God is een raadselwoord

interview | De remonstrantse hoogleraar Johan Goud zocht zijn hele loopbaan naar God. Uiteindelijk vindt hij hem, soms, in de literatuur. 'Dat gevoel duurt misschien zolang als een gedicht duurt, maar het is er wel.'

Een werkend leven lang heeft hij geprobeerd door te dringen tot de betekenis van het woord 'God'. Ruim dertig jaar was Johan Goud (1950) remonstrants predikant en hoogleraar wijsgerige theologie en theologische esthetica. In april gaat hij met emeritaat. Tijd voor een terugblik.

Kunt u nu, aan het eind van uw loopbaan, zeggen wie God is?

"Het is zinvol om het woord God te gebruiken, maar zo'n rechtstreekse vraag leidt zelden tot een overstijgend antwoord."

Waarom niet?

"Kijk, probeer je God plausibel in de werkelijkheid in te passen, dan kom je uit bij óf een ontkenning óf bij een abstracte aanduiding. God is in dat laatste geval 'het absolute' of 'het onverklaarbare'. Kortom, het type begrippen waar je in meer persoonlijke zin weinig mee kunt. Je hebt dan een soort eerbetoon gebracht aan de rationaliteit, maar ik heb er niet zoveel aan."

Over God spreken is lastig, zo blijkt. Goud wil het bestaan van God niet erkennen en ook niet ontkennen, schrijft hij in zijn nieuwe boek 'Onbevangen. De wijsheid van de liefde'. In zijn afscheidsbundel met theologische essays en overdenkingen slaat hij een persoonlijke toon aan. Goud begint met een overpeinzing over God. Hij schrijft: 'De enthousiaste en ongeremde erkenning ervan kan ik alleen maar naïef vinden; ik ben er niet toe in staat. Evenmin ben ik geneigd het bestaan van God eenvoudigweg te ontkennen.' Verderop concludeert de theoloog: 'God bestaat bijna niet'.

Kunt u dat uitleggen?

"Het is lastig om het woord rechttoe rechtaan te gebruiken, zo van: dit is God en dat doet Hij. Het woord God staat voor mij ver af van iets dat afgebakend zou kunnen worden. Of God werkelijk bestaat, doet er voor mij niet toe. Voor mij duidt het woord God een manier van omgaan met het leven aan. Het gaat over een werkelijkheid die je voortdurend tegenkomt: in noties van onvoorwaardelijke liefde of juist van afgrondelijke haat. Ik doel ook op de vraag naar wat het leven sterker maakt dan de dood, en of dat echt zo is. Het ligt allemaal opgeslagen in dat woord God.

Het is een raadselwoord, maar ik ben er vrij zeker van dat het beantwoordt aan een werkelijkheid. Het woord God duidt iets fundamenteels aan, iets dat mijzelf overstijgt. Het gaat over een werkelijkheid die ongrijpbaar is, maar die in mensen woont en hen ertoe aanzet om te doen wat ze doen - ten kwade maar ook ten goede. Juist vanwege die dubbelheid die er in het woord schuilgaat - goed en kwaad, liefde en haat - hebben religieuze tradities ook theologie nodig. Dat wil zeggen, een kritisch spreken over God. God is immers afhankelijk van mensen, van wat zij verlangen en denken, dromen en zingen."

De christelijke traditie en de manier waarop u over God spreekt, kalft af. Wat verdwijnt er?

"Ik vraag me wel eens af of mensen, die de manier van kijken waarover ik het heb buitensluiten en dit allemaal onzin vinden, zich niet voor een deel van de werkelijkheid afsluiten. Eigenlijk denk ik van wel. Wat dan gebeurt is onder andere dat dan de dringende herinnering aan een 'ziel' in ons verdwijnt. Ik bedoel daarmee het besef dat er meer is dan wij met ons zelfbewustzijn kunnen denken en waardoor wij deel hebben aan iets dat groter is dan ons eigen leven. Wat daarmee ook verdwijnt is de herinnering aan de liefde die werkelijk is. 'De liefde die belangrijker is dan wat we kunnen denken en profeteren', zoals de apostel Paulus zo prachtig zegt."

Deze noties tref je toch ook buiten de christelijke geloofstraditie aan?

"Maar wat juist de christelijke geloofstraditie zo krachtig maakt, is dat het gepresenteerd wordt in een samenhangend verband. De inhoud wordt gesteund door het ritueel. In de kerkelijke eredienst, maar ook in iets als gedisciplineerd bijbellezen. De vorm ondersteunt de inhoud, dat bepaalt de kracht ervan."

Uiteindelijk, zegt Goud, gaat het voor hem om het vinden van momenten van 'eenheid' en 'onverdeeldheid'. Die vindt hij opmerkelijk genoeg voor een theoloog niet in de theologie "Theologen en filosofen denken op zijn best na over wat die momenten mogelijk maakt en ontwikkelen daar theorieën over. Wil je verdergaan, dan kom je uit bij de nauwe samenhang tussen wat mensen zeggen en dromen."

Waar vindt u de samenhang die u zoekt?

"In kunst en literatuur, soms in een overdenking. God is in hoge mate iemand die op een literaire manier gelezen wil worden. Hij troont op onze lofzangen, zei de schrijver Frans Kellendonk ooit zo treffend. Vandaar dat ik me over de werkelijkheid van God ook niet het hoofd breek.

Dat doe ik ook niet over Hamlet, Don Quichot of Ivan Karamazov. Wie of wat zou moeten beslissen wat echt is? En op grond waarvan? Iemand wiens woorden je van je stuk brengen en je levenslang te denken geven, zou die niet 'echt' bestaan?"

Waarom spreekt de literaire vorm u zo aan om het geloof vorm te geven?

"Dichters als Rutger Kopland en Willem Jan Otten proberen een semantisch equivalent te vinden voor geloofstaal. Die zoektocht, daar gaat het volgens mij om. God heeft voortdurend nieuwe beschrijvingen nodig. Soms stuit je dan op iets. Dat gevoel - 'nu raak ik eraan' - duurt misschien zolang als een gedicht duurt, maar het is er wel. Dat kan dus gebeuren in gedichten, maar ook in muziek en onverwacht in een overdenking."

Wat ervaart u op die momenten?

"Je hebt dat gedicht van Kopland, waarin hij beschrijft hoe de jonge Bach het orgel bespeelt: 'Met / een onnavolgbare Leichtigkeit // lichthandigheid zou je het kunnen noemen, maar dan zo / licht dat het was alsof het geen handen waren / die speelden.' In de laatste regels zweeft dan een koraal door de ruimte: 'Als een onzichtbare gewichtloze vogel / Leichtigkeit'.

Dat kan ook de ervaring van predikant zijn, schreef ik ooit. Niets kan het wonder van de 'Leichtigkeit' garanderen. Maar soms valt het een organist of een voorganger toe: lichte handen, lichte woorden, zwevend alsof ze de handen en woorden van God zijn. Het verrassende ervan is de ontdekking dat niet zozeer jij aan het zoeken en vinden bent. Het is eerder omgekeerd. Wat je ontdekt is dat je gevonden wordt door wat je zoekt."

Johan Goud: Onbevangen. de wijsheid van de liefde. Meinema 2015. 127 blz. euro15,00.

Johan Goud

Johan Goud (1950) geldt als een van de gezichtsbepalende personen in de Remonstrantse Broederschap, een klein en vrijzinnig Nederlands kerkgenootschap.

Goud groeide op in Dordrecht, studeerde theologie en filosofie in Amsterdam (VU) en Tübingen, promoveerde cum laude in Leiden. Hij was remonstrants predikant in Eindhoven en Zuid-Limburg (1984-1990) en in Den Haag (1990-2015). Daarnaast was hij van 1999 tot 2015 hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, in vrijzinnige godsdienstfilosofie en in theologische esthetica (religie en zingeving in literatuur en kunst).

Hij schreef en redigeerde vele boeken en artikelen, over filosofische en theologische thema's, levensbeschouwing en literatuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden