het moeilijk uit te leggen waarom 'God zij met ons' op de euro moest.

Wat is zo waardevol aan deze traditie? De woordvoerders weten het niet precies. Buiten is het erg mooi weer, bijna al hun collega's liggen ergens op het strand, en, tja, hoe zat het ook alweer met de Nederlandse geschiedenis?

Woordvoerster van financiën, K.van der Meeberg, verwacht dat ze er bij de Koninklijke Nederlandse Munt meer over kunnen vertellen. Meeberg kan wel uitleggen waarom het randschrift alleen op de munten van twee euro blijft. ,,Dat zijn de enige munten met een rand die een tekst kan hebben. De randen van de andere euromunten waren technisch niet geschikt.''

Naar wie verwijst het 'ons' in het randschrift? Bij de Koninklijke Nederlandse Munt in Utrecht waar al zo'n duizend jaar de munt wordt geslagen -het maakt het munthuis waarschijnlijk tot het oudste nog bestaande bedrijf van Nederland- weten ze alles van de geschiedenis van het randschrift. Van der Beek, medewerker van het Nederlandse Muntmuseum, vertelt dat het dateert uit 1816. In dat jaar werd de Nederlandse muntwet ingevoerd, én een nieuwe techniek: het randschrift.

De letters moesten in de eerste plaats voorkomen dat mensen de randjes van de gouden en zilveren munten afschraapten, het schraapsel omsmolten en doorverkochten. Door de invoering van het randschrift -en door bovendien nog de indruk te wekken dat God zelf de munt beschermde- werd duidelijk gemaakt dat je het maar beter uit je hoofd kon laten om met de munt te knoeien. God zij met 'ons', ofwel: God zij met onze guldens. De guldens smeken de allerhoogste om hun kostbare randjes te beschermen.

De almachtige, onkenbare protestantse God en het tastbare goud, werden door de Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) al met elkaar in verband gebracht. In zijn even beroemde, als omstreden opstel Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus, wees hij het calvinisme aan als de vruchtbare bodem waaruit het kapitalisme kon ontspruiten. Volgens Weber wisten calvinisten alleen door keihard te werken de doem van de predestinatieleer te verdringen. De vergaarde rijkdom mocht niet worden verspild, maar moest tot meerdere eer en glorie van God alleen worden vergroot. Omdat het onzeker was of God je in zijn oneindige wijsheid wilde belonen of straffen, werd geld, aldus Weber, op den duur de enige soort beloning waar gelovigen zeker van konden zijn.

Toch speelden niet alleen religieus-economische motieven een rol in de keuze voor het randschrift. De techniek om tekst op de munt te zetten, hadden de Nederlanders te danken aan hun voormalige bezetters: de Fransen. Toen de muntwet in 1816 werd aangenomen, was Nederland pas drie jaar vrij van deze Franse overheersing. Vanwege dit nationale trauma was er behoefte aan een wat nationalistischer tekst. Een die recht deed aan het onafhankelijkheidsstreven van de Hollanders. God wordt daarom gevraagd met ons te zijn, met de Nederlandse natie, en tegen de imperialistische aspiraties van Fransen, Spanjaarden, en ander Europese onverlaten.

'God zij met ons' is een verkorte uitvoering van een tekst die tijdens de Tachtigjarige Oorlog op munten te zien was, vertelt Van der Beek van het muntmuseum. De toenmalige minister van financiën, Six van Oterleek, wilde de complete vertaling van deze brontekst op de munt zetten: Si Deus nobiscum quis contra nos. Ofwel: ,,Als God met ons is, wie is dan tegen ons.'' (Romeinen 8 vers 31). ,,Maar deze tekst was te lang voor de gulden'', zegt Van der Beek.

De Nederlandse twee euro muntstukken met de afbeelding van de koningin en met het randschrift zullen vanaf volgend jaar vrij door Europa zwerven. De Fransen en de Spanjaarden die deze munten in handen krijgen, zullen wellicht geïnteresseerd staren naar het randschrift, zonder te beseffen wat het betekent: God zij met de Nederlanders, en niet met de Europese broeders. Niet bepaald een wervende tekst voor het ideaal van een 'verenigd Europa'.

,,Ik heb geleerd dat het land waarin ik leef God aan zijn kant heeft'', zong protestzanger Bob Dylan in 1963. ,,Ik heb geleerd de Russen te haten, mijn hele leven lang. Als een nieuwe oorlog start, zijn zij het die we moeten bevechten. We moeten ze haten en vrezen, we moeten rennen en ons verbergen, we moeten het allemaal dapper accepteren, met God aan onze kant.''

Menno de Bruine, voorlichter van de SGP, vindt niet dat de geschiedenis een smet werpt op het randschrift. ,,Niemand zou die link met de Spaanse en Franse bezetting nog leggen'', zegt hij. De Bruine is juist zeer te spreken over de inspanningen van minister Zalm om het randschrift, als onderdeel van de Nederlandse traditie, op de euro te behouden.

Volgens de SGP-woordvoerder zegt het randschrift niet dat God met de guldens en guldenbezitters is, en ook niet dat God alleen waakt over de Nederlandse natie.

,,Het herinnert ons eraan dat geld ook niet alles is, dat er meer is dan de mammon. Het is een bede aan God, waarvan ik hoop dat die in ieders hart leeft, en op ieders lippen brandt. Laat dat maar een Nederlands exportartikel worden. We hebben wel gekkere dingen in de aanbieding.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden