God dóet weer iets in Genesis

Tien jaar na het verschijnen van zijn levenswerk heeft predikant Pieter Oussoren zijn 'Naardense Bijbel' grondig herzien. Ook de beroemde eerste zin van Genesis ging op de schop.

De sores van een bijbelvertaler beginnen al meteen bij het eerste woord van Genesis. Be staat er in het Hebreeuws. Een voorzetseltje van niks, één letter in de brontaal. Daaraan vastgeplakt het woord 'resjiet', Hebreeuws voor 'begin'.

Zelden heeft een woord zoveel discussie opgeroepen. Grammaticaal is het geen correct Hebreeuws, er zou een lidwoord bij moeten. Je kunt het misschien vertalen als 'in het begin' (zoals de NBV doet) maar voor gewaagdere vertalingen valt ook het nodige te zeggen. Zoals 'sinds het begin'.

Achter het filologische gemuggenzift schuilt een joekel van een filosofische en theologische vraag: schiep God de wereld uit het niets (in het begin) of bestaat de materie eeuwig, en heeft God die gekneed tot 'hemel en aarde' (sinds het begin)? Het laatste ligt meer in de lijn van antiek Grieks denken en de mythes van het oude nabije Oosten, waarin de chaos aan de orde voorafgaat.

Het christendom koos, met Augustinus, voor de 'ex nihilo'-interpretatie. De eerste Naardense Bijbel, uit 2004, brak radicaal met die traditie. 'Sinds het begin is God schepper', staat er. Niet alleen dat 'sinds' maar ook dat statische woord 'Schepper' komt Grieks over. God dóét hier niets, schepper-zijn is een kwalificatie, geen activiteit. De vraag blijft open of die 'woestheid en warboel' nu Gods eigen makelij is, of dat hij die 'oervloed' in al zijn duisterheid zo aantrof en vervolgens orde begon te scheppen. Daar kun je dan theologisch allerlei kanten mee op. In de gangbare Nederlandse vertalingen is die openheid er niet.

Sinds dit weekend ligt er een volledig herziene versie van de Naardense Bijbel in de winkel. Dit levenswerk van predikant Pieter Oussoren wijkt methodisch sterk af van andere vertalingen. Oussoren wil de grondtekst zo dicht mogelijk benaderen, en offert daar de leesbaarheid soms voor op. De meeste moderne vertalers zweren bij het principe van 'dynamisch-equivalent' vertalen. Dat houdt in dat je niet elk woord altijd op dezelfde manier vertaalt, maar dat je rekening houdt met de context en de begrijpelijkheid voor de lezers. De boodschap moet overkomen, dat is het belangrijkste, ook als dat soms ten koste gaat van letterlijke juistheid op woordniveau.

Bij Oussoren staat juist het laatste voorop. 'Eendere woorden eender' is zijn devies. Dat maakt zijn vertaling interessant voor predikanten en bijbeluitleggers, omdat er opeens dwarsverbanden en onverwachte woordspelingen zichtbaar worden. Het maakt zijn vertaling, vanwege de vele neologismen en grammaticaal rare zinnen, ook zware kost. Oussorens letterlijke benadering lijkt wel wat op die van de Statenvertaling uit 1637, die ook bol stond van de nieuw gemunte zegswijzen en hebraïsmen. Ze heeft de Nederlandse taal mede gevormd en voelde gaandeweg vertrouwd aan. Maar in zijn tijd bood de Statenvertaling misschien wel een even ontregelende leeservaring als de Naardense Bijbel nu.

In zijn herziene versie heeft Oussoren ernaar gestreefd nóg letterlijker te zijn en alle latere interpretatie uit de vertaling te snoeien. Ook het eerste zinnetje van Genesis ging op de schop. 'Bij begin' staat er nu, in plaats van 'sinds het begin'. "De vertaler gelooft nog steeds dat dat wáár is", schrijft zijn partner en assistent Theo van Willigenburg in een toelichting: de grondtekst wil volgens Oussoren dus nog steeds zeggen dat God sinds het begin schepper is. Toch vond hij bij nader inzien "dit Nederlands als weergave van een veel duisterder grondtekst te 'gelikt', bijna te mooi om waar te zijn. Het Hebreeuws heeft geen lidwoord voor 'begin', er staat niet letterlijk 'sinds' en van God wordt niet gezegd dat hij schepper ís."

Oussoren probeert zijn eigen interpretatie dus 'uit' de tekst te halen. Met als gevolg dat God weer handelt in dat eerste bijbelvers - al blijft er een spoor van een meer statisch godsbeeld, want God 'schiep' bij Oussoren niet gewoon, nee, hij 'is gaan scheppen'.

'Bij begin' dus. Maar wat betekent dat? Wat Oussoren hier doet, is eigenlijk géén keuze maken. Hij laat de opties open. Even verderop gebeurt hetzelfde. De aarde is 'aardland' geworden. Waarom? Omdat 'eretz' in het Hebreeuws zowel 'aarde' als 'land' betekent - en vaak verwijst het woord dan naar het 'heilige land'. Gaat dit vers in Genesis dus over de hele wereld, of enkel over een uitgelezen, begrensde plek: het paradijs, het 'land'? Je voelt dat Oussoren de laatse optie, theologisch gezien, interessant vindt, maar hij durft de knoop niet door te hakken. Dus plakt hij de beide mogelijkheden aan elkaar: 'aardland'.

Je zou kunnen zeggen: deze vertaling toont de ambivalentie van de grondtekst. Maar is dat zo? We weten niet of de auteur van de Hebreeuwse tekst wel de bedoeling had ambivalent te zijn. In zijn streven naar letterlijkheid doet Oussoren de tekst misschien wel poëtischer voorkomen dan oorspronkelijk bedoeld. Ondertussen blijft het waar dat de tekst, althans voor ons, 21ste-eeuwse lezers, vaak duister en ambivalent is. Oussoren laat dat zien. Daarbij zoekt hij de grenzen op van de Nederlandse taal. Hij vraagt dus wel wat van de lezer. Voor je het weet is het allemaal 'woestheid en warboel'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden