God bestaat gelukkig wel degelijk

Jammer dat Frits de Lange het godsbeeld van zijn jeugd afschafte, vindt A. van Houwelingen. Zonder rest slechts een lege, onttoverde wereld.

Frits de Lange heeft het godsbeeld van zijn jeugd afgeschaft. (Letter & Geest, 11 juni) Hij kan niet meer geloven in een 'mensachtig hoogste wezen dat het universum bestuurt.' Want, schrijft hij, het gaat in de grote religieuze tradities niet over het bestaan van God, maar om 'innerlijke transformatie, eerbied voor, overgave aan, viering van het mysterie van het leven.'

Maar ik geloof dat, als er al sprake is van 'innerlijke transformatie', ik die te danken heb aan het werkelijk bestaan van God, doordat ik elke dag met vallen en opstaan probeer voor Zijn aangezicht te leven. Ook De Lange's eerbied voor het leven lijkt me alleen maar gevoed te worden door het geloof in een echt bestaande Schepper-God. Zonder die God zitten we steeds meer opgescheept met een lege, onttoverde wereld. En zonder de vroegere Heer van de wereld, gaan mensen zelf die lege plek vullen. Zoals de schrijfster Renate Dorrestein eens zei: "We hebben God van Zijn troon gehaald en zijn er zelf op gaan zitten."

Sterrenstelsels

De Lange vindt het christelijke beeld van een kwetsbare, op liefde aangelegde God onverenigbaar met God als alles overstijgende macht. Maar juist de combinatie van een God 'die zeer hoog troont en zeer laag neerziet' (psalm 113) maakt het voor mij pas boeiend.

Wij mensen op ons planeetje, ons jaarlijkse rondje draaiend rond onze zon, weten inmiddels dat die ene zon één ster is van honderdduizend miljoen andere sterren, zonnen, die samen 'onze' Melkweg vormen. Hoe groot en machtig moet de God van dit universum dan wel niet zijn, van een heelal waarin het tot in de verste uithoeken krioelt van de sterrenstelsels. En déze God verklaart ons Zijn vriendschap en liefde. Als je dit God-zijn uit het Godsbeeld schrapt, hou je een nastrevenswaardig ideaal over, maar niet meer een heilige realiteit, waarin je je geborgen mag weten in leven en sterven.

De natuurwetenschap heeft ons ingewijd in een onvoorstelbare wereld van verre sterren en allerkleinste atomen en levende cellen. Maar daarom hoef je nog geen evolutionist te worden die, zoals De Lange, gelooft dat het leven 'een kosmische toevalstreffer' is. Je kunt net zo goed door al die ontdekkingen het oude scheppingsgeloof nieuw laten inkleuren.

Scheppingsmacht

Voor mij helpen de ontdekkingen van de natuurwetenschap de wonderen de wereld niet uit, maar juist erin. Is de levende cel van ons lichaam, met z'n DNA-molecuul met in elke cel alle erfelijke informatie, niet een sterk staaltje van goddelijke scheppingsmacht? En, om nog iets anders te noemen, is het makkelijker om te geloven in een oerknal, die uit het niets is ontstaan en zoveel potentie in zich samenbalde dat daaruit het nu zichtbare heelal is ontstaan, dan om te geloven in een goddelijke Schepper? Want wat was er dan vóór die knal?

Wie nog in het bestaan van God gelooft, heeft daar, stelt De Lange, belang bij. Kerken bijvoorbeeld doen het 'omdat ze gelovigen aan zich willen binden met de troostrijke belofte van eeuwig heil.' Alsof zulke bijbelse beloften ook niet echt mensen zouden kunnen troosten.

Individuele gelovigen doen het volgens De Lange 'omdat ze hun bestaansangst ermee willen bezweren.' Zo worden de platste argumenten uit het atheïstische kamp van stal gehaald om het geloof in God onderuit te halen. Met zulke vrienden heb je als kerk of gelovige geen vijanden meer nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden