God in Malawi

'Zijn adem stokt. Dat een kerk zo vol kan zijn en zobeweeglijk. Als een kolkende kleurrijke massa, waaruit straksiets te voorschijn komt. Tellen is moeilijk, maar duizend zittener zeker. In de banken, maar ook op de grond en in de gangpaden.Veel kinderen. Moeders die hun baby de borst geven.' ArnoldVerplancke, oud-hoofdredacteur van Het Nieuwsblad en De Stem,ontdekte de overweldigende aanwezigheid van God in Afrika.

Over armoede en honger en aids zou hij schrijven. Dat had hijvooraf laten noteren. Daar in Nederland, in die sterielecollegezaal. Want ach, dat zou er vast wel zijn in Malawi,armoede, honger en aids. Een veilige keuze waarvoor zwart-Afrikade invulling wel zou leveren.

Maar stiekem zoekt hij antwoord op een andere vraag, merkthij. Hoe zit het met God in Afrika? Hoe rijm je God met honger,armoede en aids? Met menselijke ellende? Dankbaar

Het busje hobbelt. De wegen zijn slecht. De karrenvracht aanrugzakken op het dak doet het voertuigje in al zijn naden piepenen kraken. Langs de weg staan schamele kraampjes met bundelshoutskool voor de verkoop. Handelaartjes op vuile zwarte blotevoeten scharrelen rond. Losgeknipte zakken dienen als zeildoek.

Voor de wereldeconomie is Afrika te verwaarlozen. Eenonbelangrijk continent. Peuter het los uit de wereldbol, laat hetwegdrijven in de ruimte en de wereldhandel draait gewoon door.Jammer dan.

Ook politiek legt Afrika geen gewicht meer in de schaal.Tijdens de Koude Oorlog nog wel, toen sprokkelden Oost en Westnog medestanders bij elkaar. Maar nu? De wereld keert zich af vaneen continent waar steeds barbaarse binnenlandse oorlogen woeden,corrupte machthebbers regeren, mensen niets presteren,hongersnoden elkaar afwisselen, kortom altijd hetzelfde liedje.De wereld wendt het hoofd af en God kennelijk ook. Hoe andersverklaar je deze misère?

'Thank you Lord' staat er op een groot bord bij een vandie aftandse marktkraampjes, in grote blauwe letters. Dat is geenvorm van protest, noch van ironie. Terwijl de wind de grijzeashopen wegblaast en de rode aarde laat stuiven, toont dit bordde dankbaarheid van de kleine handelaar voor wat hij wèl heeftbereikt: een verkoopplek van houten schotten, rieten matten eneen golfplaten dak.

De gerenommeerde theoloog father J.C. Chakanza blijkt eeninventarisatie te bezitten van al die opschriften bij winkeltjes.Een van de belangrijkste categorieën: de dankbaarheid aan God.'God is with us', 'Let us praise God', 'Jesus is good'. Maarzover zijn we nog niet op onze reis.

Niet ver van de armoedige huisjes en stalletjes verrijzen dehuizen van de rijken, afgeschermd met grote hekken, muren,Navo-prikkeldraad met scheermesjes en natuurlijk bewakers. Heelarm en heel rijk op een steenworp afstand.

Een rode pick-up truck rijdt langs. 'Join Our World' staat erop. Nou, liever niet. Een wereld waar de president de hongersnoodwil verzwijgen voor het buitenland, om gezichtsverlies tevoorkomen. Waar politici zich bezig houden met onderlinggeharrewar en een afzettingsprocedure, in plaats van met dearmoede en honger in het land. Waar rijen kostbare Mercedessenworden ingevoerd en geld voor klaslokaaltjes verdwijnt. Nee, danku.

Verbaasd noteert hij de bordjes langs de weg. Lutherse kerk,Anglicaanse kerk, Assembly of God, een moskee, Full Gospel Churchof God, Jehova-gebouw, The King of Kings Pentacostal Church,Seventh Day Adventist Church, St. Elisabeth Catholic Church, St.Peter and Paul Anglican Church, United Pentacostal Church, Churchof Nazarene. Er komt geen einde aan de rij. In de jaarlijksepublicatie 'Religion in Malawi' zal hij later de schatting vindenvan professor Klaus Fiedler dat er zeker 600 christelijkedenominaties bestaan in Malawi. Voor nu constateert hij dat indit ogenschijnlijk godvergeten land heel wat ingangen tot God tevinden zijn; als je kerken als zodanig beschouwt.Vitaal

Ongemakkelijk kijkt hij rond: waar ben ik, wat doe ik hier?Een groepje jongens en vooral meisjes, nauwelijks de puberteitbereikt, danst schokkend en schuddend in het rond. De bekkenserotisch vooruit stotend. Een dikke man in korte broek filmt henvanuit alle hoeken. Niet erg proper, denkt hij. De gedachteverlaat hem niet, ook niet als blijkt dat een bekende patervastlegt hoe jongeren een traditionele dans uitvoeren. MuaMission heet de plaats en paters hebben er een museum ingerichtom de geschiedenis van het christendom in Malawi te documenterenen de oorspronkelijke rituelen van de Malawianen. Een verplichtnummer. Hij slentert mee naar binnen; van de warmte buiten debenauwdheid in. En daar staat hij oog in oog met Hem.

Aan de wand een groot kruisbeeld. Dat kan niet missen. Maargeen onbuigbare balken als kruishout. Twee gekromdebamboe-achtige stengels geven vaart aan het ontwerp. En deChristus is geen lijdende blanke man die afsterft, maar een bijnatrotse, ongebroken Afrikaan die een dansante beweging maakt aanhet kruis, bijna 'jumpt'. Met het lijf van een jonge man en hetgelaat van een vrouw, lijkt het vitaler dan welk Christusbeeldook. Symbolisch voor de vitaliteit waarmee Afrikanen hun geloofbeleven en vieren, zal hij later bedenken.

Dit moet dus Mangochi zijn, mompelt hij. Zal geenschoonheidsprijs krijgen. Zanderige wegen, mannen metnaaimachines voor gammele houten huizen. Een moskee zowaar. Eenvoetbalveld van zand. Wat gezang bij een afgelegen huis. Als hijlangzaam nadert, kantelt de scène. Hij bekijkt niet meer, maarwordt bekeken. Een grote groep jonge mensen loopt langzaam op hemaf, zwart en zingend. In hun midden een piepjong bruidspaartje.Zij echt in een bruidsjurk, hij in een roodachtig kostuum. Zekijken ernstig en zwijgen. Een leeftijdgenootje houdt hem eendiep etensbord voor als een offerschaal. Hij glimlacht, wenst hunveel geluk en deponeert een briefje op het bordje. Van denationale munt, die buiten het land niets waard is.

Father Chepeth Kalawa hangt onderuit in een stoel. Een jongezwarte priester, die wil discussiëren met zijn Nederlandsegasten. Condooms vormen hun favoriete onderwerp. Hij ondergaathet bijna gelaten. Zijn kerk kan moeilijk condooms propageren,ook niet in dit aids-tijdperk. Geen seks buiten het huwelijkluidt immers de regel. Als je daar nu van afwijkt door condoomste promoten, ben je straks nergens meer als aids voorbij is. Wegis dan de seksuele moraal. Ach, de father persoonlijk kan zichvoorstellen dat binnen het huwelijk een condoom is toegestaanindien een van de partners hiv-drager is, formuleert hijvoorzichtig. Wie de situatie kent, weet hoeveel verder deAfrikaanse werkelijkheid afwijkt van de Romeinse wet.

Voordat ze naar bed gaan, wil Chepeth ook nog wel een vraagstellen. Hoe zit dat volgens hen nu met die God die goed is. Dathet Westen zo rijk is en Afrika zo arm. Dat mensen hier hongerhebben. Is God meer met de rijken? Of toch meer met de armen inAfrika? En wat is daar goed aan, of rechtvaardig?

Als father Chepeth de andere dag voor een supermarkt in de alwarme ochtendzon staat te wachten, schuifelt hij naderbij. Hoede father dat zelf ziet over die rechtvaardigheid? Want vragenis leuk maar antwoorden lastig. Chepeth glimlach en geeftfragmenten. Ook in Malawi geldt die onbalans tussen rijk en arm.Doet God dat? Is God meer met de stad dan met het platteland? Ikheb schoenen en geld, glimlacht Chepeth bijna verontschuldigend,zij niet. Maar mensen in dorpen kunnen toch gelukkig zijn. Gelukis niet materieel. Chepeth ziet dat zijn antwoord niet bevredigt.Geluk kan je ook niet eten, bromt zijn gesprekspartner. Verlegengeeft de father toe ook geen afdoende antwoord te weten oparmoede en honger. Laten we niet op de stoel van God gaan zitten,knikt de ander verzoenend. Chepeth gebruikt dat dankbaar alsanderen hem aanschieten.Weggerot vlees

Twee zwarte priesters in het wit op weg naar de kerk. Eenjongetje met rozenkrans knielt voor hen, opzij van de weg, opbeide knieën. De grootste priester zegent bijna gedachteloos enzonder te stoppen het roomse gebedssnoer.

Oh hemel, zijn adem stokt. Dat een kerk zo vol kan zijn en zobeweeglijk. Als een kolkende kleurrijke massa, waaruit straksiets te voorschijn komt, iets ontstaat, geboren wordt. Tellen ismoeilijk in deze volgepakte kerk. Maar duizend zitten er zeker.In de banken, maar ook op de grond en in de gangpaden. Veelkinderen. Moeders die hun baby de borst geven. Vooraan zekerhonderd vrouwen in hun blauwe rokken van de Catholic WomenOrganization, klappend, zingend, dansend. En in een brede rijvoor de altaartrappen die twaalf schattige meisjes, in ritmischepatronen bewegend. Gekleed in gelige rokken die nog verwijzennaar het bezoek van de vorige paus in 1989 aan Malawi. Hunovergave ontroert. Bijna in trance blikken ze omhoog naar eenlichtvenster, de ogen ten hemel geslagen. Maar achter het altaarhangt een groot kruisbeeld, van een Christusfiguur wiens lijfopengereten is. De stukken vlees weggerot uit zijn borstkas enbenen. Hij huivert en weet het weer: de kerk van deleprozenkolonie. Een vrouw voor hem mist wat tenen, ziet hij alsze knielt. Ze danst en zingt even vurig als de anderen, begeleiddoor trommels en belletjes; naast een oma met haar kleinkind opde rug. Ongetwijfeld een weesje, want aids rammelt stevig aan defamiliebanden.

Zijn hart trilt mee. Als een gelovige dromt hij samen met hennaar voren voor de communie. Knielt temidden van de Afrikanen diezoveel intenser hun geloof beleven. Krijgt ouderwets de hostieop de tong. En schuifelt terug, beetje beschaamd, maar ook blijerbij te horen. Die mis zal hij nooit vergeten, de meest vitaledie hij ooit meemaakte, de eerste Afrikaanse. Een mis vantweeëneenhalf uur die voelt als een feest, een echt samenzijn.

In het geboortedorp van father Chepeth, Nduta, krijgt hij debeelden die hij in de collegezaal had bedacht. Hoewel, armoedeis wel te zien, maar honger niet. Hutten of huisjes van zelfopgewarmde kleisteen, een rieten dak. Vriendelijke mensen, open,gastvrij, vrolijk. Maar hun kleren tonen de armoede. Meisjeselastieken met aan elkaar geknoopte stukjes en lachen. Pas na devraag hoe de voedselsituatie is, gaan de vrouwengezichten ernstigstaan. Ze hebben helemaal geen eten meer. Mango's zoeken ze ineen steeds wijdere omtrek. Iets anders zit er niet op. Hongerdus, die niet zichtbaar is, tot het te laat is. Net als aids,bedenkt hij. Onzichtbaar tot het te laat is.

Hij haalt een vrouw over haar hutje te laten zien. Hij voelteen brok in zijn keel, zijn ogen branden. Het is er zo klein dathij zich bijna niet durft om te draaien met zijn bescheidenrugzakje. Een kleine, kale, donkere ruimte, een half muurtje endaarachter een nog kleiner plekje. Zelfs geen slaapmatjes. Deblauwe hemel zichtbaar door het losse rieten dak. Ze woont er metvier mensen. De weinige bezittingen in plastic zakken aanspijkers opgehangen. Hij voelt zich klein en machteloos. Eenvarkensstal, probeert iemand. Nee, daarvoor is het te aangeveegd;een net mensenstalletje.

De universiteit van Malawi, afdeling theologie. Hij noteertZomba als plaatsnaam. Het klaslokaaltje en de oude tafeltjeszouden in Nederland alleen lachlust wekken. De uit Duitslandafkomstige professor noemt Malawi een christelijk land: 80procent christenen en 15 procent moslims en 5 procent diversen,want ongeloof komt niet voor. Andere cijfers spoken door zijnhoofd. Voor minstens vier miljoen mensen zal de komende maandende hongersnood genadeloos toeslaan. Een derde van de bevolkingdus. Niemand kan dit land zomaar redden. Maar iedereen kan iemandredden, draait het in zijn hoofd.

De Duitse hoogleraar wijst elke Nederlandse suggestie van dehand dat het geloof van Malawianen een vlucht uit dewerkelijkheid is. Zo ervaren de mensen het zelf niet; alleenwetenschappers willen het zo zien. Bevrijdingstheologie, socialeethiek, ze zijn aan dr. Fiedler niet besteed. Religie gaat overhet persoonlijk leven, eeuwig en hier en nu. Je leest de bijbelniet om een aids-patiënt te helpen, probeert de hoogleraarconcreet te worden.

Zijn leerling Katoto Mtambo vertelt het hem nog duidelijker.Die meent dat de laatste dagen zijn aangebroken. Jezus Christuskomt heel snel. God is dichtbij. Als zijn sceptischegesprekspartner zich afvraagt hoe Katoto nog in God kan geloven,gezien de ellende van Afrika, wijst die alle twijfel van de hand.God is geen opinie, legt Katoto uit, God is een feit voor mensenin Afrika.Plantenspuit

De droogte slaat onbarmhartig toe. De maïsoogst is mislukt,noteert hij professioneel in zijn opschrijfboekje. Daarna mag hijin een volgend dorpje rondkijken, Mkanda Farm. Een 18-jarigmeisje, Gloria Kuchikonde, laat zien waar ze slaapt. Een kleinkaal hokje waar ze een matje op de ongelijke en gescheurdecementen vloer uitrolt. Ze heeft de middelbare school nietafgemaakt omdat ze het schoolgeld niet kon opbrengen. Inmiddelszit ze wel met een zoontje van twee, wiens vader is verdwenen,zoals zoveel Afrikaanse vaders. Nog twee jaar kostschool en zezou haar diploma hebben en een heel andere toekomst krijgen. Maarja, 45.000 kwacha per jaar vraagt een kostschool, 300 euro dus.Hij schaamt zich om het geld aan te bieden, maar nog meer om hette laten.

'God is good', leest hij op een langsrijdend busje. En op eengrote groen-witte bus: 'My strength is Jesus Christ'. Ja ja. Zezijn op weg naar Soche Mountain. Een berg met een mooi uitzicht.Zicht op welk probleem nu weer, vraagt hij zich af. Armoede?Droogte? Oh ontbossing, natuurlijk, problemen komen altijdtegelijk. Maar op die berg bespeurt hij ook veel biddende mensen.Vooral in groepen. Soms zingend. Soms biddend in een kring, handin hand, de hoofden gebogen. Ze kunnen hier dagenlang blijven,zonder eten en drinken. Waarom? Voor de gids, een hoogopgeleideecoloog, ligt het antwoord voor de hand. Ze zijn hier dichter bijGod, hoog in de bergen, weg van de zondige stad met zijnprostitutie en diefstal. De lucht is zuiverder voor gebed. En deecoloog zelf? 'Ik ga ook vaak op een berg bidden. Je voelt deaanwezigheid van God, je krijgt echt contact.' Hoog op de rotsenprijkt een simpele naam: Jesus.

Wat schreeuwt die man! Zaterdag bij de Seventh Day AdventistChurch gaat het minder vrolijk toe dan bij de katholieken. Zesmannen in te grote kostuums, gestropdast en een dikke bijbelonder de arm, gaan om de beurt voor. Bijbellezing, bidden,zingen. De preek klinkt demagogisch maar blijft onverstaanbaar.Een bereidwillige Afrikaan fluistert hem in het oor dat de grotefout van de bouwers van Babel was, te denken dat ze zonder Godkonden. Maar ook nu is de tijd om te kiezen: voor Jezus of voorde Satan.

Het nette ziekenhuis van deze adventisten draagt boven dehoofdingang het opschrift: We care, God heals. Geeft dat nou meerof minder vertrouwen? Hij komt er niet uit. Maar liever hier dandaar, weet hij zeker. 'Daar' is voor hem het overvolle QueenElisabeth Central Hospital. Hij loopt er ongelovig rond. Volleziekenzalen, patiënten op smalle bedjes, onder bedden, tussenbedden. De meesten uiterst mager. Familie moet voedsel brengen.Ze lijden officieel aan TBC of hersenvliesontsteking. Dat hebbenze ook wel, maar hiv-aids natuurlijk ook. Maar ja, daar rust nogeen sterk taboe op.

Internist Joep van Oosterhout zegt dat in ziekenhuizen soms85 procent hiv-besmet is. Hij schat dat van alle Malawianentussen 15 en 45 jaar 10 tot 15 procent besmet is. Van Oosterhoutschetst een dilemma: hoe meer patiënten ze met aids-remmersbehandelen, hoe meer potentiële verspreiders rondlopen.Bovendien kunnen die door de haperende medicijnvoorzieningresistent worden tegen de medicijnen, een resistente aids-variantoplopen en daarvan weer de verspreiders worden. Zo zou eengoedbedoeld aids-programma door een haperende logistiek kunnenuitmonden in een ontembare catastrofe.

De zondagse mis in de katholieke kerk van Ndirande blijktopnieuw een feestje voor hem. Er zijn er vier die dag. De dienstvan negen uur zit stampvol, zeker duizend man in een soort loodsmet een golfplaten dak. Een groot koor, orgeltje, bongo's,dansende meisjes en opnieuw kleurrijke rokken zowel van deCatholic Women Organization als van het pausbezoek, maar nu ookMariarokken met beeldjes van Lourdes en opschriften Ave Maria.Als de priester de menigte zegent met wijwater, gebruikt hij geenwijwaterkwast, maar een plantenspuit. Bij de offerande komt eenstoet vooral vrouwen dansend door het middenpad. De priestersontvangen geen inkomen, maar worden onderhouden door degelovigen. Elke zondag brengt een andere buurt feestelijkgroenten, frisdrank, kippen, zeep en afwasmiddelen voor devoorgangers. Hoe simpel en vrolijk. Hij zou er katholiek vanworden als hij dat niet was. Zo vitaal en eerlijk.Schillebeeckx

Een tussenstop kan even de druk verminderen alvorens terug testappen in het eigen westerse element. Maar Addis Abeba leentzich daar niet echt voor, vindt hij. De armoedige wijken metverroeste golfplaten, de vele verminkte en mismaakte mensen,opdringerige bedelaars, verwaarloosde straatkinderen. Nee, zevormen voor hem geen soepele overgang naar de gepolijste welvaartthuis. Het blijft Afrika.

Plotseling staart hij verbijsterd naar het gedoe rondom eenorthodoxe kerk, de St. George. Mannen en vrouwen kussen de hekkenrond de kerk. Ze raken alle ramen en deuren van het achthoekigegebouw teder aan. Lopen er langzaam en eerbiedig rond tegen deklok in, knielen neer, kussen, slaan kruistekens. Sommigen buigenhet bovenlijf als biddende joden. Een vrouw op meters afstandbuigt en schreeuwt naar de kerk haar rouw of boete uit. Hij kijktgefascineerd toe, zoals hij eerder naar rituelen keek in eenChinese tempel. Wat een intensiteit, wat een devotie. Ook in deEthiopische hoofdstad ziet hij busjes rijden met opschriften als'God is love'. In taxi's hangt een kruisje aan de binnenspiegelen zitten op de voorruit stickers met het Laatste Avondmaal ofde Heilige Familie.

Is God toch meer met het arme Afrika? Of ligt het andersom,is Afrika meer met God? Hij herinnert zich wat hij ooit las bijSchillebeeckx. Door mensen te scheppen met een eigen, eindige envrije wil heeft God macht afgestaan. Daarmee is Zijn reddendeaanwezigheid niet ongedaan gemaakt. Maar God breekt nooit meerzelf van buitenaf in. De mens heeft de keuze. Die kan zijnvrijheid gebruiken om zich te onttrekken aan het samengaan metHem.

Bewijzen we dat in het Westen wellicht? Vooral gericht oponszelf?

Het beeld dat Schillebeeckx gebruikt, komt voor hem op: 'Zie,Ik sta aan de deur en Ik klop'. God staat voor de deur en klopt.Maar als de vrije mens niet open doet, komt Hij niet binnen.

Misschien gaat het daarom, mijmert hij. In Afrika staan dedeuren in ieder geval wagenwijd open voor Hem. En ze ervaren erZijn steun, midden in hun moeilijke leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden