Glorieus naar de guillotine

In Londen is de zelden uitgevoerde revolutie-opera 'Andrea Chénier' te zien in een ouderwets grootse enscenering. Jonas Kaufmann en Eva-Maria Westbroek zingen er de hoofdrollen. Donderdag is het drama live mee te maken in Nederlandse bioscopen.

Viva la morte insiem!' zingen Chénier en Maddalena aan het slot van Umberto Giordano's opera 'Andrea Chénier' - 'Leve onze dood!' Een liefdesdood in extremis is het, gepaard aan withete passie. De extatische, gezamenlijk gezongen hoge slotnoot wordt pas afgekapt door een enorme orkestdreun, alsof het mes van de guillotine waaronder beiden weldra zullen sterven ook muzikaal naar beneden valt en hun stemmen afsnijdt. Er zijn weinig opera's die vocaal zo spectaculair eindigen als dit drama over de Franse revolutie uit 1896.

Fameus is de live-opname uit de Scala (1955) waarin Maria Callas en Mario del Monaco elkaar harmonieus vinden in gepassioneerde en ongebreidelde decibellen. In het Royal Opera House Covent Garden in Londen, waar sinds vorige week een nieuwe productie van 'Andrea Chénier' te zien is, zijn het de Duitse stertenor Jonas Kaufmann en de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek die het vocale vuurtje danig oppoken. In vocale pracht en kracht zijn de twee volkomen aan elkaar gewaagd. Hun stemmen vullen moeiteloos het verste hoekje van het grote Londense auditorium, totdat dirigent Antonio Pappano en zijn orkest precies op het goede moment de stemmen verzwelgen in die alles overdonderende climax.

Het succes voor Kaufmann en Westbroek was vrijdagavond (de tweede voorstelling in de reeks) groot en uitbundig. Als ze samen voor het rode doek verschijnen, breekt de revolutie met geschreeuw en gestampvoet bijkans opnieuw uit. De twee wereldsterren hebben dan ook een bijzondere chemie. Toen Kaufmann met Pappano in 2010 een solo-cd opnam ('Verismo Arias'), stonden daar al twee aria's uit 'Andrea Chénier' op. Kaufmann wilde dolgraag het slotduet erbij en wie werd daarvoor uitgenodigd? Juist: Eva-Maria Westbroek. In New York waren ze een jaar later een exceptioneel liefdespaar in Wagners 'Die Walküre'.

En nu staan beiden dus als Chénier en Maddalena op de bühne. Voor Kaufmann is het een roldebuut, voor Westbroek een scenisch debuut omdat ze de rol in 2006 al eens concertant zong in de ZaterdagMatinee. Eens in de zoveel tijd komt er een tenor langs die 'wat heeft' met de opera van Giordano. Kaufmann is duidelijk zo'n tenor, en geef hem eens ongelijk met al die heerlijke muziek die Giordano zijn Chénier in de mond legt. In Londen is het 30 jaar geleden dat 'Andrea Chénier' te zien was, toen met Plácido Domingo en José Carreras alternerend in de titelrol.

Kaufmann is hun meer dan legitieme opvolger. Sommigen - ook nu weer in de Londense pers - verwijten de Duitser een zeker gebrek aan italianità, een open Italiaanse klank. Dat kan waar zijn, maar wie maalt daar om bij zoveel vocale overgave. Zijn vier solo's in de evenzovele aktes staan als een huis. En waar vind je nog een tenor met zo'n grote stem die ook fantastisch zacht kan zingen? Grote klasse.

Diezelfde innigheid ligt ook opgesloten in dat enorme Westbroek-geluid. Het spelen van het jonge adellijke meisje in de eerste akte gaat haar iets minder af, maar daarna is er die totale overgave aan het personage dat alle zekerheden verliest en zich uiteindelijk voor een andere vrouw opoffert. Westbroeks grote solo 'La mamma morta' is fantastisch van opbouw met schitterende halftonen in een gestroomlijnd legato. En als zij zich aan het eind meldt voor de guillotine hoor je in haar gedecideerde 'Son io' de duidelijke echo van haar grote idool Renata Tebaldi.

De andere hoofdrol - oud-lakei Gérard, nu revolutionair leider en heimelijk verliefd op Maddalena - is voor bariton Zeljko Lucic. Ook hij maakt zijn rol meer dan waar met een zeer overtuigend gebracht 'Nemico dello Patria'. Hij is het ook die snijdend zingt over een vaderland dat niet daar is waar men zijn dichters censureert en afslacht. Chénier zelf heeft dan al gezongen over zijn pen als wapen. Het Parijs van 2015 komt op die momenten dichtbij het Parijs van 1794 op de bühne.

Maar het is niet de opzet van regisseur David McVicar om de opera te actualiseren. Al laat hij wel na iedere akte een grote Franse vlag als doek zakken. Een doek met daarop de woorden van Robespierre: 'Zelfs Plato heeft de dichters uit zijn republiek verbannen.' In de tweede akte kan het banier met de tekst 'Burgers, het vaderland is in gevaar' ook al actueel uitgelegd worden.

Maar McVicars productie was al af toen Parijs - waar de Bastille nu een operagebouw is - opnieuw op zijn kop stond. Hij heeft het zeer precieze libretto van Luigi Illica (die voor Puccini het vergelijkbare 'Tosca' schreef) even precies naar de bühne vertaald. Een ouderwetse enscenering in de goede betekenis van het woord. Tot in de kleinste details met alles erop en eraan. In al die Europese bioscopen, waar de opera donderdag live mee te maken is, zal deze realistische aanpak het waarschijnlijk nog beter doen dan in het theater. En met Pappano in de bak wordt elk restje twijfel over de kwaliteit van Giordano's partituur weggenomen. Hij stuurt Kaufmann en Westbroek ongegeneerd en glorieus naar de guillotine. Chapeau!

foto bill cooper

HHHHH

'Andrea Chénier' onder leiding van Antonio Pappano in een regie van David McVicar is in Covent Garden te zien t/m 6 februari. Alle voorstellingen zijn uitverkocht. De voorstelling van donderdag wordt live uitgezonden in bioscopen. Lijst van deelnemende bioscopen in Nederland op www.rohcinema.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden