Review

Go Nikolaus! Harnoncourt in kakibroek op hoog water

Koninklijk Concertgebouworkest en Nederlands Kamerkoor olv Nikolaus Harnoncourt: werk van Mendelssohn. Met Julia Kleiter (sopraan), Elisabeth von Magnus (alt) en Gerd Böckmann (acteur). Concertgebouw Amsterdam, wo 22/4. Herhaling: vanavond en zondagmiddag, 14.15 uur.

Dirigent en oudemuziek-pionier Nikolaus Harnoncourt wordt dit jaar tachtig. Maar je zou hem minstens twintig jaar jonger hebben geschat toen hij woensdag opkwam voor de semiscenische uitvoering van ’Ein Sommernachtstraum’ van Felix Mendelssohn. Stond hij voor de pauze nog keurig in fraque voor het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), zo kwam hij nu ineens in zomers tenue de lange trap afgehobbeld: kaki broek op hoog water, wit shirt met vrolijke opdruk op de rug, wit petje op. Go Nikolaus!

Ook de leden van het KCO zagen er onalledaags bont uit: kleurige zomerjurken en bloezen, hoedjes en zonnebrillen. In 2003 deden Harnoncourt en het KCO al iets soortgelijks. Toen voerden ze de complete toneelmuziek van Beethovens ’Egmont’ succesvol uit met Gerd Böckmann als spreker/acteur.

Dezelfde Böckmann leefde zich dit keer uit in dubbelrollen en stemmetjes, in een komische regie met uitgebreid licht van Harnoncourts zoon Philipp. Een feestje dus in het volle Concertgebouw, voor het tweehonderdste geboortejaar van Mendelssohn. De componist schreef de Ouverture van zijn werk naar Shakespeare toen hij zeventien jaar oud was – je hoorde er woensdag de handwerkers al in rondstampen, de muziek van de geliefden klonk er en er lag een toverachtig nachtelijke schimmering over de strijkers.

De toneelmuziek componeerde Mendelssohn pas toen hij vierendertig was: een dozijn korte sfeerondertitelingen die deels voortborduren op de Ouverture en die hij deels nieuw bedacht. Die complete muziek met corresponderende tekstgedeeltes hoor je zelden – in het Concertgebouw de laatste keer in 1996, met John Eliot Gardiner en het KCO. Het Duits was niet altijd even goed te volgen, de komische handelingen spraken daarentegen boekdelen.

Harnoncourt acteerde woensdag verdienstelijk en bijzonder koddig. Maar belangrijker was dat Mendelssohns ’Sommernachtstraum’ zelden zó spannend werd uitgevoerd. In de Ouverture maakte Harnoncourt prachtige contrasten: de betoverend opgebouwde openingsakkoorden tegen kwikzilverig snelle strijkers en uitgelaten vrolijkheid. Het KCO klonk alsof het een kamerensemble was, hecht en licht. In het Intermezzo gaven de verschillende orkestgroepen hun melodie naadloos vankleur verschietend aan elkaar door.

Sopraan Julia Kleiter had een uitgebreide rol in de ’Sommernachtstraum’ en was ook te horen in Mendelssohns cantate ’Wie der Hirsch schreit nach frischem Wasser’. In die Hündel-achtige zetting van Psalm 42 klonk ze sereen naast het potente Nederlands Kamerkoor (NKK). Ook daarin trouwens weer die prachtig lichte snelle strijkers, al viel er muzikaal gezien minder te beleven dan in de ’Sommernachtstraum’.

Het ’Bunte Schlangen’ waarmee ze in de rol van Elf opende, zong Kleiter wiegend; in de feestelijke Finale stond de sopraan tussen de vrouwen van het NKK te stralen, terwijl Böckmann zijn verhaal in vlekkeloos Nederlands afrondde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden